Archiefdocument
Origineel
13 januari 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 13/1 Jmp
46c/1/lb.M. 1 13 Januari 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes doe ik U toekomen
een afschrift van een op 12 Januari jl.
door een ambtenaar van mijn dienst opge-
maakt rapport, waaruit blijkt, dat J.C.Pe-
dro,geboren 17 October 1898, wonende Linden-
gracht 168 III,Amsterdam, zijn toewijzing
mosselen niet op zijn verkoopplaats op de
Noordermarkt heeft aangevoerd.
Op grond hiervan heb ik Pedro voor-
noemd voorloopig van de verdeeling van
mosselen geschorst.
Ik geef U beleefd in overweging wel
te willen bevorderen, dat bij Besluit van
den Burgemeester Pedro voornoemd, voor den
tijd van 4 maanden van de verdeeling van
mosselen aan den afslag alhier wordt uitge-
sloten.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief waarin een marktkoopman, J.C. Pedro, wordt gerapporteerd voor het niet naleven van de distributievoorschriften. De essentie van de overtreding is dat Pedro de hem toegewezen partij mosselen niet naar zijn officiële standplaats op de Noordermarkt heeft gebracht.
De tekst is formeel en direct. De directeur van de betreffende dienst heeft Pedro reeds "voorloopig" geschorst en verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een strengere straf via de Burgemeester: een uitsluiting van de mosselverdeeling voor de duur van vier maanden. Dit wijst op een nultolerantiebeleid ten aanzien van onregelmatigheden in de voedselvoorziening, waarbij men vermoedde dat goederen die niet op de officiële markt verschenen, naar de zwarte markt verdwenen. Het document dateert van januari 1944, een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in bezet Nederland zeer ernstig was. De distributie van levensmiddelen was tot in de kleinste details gereguleerd door de overheid (onder toezicht van de bezetter). Mosselen waren in die tijd een belangrijke, nog relatief beschikbare voedselbron.
De Noordermarkt in de Jordaan was een cruciaal verdeelpunt. Overtredingen zoals het achterhouden van voorraad werden in deze periode zwaar bestraft omdat ze de gecontroleerde voedselvoorziening in gevaar brachten. De genoemde burgemeester die het uiteindelijke besluit moest nemen, was in 1944 Edward Voûte, die door de Duitse autoriteiten was aangesteld. De brief illustreert de bureaucratische controle die de gemeente Amsterdam uitoefende op de legale handel om illegale praktijken (zwarte handel) tegen te gaan.