Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 617
Dossier 27
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief/rapport (doorslag), bladzijde 2.

Het document noemt 5 mei 1943 als ingangsdatum van de schorsing.

Origineel

Getypte brief/rapport (doorslag), bladzijde 2. Het document noemt 5 mei 1943 als ingangsdatum van de schorsing. - 2 -

met de zaak te maken hebben.
De visch in deze mand was gedeeltelijk be-
dorven en is door den Keurmeester afgekeurd. Vrees Sr.
geeft toe, dat het aan zijn schuld is te wijten, dat de
visch in bedorven toestand kwam te verkeeren doordat hij
deze te lang heeft vastgehouden. Hij geeft verder toe, dat
hij door visch van Ymuiden te betrekken, de bepalingen
van het 2e Uitvoeringsbesluit heeft overtreden.
P. Vrees Sr., wonende Korte Prinsengracht 25 I,
marktplaats Lindengracht is in de verdeeling opgenomen
voor 2 x zoetwatervisch; 2 x aal; 1 x zeevisch; 4 k. onge-
pelde garnalen; 4 k. gepelde garnalen en 1 x ger.visch.
P. Vrees Jr., wonende Van Woustraat 136 I,
winkel Van Woustraat 136 is in de verdeeling opgenomen
voor 2 x zoetwatervisch; 2 x aal; 1 x zeevisch; 3 k. onge-
pelde garnalen; 4 x gepelde garnalen; 1 x ger. aal en 1 x
ger.visch.
De beide heeren Vrees zijn door mij voorloopig,
in afwachting van de beslissing van den Burgemeester, van
de verdeeling geschorst, zulks met ingang van 5 Mei 1943.
Ik geef U beleefd in overweging te willen be-
vorderen, dat P. Vrees Sr. bij besluit van den Burgemeester
voor den tijd van 6 maanden van de verdeeling van visch
wordt uitgesloten, in de eerste plaats wegens het betrekken
van visch buiten de verdeeling om en ten tweede, door deze
visch zoo lang te bewaren, dat ze in bedorven staat kwam
te verkeeren. Ten aanzien van Vrees Jr. moet worden opge-
merkt, dat deze wellicht formeel argumenten kan aanvoeren,
die ertoe zouden kunnen leiden om hem een lichte straf op
te leggen. Naar mijn meening staat echter vast, dat Vrees
Jr. eveneens in de zaak is betrokken, doordat de visch in
zijn winkel is opgeslagen en hij dus aan het doen bederven
der visch mede schuldig is. Het is trouwens niet aan te
nemen, dat Vrees Jr. niet op de hoogte zou zijn van de
daden van zijn vader; door een en ander heeft hij den
goeden gang van zaken van de verdeeling verstoord; ik geef
U in overweging hem voor den tijd van 3 maanden van de
verdeeling uit te sluiten.

De Directeur, Dit document is het tweede blad van een officieel rapport, opgesteld door een directeur (waarschijnlijk van de plaatselijke visafslag of distributiedienst) aan een hogere autoriteit (mogelijk de wethouder of direct aan de burgemeester).

De kern van de zaak is een overtreding van het 2e Uitvoeringsbesluit betreffende de visdistributie. Twee visboeren, P. Vrees Sr. (gevestigd op de Lindengracht) en zijn zoon P. Vrees Jr. (gevestigd in de Van Woustraat), hebben buiten de officiële kanalen om vis uit IJmuiden (toen gespeld als "Ymuiden") betrokken. Omdat deze vis niet via de officiële "verdeeling" liep en bovendien te lang bewaard werd, is een deel van de partij bedorven geraakt en afgekeurd door de keurmeester.

De directeur adviseert de burgemeester om beide heren te straffen door hen tijdelijk uit te sluiten van het distributiesysteem (de toewijzing van visvoorraden). Voor de vader wordt een uitsluiting van 6 maanden voorgesteld, voor de zoon 3 maanden. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en was er een strikt distributiesysteem van kracht om de zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren.

Overtredingen van distributieregels werden zwaar opgenomen. Het betrekken van goederen "buiten de verdeeling om" was een vorm van economisch delict. De controle hierop werd uitgevoerd door keurmeesters en ambtenaren van de distributiediensten. De burgemeester had in die tijd een belangrijke rol in de handhaving van deze economische maatregelen. Dat de vis bovendien bedorven was, maakte de zaak ernstiger, aangezien voedselverspilling in oorlogstijd als een misdaad tegen de gemeenschap werd gezien.

Samenvatting

Dit document is het tweede blad van een officieel rapport, opgesteld door een directeur (waarschijnlijk van de plaatselijke visafslag of distributiedienst) aan een hogere autoriteit (mogelijk de wethouder of direct aan de burgemeester).

De kern van de zaak is een overtreding van het 2e Uitvoeringsbesluit betreffende de visdistributie. Twee visboeren, P. Vrees Sr. (gevestigd op de Lindengracht) en zijn zoon P. Vrees Jr. (gevestigd in de Van Woustraat), hebben buiten de officiële kanalen om vis uit IJmuiden (toen gespeld als "Ymuiden") betrokken. Omdat deze vis niet via de officiële "verdeeling" liep en bovendien te lang bewaard werd, is een deel van de partij bedorven geraakt en afgekeurd door de keurmeester.

De directeur adviseert de burgemeester om beide heren te straffen door hen tijdelijk uit te sluiten van het distributiesysteem (de toewijzing van visvoorraden). Voor de vader wordt een uitsluiting van 6 maanden voorgesteld, voor de zoon 3 maanden.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en was er een strikt distributiesysteem van kracht om de zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren.

Overtredingen van distributieregels werden zwaar opgenomen. Het betrekken van goederen "buiten de verdeeling om" was een vorm van economisch delict. De controle hierop werd uitgevoerd door keurmeesters en ambtenaren van de distributiediensten. De burgemeester had in die tijd een belangrijke rol in de handhaving van deze economische maatregelen. Dat de vis bovendien bedorven was, maakte de zaak ernstiger, aangezien voedselverspilling in oorlogstijd als een misdaad tegen de gemeenschap werd gezien.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de straatnamen: Korte Prinsengracht Lindengracht Van Woustraat).

Gerelateerde Documenten 1