Brief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie) 26 juli 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Commissie voor de vischverdeeling) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (ter plaatse, "Alhier") 46b/22/4M.
Verzonden 26/7 Imp [handgeschreven]
RP.
26 Juli 1943.
Vischverdeeling
J.Coenra.
Den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw
kantbrief d.d. 21 dezer om advies ontvangen
stuk no. 560 L.M. 1943 heb ik de eer U te
berichten, dat verzoeken van adressant meer-
malen in de Commissie voor de vischverdee-
ling zijn behandeld en afgewezen.
Adressant is in den versche visch-
handel geheel onbekend, ook onder den naam
van "Rooie Gerrit", zoodat hij daarom niet
in de vischverdeeling kon worden opgenomen.
Van Coenra is slechts bekend, dat hij in de
basisjaren 1939/1940 en daarvoor met haring
heeft gehandeld.
Ik geef U in overweging den adres-
sant te doen berichten, dat geen termen aan-
wezig zijn om hem nu nog in de verdeeling van
visch op te nemen.
De Directeur, In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke of regionale distributie-instantie) op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het gaat om een verzoek van een zekere J. Coenra, ook wel bekend als "Rooie Gerrit", die opgenomen wil worden in het systeem voor de verdeling van verse vis.
De directeur adviseert negatief. Hij voert aan dat de Commissie voor de visverdeeling dergelijke verzoeken van Coenra al vaker heeft afgewezen. De reden hiervoor is dat Coenra geen achtergrond heeft in de handel in verse vis. Uit de administratie over de "basisjaren 1939/1940" (de periode vlak voor en aan het begin van de oorlog die als referentiekader diende) blijkt dat hij destijds enkel in haring handelde. Omdat hij niet als erkende handelaar in verse vis wordt beschouwd, heeft hij volgens de directeur geen recht op een toewijzing in de huidige schaarste-economie. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiestelsel voor vrijwel alle levensmiddelen, waaronder vis. De overheid controleerde de volledige keten van aanvoer tot verkoop om de schaarse goederen zo "eerlijk" mogelijk te verdelen en de zwarte handel te bestrijden.
Om in aanmerking te komen voor distributiequota als handelaar, moest men kunnen bewijzen dat men al voor de oorlog (de referentieperiode 1939-1940) op professionele wijze in die specifieke branche werkzaam was. Deze brief illustreert hoe strikt deze regels werden toegepast: omdat J. Coenra voorheen enkel in haring (vaak gezouten of gerookt) handelde, werd hij uitgesloten van de markt voor verse vis. Dergelijke administratieve beslissingen bepaalden in die tijd het bestaansrecht van kleine ondernemers.