Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 485
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (rekest/verzoekschrift).

24 april 1943 (met marginale notitie 27/4). Van: Johannes Fredrich Bokelman (geboren 30-05-1873), wonende Oude Schans 20-II, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (rekest/verzoekschrift). 24 april 1943 (met marginale notitie 27/4). Johannes Fredrich Bokelman (geboren 30-05-1873), wonende Oude Schans 20-II, Amsterdam. Noot: De spelling en interpunctie uit het origineel zijn aangehouden, inclusief fonetische schrijfwijzen.

[Koptekst linksboven:]
Ventvergunning ingeleverde wegens
marktplaats alle soorten visch.

[Koptekst rechtsboven:]
Amsterdam. 24/4 43.
27/4

No. 46/124/1 M. 1943

WelEd: Heer.

Ondergeteekende Johannes Fredrich
Bokelman Geb: 30/5 - 73 Amsterdam
Woondende Oude Schans 20 II Alhier
edelheer. u moet weten dat ik aan
mijn verplichten jegens de Markten
en betaalhandel moet ik allen plichten
betalen maar u moet weten ik
krijg geen rechten. ik had voor de Oorlog
een standplaats heeft gehad op de
plaats van het Oudenlieden huis
aan de Roeterstraat daar heb ik
verkocht allen soorten Visch gerookt
zooals gebakken mijn leverers waren
Wies Steur. Holling ende Groot
Heemg: Klein. Gerritsen en de Haan.
Nu kan bij al die menschen in
informeeren ik betaalden contant
en kreeg bewijs. geen. dat
waren Bokking poal Haring gebakken
visch. mosselen en diverse ik
heb 15 jaar daar gestaan maar ik nu
in moeielijkheden want mijn jongste
zoon is naar Duijts gestuurd voor
Replasalie dat was mijn eenigste
kostwinner. Zodoende richt ik tot
u en hopende dat u mijn ook een
bewijsing kunt geven over de afslag
van Amsterdam. Heeben ik Hoog betaald

J F Bokelman w b * Inhoud: De 70-jarige visverkoper Bokelman beklaagt zich over het feit dat hij wel aan zijn financiële verplichtingen jegens de marktautoriteiten moet voldoen, maar daar geen rechten (zoals een vaste standplaats of vergunning) voor terugkrijgt. Hij voert aan dat hij voor de oorlog 15 jaar lang een vaste plek had bij het "Oudenlieden huis" (het huidige H'ART Museum/Hermitage) aan de Roetersstraat.
* Stijl en Taal: De brief is geschreven in een eenvoudig, deels fonetisch Nederlands ("Duijts" voor Duitsland, "Replasalie" voor represaille, "bewijsing" voor bewijs). De schrijver hanteert een eerbiedige toon ("WelEd: Heer", "edelheer") maar uit tegelijkertijd zijn wanhoop.
* Sociaal-economische details: Hij noemt een reeks leveranciers (o.a. Steur uit Volendam) om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De kern van zijn probleem is financieel: zijn jongste zoon, de enige kostwinner, is weggevoerd. * Oorlogstijd: De brief is geschreven in april 1943, een grimmige periode in bezet Amsterdam. De verwijzing naar de zoon die naar "Duijts" (Duitsland) is gestuurd voor "Replasalie" (represaille) duidt waarschijnlijk op de gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz). In deze periode werden steeds meer Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
* Locatie: De Oude Schans lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel Bokelman zelf waarschijnlijk niet Joods was (gezien zijn achternaam en het feit dat hij in 1943 nog een verzoekschrift kon indienen), was de buurt op dat moment grotendeels leeggehaald door deportaties.
* De Visafslag: De "afslag van Amsterdam" verwijst naar de gemeentelijke visafslag waar handelaren hun waar inkochten. Bokelman vraagt waarschijnlijk om een verklaring of kwijtschelding van gelden die hij daar "hoog betaald" heeft, nu zijn inkomen door het wegvallen van zijn zoon is verdampt.

Samenvatting

  • Inhoud: De 70-jarige visverkoper Bokelman beklaagt zich over het feit dat hij wel aan zijn financiële verplichtingen jegens de marktautoriteiten moet voldoen, maar daar geen rechten (zoals een vaste standplaats of vergunning) voor terugkrijgt. Hij voert aan dat hij voor de oorlog 15 jaar lang een vaste plek had bij het "Oudenlieden huis" (het huidige H'ART Museum/Hermitage) aan de Roetersstraat.
  • Stijl en Taal: De brief is geschreven in een eenvoudig, deels fonetisch Nederlands ("Duijts" voor Duitsland, "Replasalie" voor represaille, "bewijsing" voor bewijs). De schrijver hanteert een eerbiedige toon ("WelEd: Heer", "edelheer") maar uit tegelijkertijd zijn wanhoop.
  • Sociaal-economische details: Hij noemt een reeks leveranciers (o.a. Steur uit Volendam) om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. De kern van zijn probleem is financieel: zijn jongste zoon, de enige kostwinner, is weggevoerd.

Historische Context

  • Oorlogstijd: De brief is geschreven in april 1943, een grimmige periode in bezet Amsterdam. De verwijzing naar de zoon die naar "Duijts" (Duitsland) is gestuurd voor "Replasalie" (represaille) duidt waarschijnlijk op de gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz). In deze periode werden steeds meer Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
  • Locatie: De Oude Schans lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel Bokelman zelf waarschijnlijk niet Joods was (gezien zijn achternaam en het feit dat hij in 1943 nog een verzoekschrift kon indienen), was de buurt op dat moment grotendeels leeggehaald door deportaties.
  • De Visafslag: De "afslag van Amsterdam" verwijst naar de gemeentelijke visafslag waar handelaren hun waar inkochten. Bokelman vraagt waarschijnlijk om een verklaring of kwijtschelding van gelden die hij daar "hoog betaald" heeft, nu zijn inkomen door het wegvallen van zijn zoon is verdampt.

Locaties

Amsterdam.