Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 209
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

Van: Hartog Frank (wonende aan de Swammerdamstraat 42-II, Amsterdam)

Origineel

Hartog Frank (wonende aan de Swammerdamstraat 42-II, Amsterdam) No./03/1/1/M. 1943 6/7

Amsterdam. 5/1 1943.

Den Weled. Heer Directeur van het Marktwezen.

Mijnheer.

Ondergetekende verzoekt u beleefd zijn
vader Louis-Frank. Woonende Deijmanstraat 2 II geb.
26/12 1889. toetelaan als hulp bij de verkoop in
de Gaaspstraat mijn plaats nummer is 142.
bij voorbaat mijn dank.

Hoogachtend
Hartog - Frank.

Geb. 31/8 1912.
~~Deijm~~
Swammerdamstraat 42 II
Amsterdam (O)

[Ambtelijke kanttekeningen en notities:]

(Midden links:)
m.i. geen bezwaar.
zie rapport chef marktopp.
13-1-'43
de Heer [Handtekening]

(Onder links:)
H. Frank. pl. 142 Gaaspstraat

Th. van Moerkerken
om advies
7-1-'43
de Heer [Handtekening]

(Linksonder in rood:)
model /03/1/-

(Rechtsonder:)
H. Inspecteur
M.i. geen bezwaar.
11/1-43 [Handtekening] Het betreft een formeel handgeschreven verzoekschrift gericht aan de gemeentelijke dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De opbouw is zakelijk en beleefd. De brief is een voorbeeld van de ambtelijke weg die bewandeld moest worden voor kleine wijzigingen in de bedrijfsvoering op de Amsterdamse markten.

De diverse aantekeningen in de kantlijn en onderaan de brief tonen het bureaucratische proces:
1. Het verzoek wordt ingediend op 5 januari.
2. Op 7 januari wordt advies gevraagd.
3. Op 11 januari geeft een inspecteur akkoord ("geen bezwaar").
4. Op 13 januari volgt de definitieve afhandeling door de heer [naam onleesbaar], na raadpleging van een rapport van de chef marktoezicht. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. De context is hierbij van groot belang: de familie Frank en de locatie Gaaspstraat duiden op een Joodse achtergrond. De markt in de Gaaspstraat was door de bezetter aangewezen als een van de "Joodse markten" in Amsterdam (ingesteld vanaf november 1941), waar uitsluitend Joodse handelaren mochten staan en Joodse burgers mochten kopen.

Dit document illustreert de paradox van het dagelijks leven in die tijd: terwijl de grootschalige deportaties in volle gang waren, hield de gemeentelijke bureaucratie zich nog nauwgezet bezig met de handhaving van marktvergunningen en het verlenen van toestemming voor familieleden om te mogen assisteren bij een marktkraam. Het biedt een inkijkje in de pogingen van Joodse Amsterdammers om onder extreem beperkende maatregelen hun dagelijks brood te blijven verdienen.

Samenvatting

Het betreft een formeel handgeschreven verzoekschrift gericht aan de gemeentelijke dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De opbouw is zakelijk en beleefd. De brief is een voorbeeld van de ambtelijke weg die bewandeld moest worden voor kleine wijzigingen in de bedrijfsvoering op de Amsterdamse markten.

De diverse aantekeningen in de kantlijn en onderaan de brief tonen het bureaucratische proces:
1. Het verzoek wordt ingediend op 5 januari.
2. Op 7 januari wordt advies gevraagd.
3. Op 11 januari geeft een inspecteur akkoord ("geen bezwaar").
4. Op 13 januari volgt de definitieve afhandeling door de heer [naam onleesbaar], na raadpleging van een rapport van de chef marktoezicht.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. De context is hierbij van groot belang: de familie Frank en de locatie Gaaspstraat duiden op een Joodse achtergrond. De markt in de Gaaspstraat was door de bezetter aangewezen als een van de "Joodse markten" in Amsterdam (ingesteld vanaf november 1941), waar uitsluitend Joodse handelaren mochten staan en Joodse burgers mochten kopen.

Dit document illustreert de paradox van het dagelijks leven in die tijd: terwijl de grootschalige deportaties in volle gang waren, hield de gemeentelijke bureaucratie zich nog nauwgezet bezig met de handhaving van marktvergunningen en het verlenen van toestemming voor familieleden om te mogen assisteren bij een marktkraam. Het biedt een inkijkje in de pogingen van Joodse Amsterdammers om onder extreem beperkende maatregelen hun dagelijks brood te blijven verdienen.

Gerelateerde Documenten 1