Circulaire (Nr. 40/'43)
Origineel
Circulaire (Nr. 40/'43) 25 maart 1943 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) -3-
Circ. No. 40/’43 dd. 25 Maart 1943.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
| Product | Export | Binnenland (Industrie) | Binnenland (Versch) |
|---|---|---|---|
| koolrabi (glas) | 100 % | - | - |
| roode peen zonder lof, schorseneeren, prei, koolrapen A. en B., kropsla en spinazie | 60 % | - | 40 % |
| witte kool en raapstelen | 70 % | - | 30 % |
| radijs, roode- & savoye kool en komkommers | 50 % | - | 50 % |
| kroten | 30 % | - | 70 % |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
WITTE KOOL.
Dit product dient voorloopig niet meer aan de industrie beschikbaar te worden gesteld.
Alle voor het binnenland bestemde witte kool dient bij onze Handelsafdeeling, Surinamestr. 18, Telefoon 182665, te worden gemeld.
UIEN.
Afgekeurde of stekuien mogen worden geveild tegen een prijs van ten hoogste fl. 4.50 per 100 kg.
RAAPSTELEN.
De kwaliteitseischen van dit product zijn als volgt:
Sorteering I; dient tenminste 25 cM. lang en voldoende grof te zijn;
Sorteering II; moet 20-25 cM. lang en mag iets fijner zijn;
Van beide sorteeringen dient het blad niet geel te zijn, terwijl het geheel, ook de wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil.
Indien de raapstelen niet aan deze eischen voldoen, dan moeten zij als "afwijkend" worden gekwalificeerd.
Raapstelen, welke korter dan 20 cM. zijn moeten als afwijkend van sorteering II geveild worden.
KOOLRAPEN.
Slechts de A. en B. kwaliteit mag voor export en binnenland worden bestemd. Het afgekeurde product dient als veevoeder te worden geruimd.
BOSSELDERIJ EN PETERSELIE.
Deze moeten minstens 15 cM. lang (gemeten zonder wortels) gezond en groen van lof of blad, terwijl het geheel, ook de wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil en gebonden in bossen van tenminste 0.1 kg.
Bosselderij mag ook zonder wortels worden aangevoerd, mits tenminste 15 cm. lang en het gewicht per bos tenminste 0.1 kg. bedraagt.
APPELEN.
Voor de stipappelen van de sorteering IA. en A uit de groepen I t/m V, gelden de voor de "B" appelen van dezelfde groepen vastgestelde maximumprijzen, terwijl de maximumprijs van de stipappelen uit de B.-sorteering alsmede van alle stekappelen Fl. 8.-- per 100 kg. bedraagt.
EXPORTVERPAKKING KROPSLA, RAAPSTELEN EN SPINAZIE.
Indien telers de producten kropsla, raapstelen en spinazie in exportverpakking aanvoeren, dan mag hiervoor f. 0.50 per kist in rekening worden gebracht. De volgende hoeveelheden sla per kist zijn voorgeschreven: Sla sorteering I 30 stuks, sorteering II 40 stuks en sorteering III 50 stuks.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
(Handtekening) Dit document is een officiële richtlijn uit de Tweede Wereldoorlog betreffende de distributie van landbouwproducten. De kernpunten zijn:
- Export-prioriteit: Een aanzienlijk deel van de oogst (variërend van 30% tot 100% voor koolrabi) is bestemd voor de export. Gezien de datum (1943) was deze export vrijwel volledig gericht op nazi-Duitsland ter bevoorrading van de Wehrmacht en de Duitse bevolking.
- Strenge Kwaliteitscontrole: Er worden zeer specifieke eisen gesteld aan lengte (in centimeters), gewicht en hygiëne (vrij van grond). Producten die niet aan de eisen voldoen, worden gedegradeerd tot "afwijkend" of zelfs bestemd als veevoer (zoals bij koolrapen).
- Prijsbeheersing: Er worden maximumprijzen genoemd voor producten van mindere kwaliteit (zoals stekuien en stipappelen), wat duidt op een streng gereguleerde markt om inflatie en zwarte handel tegen te gaan.
- Logistieke sturing: De centrale overheid (via de NGF) bepaalt exact waar welke partij naartoe gaat, inclusief voorschriften voor verpakking en het aantal stuks per kist. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de economie omgevormd tot een Kriegswirtschaft (oorlogseconomie). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de volledige regie voerde over de tuinbouwsector.
In 1943 was de voedselsituatie in Nederland al precair. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds striktere rantsoenering, werd een groot deel van de Nederlandse productie "geëxporteerd" naar Duitsland. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee deze onttrekking aan de Nederlandse markt werd georganiseerd. De nadruk op "exportpercentages" laat zien dat de behoeften van de bezetter prevaleerden boven de binnenlandse consumptie. Het vermelden van "keukens" in de tekst verwijst waarschijnlijk naar de centrale keukens die in die tijd werden opgezet om de bevolking van (sobere) maaltijden te voorzien.