Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 642
Dossier 108
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief of interne notitie.

Origineel

Handgeschreven conceptbrief of interne notitie. [Bovenaan de pagina staat een fragment dat een eerdere versie van de slotzin lijkt te zijn]:
...voornoemde hulpmarkt alleen groente
en nader aan te wijzen levensmiddelen,
ter markt mogen worden gebracht.

[Hoofdtekst]:
Ik heb de eer U beleefd te verzoe-
ken wel te willen bevorderen, dat bij herhaling
des Burg. markt op het Minerva-
plein wordt aangewezen als tijdelijke hulp-
markt uitsluitend voor Joodsche verkoopers,
Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, met
dien verstande, dat op voornoemde markt
alleen groente en nader aan te wijzen levens-
middelen en textielwaren ^(ter markt)^ mogen worden
gebracht.

[Onderaan staan diverse parafen en tekens, waaronder een schuingestreept 'W/']. De tekst bevat een formeel verzoek aan een hogere instantie (waarschijnlijk binnen het gemeentebestuur van Amsterdam) om het Minervaplein officieel aan te wijzen als een "tijdelijke hulpmarkt". Het meest opvallende en historisch significante aspect is de expliciete vermelding dat deze markt "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers" bestemd is. Er wordt ook specifiek vastgelegd wat er verkocht mag worden: groente, levensmiddelen (die nog nader gespecificeerd moeten worden) en textielwaren. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van de isolatie en uitsluiting van Joodse burgers. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joden stelselmatig uit het openbare leven geweerd. In 1941 werd het Joden verboden om reguliere markten te bezoeken. Ter "vervanging" stelde het Amsterdamse bestuur op last van de bezetter speciale 'Jodenmarkten' in op afgebakende locaties. De markt op het Minervaplein werd in november 1941 geopend voor de Joodse bewoners van Amsterdam-Zuid.

Deze markten waren een instrument van segregatie; ze zorgden ervoor dat het contact tussen Joden en niet-Joden werd geminimaliseerd en maakten de Joodse bevolking gemakkelijker controleerbaar voor de bezetter. Het feit dat dit een ambtelijk concept is, toont aan hoe de Nederlandse gemeentelijke administratie een rol speelde bij de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter.

Samenvatting

De tekst bevat een formeel verzoek aan een hogere instantie (waarschijnlijk binnen het gemeentebestuur van Amsterdam) om het Minervaplein officieel aan te wijzen als een "tijdelijke hulpmarkt". Het meest opvallende en historisch significante aspect is de expliciete vermelding dat deze markt "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers" bestemd is. Er wordt ook specifiek vastgelegd wat er verkocht mag worden: groente, levensmiddelen (die nog nader gespecificeerd moeten worden) en textielwaren. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van de isolatie en uitsluiting van Joodse burgers.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joden stelselmatig uit het openbare leven geweerd. In 1941 werd het Joden verboden om reguliere markten te bezoeken. Ter "vervanging" stelde het Amsterdamse bestuur op last van de bezetter speciale 'Jodenmarkten' in op afgebakende locaties. De markt op het Minervaplein werd in november 1941 geopend voor de Joodse bewoners van Amsterdam-Zuid.

Deze markten waren een instrument van segregatie; ze zorgden ervoor dat het contact tussen Joden en niet-Joden werd geminimaliseerd en maakten de Joodse bevolking gemakkelijker controleerbaar voor de bezetter. Het feit dat dit een ambtelijk concept is, toont aan hoe de Nederlandse gemeentelijke administratie een rol speelde bij de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter.

Locaties

Minervaplein (Joodse Markt)

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Meel Oorlogssurrogaten: Vervanging Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 1