J. Coenra
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 34
J. Coenra was een viskoopman en -ontvanger actief in Amsterdam. Hij verhandelde zoetwatervis, garnalen en aal. In 1942 werd hij ontheven van zijn recht om ongepelde garnalen in te kopen vanwege straathandel en overtreding van distributieregels voor aardbeien. Hij verzoekte herhaaldelijk (1942-1943) om de visdistributie over te nemen van zijn vader, G. Coenra, maar werd door de Commissie voor de Vischverdeeling afgewezen omdat hij niet kon bewijzen dat hij in 1939/1940 al actief was. In juli 1943 werd hij formeel uitgesloten van de visdistributie. Hij was gevestigd in Wijk 9 in 1942.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Deze brief is een disciplinaire maatregel tegenover een handelaar, de heer J. Coenra. De kern van de boodschap is dat de man per direct zijn recht verliest om ongepelde garnalen in te kopen bij de Amsterdamse visafslag. De reden hiervoor is tweeledig: ten eerste hield hij zich bezig met de straathandel (venten) van een ander product (aardbeien) waarvoor hij waarschijnlijk geen vergunning had binnen dit specifieke kanaal, en ten tweede – en dat wordt zwaarder aangerekend – pleegde hij een economisch delict door deze aardbeien boven de vastgestelde maximumprijs te verkopen. De toon is kortaf, zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit deze periode. Het document illustreert hoe de controle op de distributieketen werd ingezet als sanctiemiddel.
Getypt afschrift van een brief.
In deze brief verzoekt J. Coenra om de officiële status van viskoopman over te nemen van zijn vader, G. Coenra. De vader is na meer dan 55 jaar gedwongen te stoppen vanwege ouderdomskwalen en fysieke uitputting. Een opvallend element in de tekst is de vermelding van de bijnaam "Rooie Gerrit". De schrijver merkt op dat de familienaam Coenra wellicht onbekend is in de officiële registers, maar dat de vader onder zijn roepnaam een gevestigde waarde is op de vismarkt. Dit argument wordt gebruikt om de rechtmatige plek op de "verdeelingslijsten" (distributielijsten) op te eisen voor diverse vissoorten zoals garnalen en aal.
Handgeschreven verzoekschrift op een kaart.
Dit document is een officieel verzoek van een vishandelaar, J. Coenra, om opnieuw te worden opgenomen in de distributielijsten voor vis. De schrijver legt uit dat hij sinds het najaar van 1941 wegens ziekte zijn handel niet heeft kunnen uitoefenen. De vermelding van specifieke producten zoals "zoetwatervisch, garnalen en aal" duidt op een gespecialiseerde handel. De administratieve krabbels bovenin zijn interessant: * **"46A/60/2 M"**: Dit lijkt een dossiernummer of categorisering. * **"14/4/42"**: De datum waarop het verzoek waarschijnlijk is afgehandeld of geregistreerd door de commissie. * **"N.H. afw"**: Dit zou kunnen staan voor "Niet Hoofdberoep" of een afkorting voor een specifieke regio (Noord-Holland) gevolgd door "afgewezen" of "afwachtend". Gezien de context van de oorlogstijd en de strikte regulering, was "afw." vaak een ambtelijke afkorting voor een besluit.
Brief (doorslag/officieel schrijven)
* **Inhoud:** De brief is een formele afwijzing van een verzoek om een toewijzing van zoetwatervis. De ontvanger, de heer J. Coenra, had hier op 27 maart 1942 om verzocht. * **Besluitvorming:** De beslissing is genomen op basis van een onderzoek door een specifieke commissie die was ingesteld door de "Visscherijcentrale". * **Toon:** De toon is ambtelijk, zakelijk en resoluut. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing gegeven, behalve dat de commissie heeft geoordeeld dat de aanvrager niet in aanmerking komt. * **Administratieve kenmerken:** Het document bevat een dossiernummer (46A/60/2 M.) en een wijkindeling (Wijk 9), wat duidt op een strak georganiseerde administratie tijdens de bezettingsjaren.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
In deze brief verzoekt J. Coenra om opnieuw te worden opgenomen in de officiële visverdelingsregeling. Hij voert aan dat hij al tien jaar met zijn vader heeft samengewerkt en diens wijk heeft overgenomen nu zijn vader (G. Coenra) wegens ouderdom is gestopt. De kern van zijn probleem is dat hij eerder zijn toewijzingen voor diverse soorten vis is kwijtgeraakt, totdat hij alleen nog garnalen mocht verkopen, wat financieel niet rendabel was. Een opvallend detail is Coenra's verklaring voor de administratieve problemen: hij suggereert dat zij in de handel altijd bekend stonden onder hun bijnaam "Rooie Gerrit" in plaats van hun eigenlijke achternaam, wat mogelijk tot fouten in de registratie heeft geleid. De ambtelijke kanttekeningen op de brief zijn onverbiddelijk. Er staat duidelijk "afwijzen" en "geen recht op visch". De aantekeningen onderaan onthullen meer over de situatie van de aanvrager: hij was al sinds juli 1942 uitgesloten van de verdeling en werd blijkbaar afgekeurd voor de *Arbeitseinsatz* in Duitsland. Op het moment van schrijven handelde hij blijkbaar noodgedwongen in tweedehands goederen.
Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief.
* **Inhoud:** De brief is een negatief advies van de Commissie voor de Vischverdeeling over een aanvraag van een zekere J. Coenra. De commissie stelt dat hij niet in aanmerking komt voor het recht om vis te verhandelen binnen het vigerende distributiesysteem. * **Argumentatie:** De afwijzing rust op het feit dat de aanvrager onbekend is in de handel van *verse* vis. Hoewel hij vóór de oorlog ("basisjaren 1939/1940") in haring handelde, wordt dit niet als voldoende kwalificatie gezien voor de huidige regeling. De vermelding van zijn bijnaam „Rooie Gerrit” suggereert dat de commissie grondig heeft nagezocht of hij onder een andere naam wel bekendstond in de branche. * **Stijl en Taal:** Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de jaren veertig. De spelling volgt de toenmalige norm (bijv. "visch", "zoodat").
Ambtelijke correspondentie (brief/memorandum).
Dit document illustreert de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de Duitse bezetting. * **Uitsluitingsmechanisme:** De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de aanvrager, J. Coenra, niet kan bewijzen dat hij in de "basisjaren" 1939/1940 reeds in de *verse* vis handel zat. Het distributiestelsel was gebaseerd op de situatie van vlak voor de oorlog; wie toen geen erkende handelaar was in een specifieke branche, kwam tijdens de oorlog niet in aanmerking voor toewijzingen. * **Informele vs. Formele economie:** Het vermelden van de bijnaam "Rooie Gerrit" suggereert dat Coenra wellicht een bekende verschijning was (mogelijk een straathandelaar), maar omdat hij alleen met haring handelde en niet met "versche visch", wordt hij door de commissie niet als vakman in die sector erkend. * **Bestuurlijke toon:** De brief is geschreven in een zeer formele, afstandelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "geen termen aanwezig zijn"), wat typerend is voor de Nederlandse administratie die onder de bezetter bleef doorfunctioneren.
Getypte distributie- of rantsoeneringslijst met handgeschreven annotaties en rode doorhalingen.
* **Doel van het document:** Dit is een werkdocument voor de verdeling van vis (aal en snoekbaars) onder handelaren in Amsterdam en omstreken. De genoemde hoeveelheden (vaak 20 of 40 kg) suggereren dat dit een groothandels- of distributielijst is. * **Betekenis van de rode strepen:** De systematische rode doorhalingen van namen zijn een indicatie van uitsluiting. Gezien de aanwezigheid van veel Joodse familienamen (zoals Elsas, Ereira, Fransman, Goudeketting, Cohen, Groenteman) onder de doorgehaalde namen, is dit hoogstwaarschijnlijk een lijst waarbij Joodse handelaren uit de distributieketen werden verwijderd als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen tijdens de bezetting. * **Handgeschreven wijzigingen:** Het document is actief bijgehouden. Er zijn namen toegevoegd (o.a. 'Commandeur Marken', 'Nic Goedhart') en hoeveelheden zijn aangepast (bijv. bij 'A. de Groot' is 40 veranderd in 80). Dit wijst op een dynamisch distributieproces waarbij de beschikbare vis van de geschrapte handelaren werd herverdeeld onder de overblijvende namen.
Handgeschreven verzoekschrift / bezwaarschrift
In deze brief uit mei 1944 wendt een Amsterdamse visverkoper/handelaar zich tot een onbekende instantie (waarschijnlijk het Marktwezen of de distributiedienst) om herstel van zijn vis-toewijzing te verzoeken. De kern van het geschil ligt in een incident uit juni 1942. De schrijver werd destijds van de distributielijst geschrapt omdat hij werd beschuldigd van illegale straathandel (venten) en prijsopdrijving met aardbeien. De schrijver verdedigt zich door te stellen dat hij enkel hand- en spandiensten verrichtte (transport voor f 5,-) omdat er op die dag geen garnalen leverbaar waren. De toon van de brief is wanhopig en dwingend. Hij wijst op zijn penibele financiële situatie en zijn gezondheidstoestand: hij lijdt aan "vallende ziekte" (epilepsie), waardoor hij is vrijgesteld van de *Arbeitseinsatz* in Duitsland, maar tegelijkertijd beperkt is in zijn arbeidsmogelijkheden. De brief culmineert in een dreigement of noodkreet: zonder toewijzing ziet hij zich genoodzaakt de criminaliteit of de zwarte handel in te gaan.
Archieflijst-vermeldingen
Getypte lijst met handgeschreven correcties.
| J. Coenra | 6-2-15 | Haarl. Houttuinen 139 I | sinds 1/7/42 voor onbep. tijd (46A/321/26) |
Koopliedenlijsten
Waterlooplein — standplaats sinds 1/7/42 voor onbep
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE Den Heer P. Hoekhouder v. Marktwezen. Jan v. Galenstraat 14.
# TRANSCRIPTIE J.J. Koentjes. Bloemstraat 62 alhier. R A P P O R T -----------------
- 3 -
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin:] J. Brouwer
# TRANSCRIPTIE C. J. Tounis. Lindengracht 211 II J. van Velzen Weesperstraat 125 II M. v. Wijk Bellamystr. 22 III J. S. v. d. Zwaan Burg. Tellegenstr. 70 h