Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 maart 1943. J. Coenra, wonende aan de Haarlemer Houttuinen 68 A III, Amsterdam. Vermoedelijk een gemeentelijke instantie of het Bureau Visverdelingsregeling. [Linksboven in potlood:] ~~Inschrijven~~
[Bovenaan gestempeld:] No. 466/22/1 M. 1943 10/3
[Rechtsboven:] 642
[Rechtsboven in potlood:] afwijzen / geen recht op visch
Amsterdam 2 Maart ’43
Wel-Ed. Heer,
Aangezien ik zoo ongeveer 10 jaar met mijn vader G. Coenra meeloopt met de vischkar verzoek ik u beleefd om mij wederom in te schrijven op de lijst van de vischverdeeling Mijn vader is met handelen opgehouden wegens ouderdom en ik heb de wijk overgenomen. Doch het venten is afgedaan en zou ik naar de markt kunnen gaan Ik ben reeds eerder ingedeeld geweest, doch toen werd mij eerst het een en toen het ander ontnomen zoodat ik alleen een toewijzing voor garnalen overhield waarvan ik, (zooals u wel zult begrijpen) niet kon bestaan. Doch ook mijn vader kreeg geen toewijzing en dat betreft hier toch een man die al 57 jaar vischkoopman is Maar dit feit zal wel hierin gelegen zijn, dat mijn vader en ik nimmer bij ons naam werden genoemd, doch altijd een bijnaam hebben gehad van Rooie Gerrit. Wanneer hierna eens werd geinformeerd, zou er geen twijfel meer bestaan of ook wij kwamen op de verdeelingslijsten van alle soorten visch voor. Hopende zoo spoedig mogelijk een gunstig antwoord van u te mogen ontvangen zoo teeken ik,
Hoogachtend,
J. Coenra
Haarl. Houttuinen 68 A III
[Linksonder in potlood/pen:]
Is 1 Juli ’42 uitgesloten de verdeeling.
Stukken bijgevoegd 3-3-’43 detter [onleesbaar]
Is afgekeurd voor Deutschland.
Handelt thans in 2e hands goederen [?]
Heeft vergunning voor alle soorten visch.
[Rechtsonder in potlood/pen:]
Heeft leveringsbewijs gehad van 1939 ± 2 jaar. In deze brief verzoekt J. Coenra om opnieuw te worden opgenomen in de officiële visverdelingsregeling. Hij voert aan dat hij al tien jaar met zijn vader heeft samengewerkt en diens wijk heeft overgenomen nu zijn vader (G. Coenra) wegens ouderdom is gestopt. De kern van zijn probleem is dat hij eerder zijn toewijzingen voor diverse soorten vis is kwijtgeraakt, totdat hij alleen nog garnalen mocht verkopen, wat financieel niet rendabel was.
Een opvallend detail is Coenra's verklaring voor de administratieve problemen: hij suggereert dat zij in de handel altijd bekend stonden onder hun bijnaam "Rooie Gerrit" in plaats van hun eigenlijke achternaam, wat mogelijk tot fouten in de registratie heeft geleid.
De ambtelijke kanttekeningen op de brief zijn onverbiddelijk. Er staat duidelijk "afwijzen" en "geen recht op visch". De aantekeningen onderaan onthullen meer over de situatie van de aanvrager: hij was al sinds juli 1942 uitgesloten van de verdeling en werd blijkbaar afgekeurd voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Op het moment van schrijven handelde hij blijkbaar noodgedwongen in tweedehands goederen. Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van een strikte distributie van schaarse goederen, waaronder voedsel zoals vis. Om legaal vis te mogen inkopen en verkopen op de markt of aan de deur (venten), moest een handelaar geregistreerd staan bij de officiële instanties.
De uitsluiting van de familie Coenra van de visverdeling vanaf juli 1942 is veelzeggend. Hoewel de brief dit niet expliciet vermeldt, vallen de maatregelen tegen viskleinhandelaren in Amsterdam in deze periode vaak samen met de systematische uitsluiting van Joodse ondernemers van markten en uit de distributieketen. De achternaam Coenra (mogelijk een variant van Coenraad of de Sefardische naam Coenraads) en de locatie (Haarlemmer Houttuinen, een buurt met veel kleine zelfstandigen nabij de Jodenbuurt) passen in dit beeld van de economische uitsluiting tijdens de bezetting. De afwijzing van het verzoek, ondanks een bewijs van jarenlange ervaring, illustreert de starheid van het bureaucratische apparaat onder de bezetter. G. Coenra J. Coenra