Politierapport / Ambtsedig verslag.
Origineel
Politierapport / Ambtsedig verslag. No. 33/13/1 M. 1943 7/12
Rapport.
Op Vrijdag 3 Dec '43 heeft de Hoofdwachtmeester de Bruin (bureau Westerstr.) het publiek op de Noordermarkt medegedeeld, dat er geen zee- en zoetwatervisch, doch alleen bliek zou worden aangevoerd. Een persoon heeft hem daarna ten aanhore van het publiek medegedeeld, dat hij dien ochtend had gezien dat er karren met kabeljauw en schol van de vischmarkt de stad in waren gegaan. Hij wilde weten waar die visch was gebleven. De Hoofdwachtm: heeft hem verzocht op het marktkantoor te komen en gezegd dat hij geen verdachtmakingen mocht doen, omdat daardoor de goede orde in gevaar wordt gebracht.
Blijkens zijn persoonsbewijs is hij genaamd: Albert Stromberg, geb: 10 Juli 1903, wonende Haarl. Houttuinen 3 I alhier, van beroep portier Arbeidsbureau.
Stromberg beweerde andermaal dat hij had gezien, dat er karren met schol en kabeljauw de stad in waren gegaan en hij wilde weten waar die visch was gebleven. Hij vond dat verdacht en dat kon niemand hem kwalijk nemen.
Hoofdwachtm. de Bruin is van meening dat de kans op eenig succes bij het opmaken van Proces-Verbaal tegen Stromberg zeer gering is. Ik heb Stromberg medegedeeld dat; hij in zijn functie ook is belast met de handhaving van enige orde en ongetwijfeld de ervaring heeft opgedaan, dat het publiek onder de huidige omstandigheden door zijn insinueerend optreden in beweging en beroering wordt gebracht; dat hij desondanks de ambtenaren, die zijn belast met de handhaving van de orde, door zijn optreden heeft gehinderd. Ik heb hem gezegd dat ik zijn Het document beschrijft een confrontatie tussen de politie en een burger tijdens de Duitse bezetting in december 1943. De kern van het conflict is de voedselschaarste. Wanneer de politie aankondigt dat er slechts 'bliek' (kleine vis van geringe waarde) beschikbaar is, beschuldigt Albert Stromberg de autoriteiten er publiekelijk van dat kwaliteitsvis (kabeljauw en schol) elders naar de stad is afgevoerd, vermoedelijk voor de zwarte markt of de bezetter.
De rapporteur (waarschijnlijk de inspecteur of adjudant van dienst) merkt op dat een proces-verbaal weinig kans van slagen heeft, mogelijk omdat Stromberg's bewering niet direct als 'leugenachtig' bewezen kan worden of omdat de juridische grondslag voor 'verdachtmaking' wankel is. Desondanks wordt Stromberg berispt omdat hij als portier van het Arbeidsbureau (zelf een semi-publieke functie) beter zou moeten weten dan de "openbare orde" te verstoren door onrust te zaaien onder het hongerige publiek. Dit rapport illustreert de hoogoplopende spanningen in Amsterdam tijdens de winter van 1943. Voedselvoorziening was een bron van constante frictie tussen de bevolking en de politie. De Noordermarkt was een centraal punt voor de distributie van schaarse goederen.
De vermelding van het "persoonsbewijs" herinnert aan de strikte controle van de bezetter. Het feit dat Stromberg bij het Arbeidsbureau werkte, is saillant; dit bureau was verantwoordelijk voor de uitzending van arbeiders naar Duitsland (Arbeitseinsatz), een zeer impopulaire instantie. Dat uitgerekend een medewerker van dit bureau de politie confronteert met corruptie of wanbeleid rondom de visdistributie, toont aan hoe diep de onvrede zat, zelfs bij personen die deel uitmaakten van het apparaat. Politie