Getypt verslag van een mondelinge klacht met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt verslag van een mondelinge klacht met handgeschreven kanttekeningen. 12 mei 1943. [Handgeschreven bovenaan:] Prins [?]
[Typemachine tekst:]
Christ.Craaybeek-Vahrmeyer, geboren 5 Februari 1910, Van Hogendorp-
straat 104 huis.
M.M. Craaybeek-Buchhorn, geboren 18 Februari 1910, De Wittenstraat
105 IV,
bezoekt bij den Directeur op 12 Mei 1943.
Dames Craaybeek , Van Hogendorpstraat 104 huis klacht over den markt-
meester De Wolff in de rij gestaan Vrijdag jl. den geheelen dag en
toen kregen wij kleine visch. Wij wisten, dat er groote visch was.
Maakten Wolff erop attent en deze zei: "die vreten wij zelf op en de
agenten". Werden daarop de rij uitgegooid.jl. Zaterdag 4 kisten aal
aangevoerd, 4 menschen kregen 1 kg en toen was het uitverkocht. Dat
kan toch niet. Gerucht gaat, dat Wolff zich laat stoppen. Kan ik niet
bewijzen. Andere schoonzuster 8 maanden in positie. Heeft ook voor-
rangskaart eens per 3 weken. Wolff laat groote visch uitzoeken door
koopman en deze gaat onderin de kar. Agenten nemen de visch ger. aal,
14 dagen geleden. Ik kreeg nog ½ pond, doch toen was er nog een hoop
over in de kist. De agent zei toen tegen Wolff. Stop de verkoop. Hij
nam Wolff mee naar achteren in de loods en toen ging de aal naar
achteren.
[Handgeschreven in de linker marge:]
Gaat anders
nog elke
dag – de
schoonz
omdat
er maar
per 3 weken
vis is.
[Handgeschreven paraaf rechtsonder:] JR Dit document is een officieel verslag van een klacht ingediend door twee bewoonsters van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. De kern van de klacht is het corrupte gedrag van marktmeester De Wolff. De dames beschuldigen hem van:
1. Verduistering: Het voorbehouden van de beste ("groote") vis voor hemzelf en voor politieagenten.
2. Machtsmisbruik: Het uit de rij zetten van burgers die kritiek uiten.
3. Onregelmatigheden in de verkoop: Het zeer snel "uitverkocht" verklaren van gewilde waar (aal/paling), terwijl er nog voorraad lijkt te zijn.
4. Omkoping: Het gerucht dat hij zich "laat stoppen" (steekpenningen aanneemt) en onder één hoedje speelt met kooplieden en de politie om vis achterover te drukken.
De handgeschreven kanttekening verduidelijkt dat de hoogzwangere schoonzuster, ondanks haar voorrangskaart die slechts eens per drie weken recht geeft op vis, toch dagelijks in de rij gaat staan vanwege de enorme schaarste. Het document dateert van mei 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. Alles was op de bon, en lange rijen voor winkels en markten waren dagelijkse realiteit.
Dergelijke verslagen bieden een unieke inkijk in de sociale spanningen van die tijd. Corruptie door functionarissen (zoals marktmeesters) en bevoordeling van de politie werden door de hongerende bevolking als een groot onrecht ervaren. Dat deze vrouwen de moed hadden om officieel hun beklag te doen bij "den Directeur", getuigt van hun wanhoop en verontwaardiging over het feit dat de weinige beschikbare vis ("ger. aal" oftewel gerookte aal) letterlijk voor hun neus naar "achteren in de loods" verdween voor eigen gebruik door de autoriteiten.