Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 269
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief/memorandum).

26 juli 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke Dienst voor de Vischverdeeling). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (ter plaatse).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief/memorandum). 26 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke Dienst voor de Vischverdeeling). De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (ter plaatse). 46b/22/4M. [stempel: RP.] 26 Juli 1943.

Vischverdeeling
J. Coenra.

Den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 dezer om advies ontvangen stuk no. 560 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat verzoeken van adressant meermalen in de Commissie voor de vischverdeeling zijn behandeld en afgewezen.
Adressant is in den versche vischhandel geheel onbekend, ook onder den naam van "Rooie Gerrit", zoodat hij daarom niet in de vischverdeeling kon worden opgenomen. Van Coenra is slechts bekend, dat hij in de basisjaren 1939/1940 en daarvoor met haring heeft gehandeld.
Ik geef U in overweging den adressant te doen berichten, dat geen termen aanwezig zijn om hem nu nog in de verdeeling van visch op te nemen.

De Directeur, Dit document illustreert de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting.

  • Uitsluitingsmechanisme: De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de aanvrager, J. Coenra, niet kan bewijzen dat hij in de "basisjaren" 1939/1940 reeds in de verse vis handel zat. Het distributiestelsel was gebaseerd op de situatie van vlak voor de oorlog; wie toen geen erkende handelaar was in een specifieke branche, kwam tijdens de oorlog niet in aanmerking voor toewijzingen.
  • Informele vs. Formele economie: Het vermelden van de bijnaam "Rooie Gerrit" suggereert dat Coenra wellicht een bekende verschijning was (mogelijk een straathandelaar), maar omdat hij alleen met haring handelde en niet met "versche visch", wordt hij door de commissie niet als vakman in die sector erkend.
  • Bestuurlijke toon: De brief is geschreven in een zeer formele, afstandelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "geen termen aanwezig zijn"), wat typerend is voor de Nederlandse administratie die onder de bezetter bleef doorfunctioneren. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. Alles was op de bon en de handel werd tot in het kleinste detail gereguleerd door de distributiediensten om zwarte handel tegen te gaan en de officiële rantsoenering te handhaven (en om de afvoer naar Duitsland te beheersen).

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale lokale figuur die verantwoordelijk was voor de eerlijke verdeling van de schaarse goederen in een gemeente. De "Commissie voor de vischverdeeling" fungeerde als een filter om te bepalen welke handelaren recht hadden op een deel van de beschikbare aanvoer. Voor kleine handelaren zoals "Rooie Gerrit" betekende een dergelijke afwijzing vaak dat zij hun legale bron van inkomsten verloren, aangezien de vrije handel nagenoeg niet meer bestond. J. Coenra

Samenvatting

Dit document illustreert de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting.

  • Uitsluitingsmechanisme: De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de aanvrager, J. Coenra, niet kan bewijzen dat hij in de "basisjaren" 1939/1940 reeds in de verse vis handel zat. Het distributiestelsel was gebaseerd op de situatie van vlak voor de oorlog; wie toen geen erkende handelaar was in een specifieke branche, kwam tijdens de oorlog niet in aanmerking voor toewijzingen.
  • Informele vs. Formele economie: Het vermelden van de bijnaam "Rooie Gerrit" suggereert dat Coenra wellicht een bekende verschijning was (mogelijk een straathandelaar), maar omdat hij alleen met haring handelde en niet met "versche visch", wordt hij door de commissie niet als vakman in die sector erkend.
  • Bestuurlijke toon: De brief is geschreven in een zeer formele, afstandelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "geen termen aanwezig zijn"), wat typerend is voor de Nederlandse administratie die onder de bezetter bleef doorfunctioneren.

Historische Context

In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. Alles was op de bon en de handel werd tot in het kleinste detail gereguleerd door de distributiediensten om zwarte handel tegen te gaan en de officiële rantsoenering te handhaven (en om de afvoer naar Duitsland te beheersen).

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale lokale figuur die verantwoordelijk was voor de eerlijke verdeling van de schaarse goederen in een gemeente. De "Commissie voor de vischverdeeling" fungeerde als een filter om te bepalen welke handelaren recht hadden op een deel van de beschikbare aanvoer. Voor kleine handelaren zoals "Rooie Gerrit" betekende een dergelijke afwijzing vaak dat zij hun legale bron van inkomsten verloren, aangezien de vrije handel nagenoeg niet meer bestond.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen