Archiefdocument
Origineel
26 maart 1943. Bedrijfschap voor Groenten en Fruit, Directie. Bedrijfschap voor Groenten en Fruit
Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage .- Tel. 557480
DIRECTIE No. 105/B/112 M. 1943 24/3
Dict.: KJ. — Typ.:
No. G 40/'43
's-Gravenhage, 26 Maart 1943.
Aan de Veilingen.
Mijne Heeren,
In de laatstgehouden bestuursvergadering van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit is de fustpositie aan de veilingen nogmaals ter sprake gekomen.
Daar op de verschillende veilingen het fust niet uniform is, kan onzerzijds moeilijk een voorschrift worden gegeven voor de hoeveelheid product, welke per kist moet worden aangevoerd. Het is echter van groot belang, dat elke veiling nagaat hoeveel groenten per kist zouden kunnen worden aangevoerd zonder de kwaliteit te schaden, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit, dat — wat de exportproducten betreft — de hoeveelheid per kist zooveel mogelijk gelijk wordt gesteld aan de hoeveelheid, welke per krat bij export is voorgeschreven.
U gelieve in dezen de noodige maatregelen te nemen, zoodat het bij U aanwezige meermalige fust zoo goed mogelijk wordt gebruikt.
Hoogachtend,
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT:
[Handtekening]
Directeur.
27701 / 3 - 27 - 43 - K 998 Deze brief is een officiële circulair van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit aan de Nederlandse veilingen. De kernboodschap is de optimalisatie van het gebruik van "fust" (verpakkingen zoals kisten en kratten).
Het Bedrijfschap constateert dat de gebruikte verpakkingen niet uniform zijn over de verschillende veilingen, wat centrale regelgeving over vulgewichten bemoeilijkt. Toch wordt de veilingen dringend verzocht om de kisten zo vol mogelijk te pakken, mits de kwaliteit behouden blijft. Hierbij moet men streven naar gelijkschakeling met de voorschriften voor exportproducten. Het uiteindelijke doel is een zo efficiënt mogelijk gebruik van het "meermalige fust" (herbruikbare verpakkingen). De toon is zakelijk en dwingend, typerend voor een bestuursorgaan dat de regie voert over een sector. Het document dateert van maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de distributie daarvan streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie.
De focus op "meermalig fust" en de maximale vulling van kisten wijst op een groot tekort aan grondstoffen (zoals hout voor kisten). Schaars materiaal moest zo intensief mogelijk worden ingezet. De verwijzing naar exportvoorschriften is saillant: een aanzienlijk deel van de Nederlandse landbouwproductie werd in deze periode gedwongen geëxporteerd naar Duitsland. Het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit was een zogenaamde PBO (Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie), die onder toezicht van de bezetter de productie en handel moest stroomlijnen om de (oorlogs)economie draaiende te houden.