Getypte brief op officieel briefpapier (of doorslag daarvan).
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier (of doorslag daarvan). 6 augustus 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de gemeente Amsterdam (namens J.L. Strak). De heer J. Coenra, Haarlemmer Houttuinen 68 A III, Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:] Marktw 80 [gevolgd door een onleesbaar symbool]
Amsterdam, 6 Augustus 1943.
No. 560 L.M. -1943-
Aan den heer J.Coenra,
Haarlemmer Houttuinen 68 A III
A_L_H_I_E_R(C).
[Paars stempel links:] No. 46 6/22/5 M. 1943 7/s
[Rechtsboven het adres, handgeschreven parafen en aantekeningen in potlood]
In antwoord op Uw schrijven van 13 Juli j.l. deel ik U mede, dat toewijzingen voor visch, ingevolge de getroffen regeling door de Commissie voor de Vischverdeeling, slechts worden gegeven aan hen, die in de basisjaren 1939/1940 kleinhandelaar in die vischsoorten waren, die onder de vischverdeeling vallen.
Blijkens het bij Marktwezen ingesteld onderzoek is bekend dat U in de basisjaren 1939/1940 en daarvoor slechts met haring hebt gevent.
U kunt derhalve niet in de vischverdeeling worden opgenomen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) J.L.Strak.
[Rechtsonder, handgeschreven paraaf] In deze brief wordt een formeel besluit medegedeeld aan de heer J. Coenra. Hij had blijkbaar verzocht om opgenomen te worden in de officiële distributieregeling voor vis. De gemeente Amsterdam wijst dit verzoek echter af.
De argumentatie is strikt bureaucratisch: men hanteert de "basisjaren" 1939/1940 (vóór of aan het begin van de bezetting) als ijkpunt. Omdat uit onderzoek van de afdeling Marktwezen is gebleken dat de heer Coenra destijds alleen een haringventer was ("slechts met haring hebt gevent"), en haring blijkbaar anders werd geclassificeerd of niet onder de algemene visverdeeling viel waar hij nu aanspraak op wilde maken, komt hij niet in aanmerking voor een nieuwe toewijzing.
De brief is ondertekend namens J.L. Strak. Jan Leendert Strak was tijdens de bezettingsjaren wethouder in Amsterdam en stond bekend als collaborateur (NSB-lid). Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (augustus 1943). Nederland verkeerde in een schaarste-economie waarbij bijna alle levensmiddelen op de bon waren of via strikte distributielijsten werden verdeeld.
De "Commissie voor de Vischverdeeling" was een van de vele organen die door de bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat werden ingezet om de voedselvoorziening te controleren en te rantsoeneren. Door de toevoer van vis aan banden te leggen, werd getracht zwarte handel tegen te gaan, maar dit betekende ook dat kleine handelaren wiens nering niet precies binnen de vooraf opgestelde definities viel, brodeloos konden worden.
Het gebruik van de jaren 1939/1940 als referentiepunt was een gangbare methode om de handel te "bevriezen" zoals die voor de oorlog was, om zo speculanten en nieuwe gelukszoekers in de schaarste-markt uit te sluiten. Voor de heer Coenra betekende dit dat zijn beroepshistorie als haringventer hem in de weg stond om in andere vissoorten te mogen handelen onder het distributiestelsel.