Handgeschreven brief/verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift. 13 mei 1943. [Linksboven:]
R. P.
13 Mei 43.
[Rechtsboven:]
13 - 5 - 43.
[Paraaf]
862
[Midden, gestempeld en overgeschreven:]
No. 46 6/19 1/1 M. 1943 17/5
46 6/19 1/2
Geachte Mijnheer
Ik heb bericht gekregen dat ik voor den
15 Mei het marktgeld moet voldoen,
maar dat is mij nu ik niets meer
op den markt verdien onmogelijk
en toch zou ik dolgraag mijn vaste
plaats willen behouden. Ik krijg
alleweken f 10 van mijn man gestuurd
en Mijn oudste dochtertje verdiend f 7
dus van f 17 moet ik met 4 kinderen
wekelijksch rond komen. Nu
had ik een beleefd doch vriendelijk
verzoek zou ik niet een toewijzing
[brief breekt hier af] * Kern van het schrijven: De schrijfster verzoekt om uitstel of kwijtschelding van het "marktgeld" (staangeld voor een marktkoopman/-vrouw). Ze verkeert in een precaire financiële situatie en vreest haar vaste standplaats te verliezen omdat ze de kosten niet kan dragen nu de inkomsten uit de markt zijn opgedroogd.
* Financiële gegevens: Het gezin moet rondkomen van 17 gulden per week (10 gulden van de man, 7 gulden verdiend door de oudste dochter). Met dit bedrag moet een huishouden van ten minste vijf personen (moeder en vier kinderen) worden onderhouden.
* Toon: De brief is geschreven in een eerbiedige, bijna smekende toon ("beleefd doch vriendelijk verzoek"), wat typerend is voor de interactie tussen burgers en autoriteiten in die tijd. * Historische context: Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economische omstandigheden waren zwaar; veel goederen waren op de bon en de handel op de markten was sterk beperkt of nagenoeg stilgevallen.
* Persoonlijke context: Dat de man f 10 "stuurt", suggereert dat hij niet thuis is. In 1943 werden veel Nederlandse mannen tewerkgesteld in Duitsland (Arbeitseinsatz). Het feit dat een jong "dochtertje" moet bijverdienen om het gezin te onderhouden, onderstreept de armoede.
* Administratieve context: De stempels "R.P." en de complexe nummering duiden op een ambtelijke verwerking, mogelijk door de Rijks-Politie of een gemeentelijke marktdienst. De brief is een getuigenis van de bureaucratische realiteit waarin burgers, ondanks de oorlogsomstandigheden, aan hun financiële verplichtingen jegens de overheid moesten blijven voldoen. Politie