Archief 745
Inventaris 745-433
Pagina 483
Dossier 2A
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt afschrift van een rapport (proces-verbaal).

Origineel

Getypt afschrift van een rapport (proces-verbaal). N.B. De originele spelling en interpunctie zijn aangehouden.

Behoort by brief 77/10/3 M.d.d. 28 Maart 1944 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.


A F S C H R I F T .

RAPPORT.

Op Donderdag 27 Januari 1944 kwam my, controleur J.P.N. Boon, ter oore dat Simon Couveé, geboren te Amsterdam 19 September 1926, wonende Gillis van Ledenberchstraat 29 III, alhier, zich zou hebben schuldig gemaakt aan medeplichtigheid van diefstal van aardappelen gepleegd op de Centrale Markt. Naar aanleiding hiervan heb ik, tezamen met den controleur Felthuis een onderzoek ingesteld, waarbij het volgende is gebleken;
Couveé verklaarde, dat hy op Donderdag 20, Vrydag 21, Zaterdag 22 en Maandag 24 Januari 1944 op verzoek van eenige aardappelverwerkers een kar met los gestorte aardappelen van de Centrale Markt had vervoerd naar een steegje in de Gillis van Ledenberchstraat. Later op deze dagen waren de aardappelverwerkers naar deze steeg gekomen en hadden zy de aardappelen onder elkaar verdeeld. Couveé verklaarde voorts in totaal twee en een half mud van deze aardappelen te hebben gehad. De kar met aardappelen stond des morgens gereed en kon dan zoo worden weggereden.
Op aanwijzing van Couveé hebben Felthuis en ik op Vrijdag 28 Januari 1944 aan de Motorkade te Amsterdam-Noord gehoord vier aardappelenverwerkers die bij de Amsterdamsche Combinatie van grossiers in lossen dienst zyn. Deze mannen gaven ons op respectievelyk te zijn genaamd:
Willem Borst, geboren te Amsterdam 8 Mei 1901, wonende Kinkerstraat 298 III,
Christiaan August Nicolaas Nees, geboren te Amsterdam 21 Augustus 1883, wonende Bellamystraat 20 II,
Hendrik Bonte, geboren 4 Mei 1910 te Arnhem, wonende Nieuwe Leliestraat 151, en
Joseph Jan Kowski, geboren te Amsterdam, 2 Juni 1886, wonende Bentinckstraat 14 III.
Zy bekenden tijdens het lossen van wagens op de Centrale Markt kans te hebben gezien de laadbak van een handkar met aardappelen te vullen. Op het verzoek heeft Couveé deze kar overgebracht naar de reeds genoemde plaats in de Gillis van Ledenberchstraat, waar zij later hun deel kwamen weghalen. In totaal zouden zy elk ongeveer een mud aardappelen hebben gehad. Bonte verklaarde nog het portie van Nees te hebben overgenomen voor f. 5.- hetwelk door Nees werd bevestigd. Alleen Borst was in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt als personeel van de A.C. De andere personen was toegang verleend op een zoogenaamd los betalingsbewijs, omdat zij niet geregeld de markt bezochten maar hoofdzakelijk in de stad moesten indragen. Toegangskaart van Borst gaat hierby. Van de zijde der A.C. doet men aangifte en zal door ons proces-verbaal worden opgemaakt.

                                    Amsterdam 29 Januari 1944.

Den Heer Bedrijfschef de Controleurs,
van de Centrale Markt.
w.g. J.P.N. Boon
w.gez. H. Steenbeek.
w.g. B. Felthuis
Voor eensluidend afschrift;
De Directeur v/h Marktwezen. Het document beschrijft een onderzoek naar de diefstal van aardappelen op de Centrale Markt in Amsterdam in januari 1944.
* De Modus Operandi: Werknemers ("aardappelverwerkers") van de Amsterdamsche Combinatie van grossiers (A.C.) vulden tijdens hun werk clandestien een handkar met losse aardappelen. Een 17-jarige jongen, Simon Couveé, fungeerde als transporteur en reed de kar naar een steegje in de Gillis van Ledenberchstraat (buurt van de Frederik Hendrikbuurt).
* De Buit: Er werd over meerdere dagen in totaal zeker 4 tot 6,5 mud aardappelen ontvreemd (een mud is 100 liter, ca. 70 kilo).
* Transactie: Er is sprake van interne handel; een van de daders kocht het deel van een ander over voor 5 gulden.
* Handhaving: De controleurs Boon en Felthuis hebben de verdachten opgespoord aan de Motorkade in Amsterdam-Noord. De zaak werd overgedragen voor een officieel proces-verbaal. Dit document dateert uit de late oorlogsjaren (1944), een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland kritieke vormen begon aan te nemen.
1. Voedselvoorziening: De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedseldistributie. Diefstal van primaire levensmiddelen zoals aardappelen werd in deze tijd zeer hoog opgenomen, omdat bijna alles "op de bon" was.
2. Zwarte Handel: De diefstal was niet enkel voor eigen consumptie, maar vaak ook voor de zwarte handel. De genoemde prijs van 5 gulden voor een mud aardappelen was in januari 1944 overigens nog relatief laag vergeleken met de woekerprijzen die tijdens de opvolgende Hongerwinter (1944-1945) betaald zouden worden.
3. Toezicht: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit toont aan dat de lokale overheid (onder toezicht van de bezetter) strakke controle probeerde te houden op de distributieketen om ondermijning van het distributiestelsel tegen te gaan.
4. De daders: Het betreft hier gewone arbeiders en een tiener. De noodzaak om aan extra voedsel te komen dreef veel mensen tot dergelijke vergrijpen, ondanks de risico's op ontslag of vervolging door de politie.

Samenvatting

Het document beschrijft een onderzoek naar de diefstal van aardappelen op de Centrale Markt in Amsterdam in januari 1944.
* De Modus Operandi: Werknemers ("aardappelverwerkers") van de Amsterdamsche Combinatie van grossiers (A.C.) vulden tijdens hun werk clandestien een handkar met losse aardappelen. Een 17-jarige jongen, Simon Couveé, fungeerde als transporteur en reed de kar naar een steegje in de Gillis van Ledenberchstraat (buurt van de Frederik Hendrikbuurt).
* De Buit: Er werd over meerdere dagen in totaal zeker 4 tot 6,5 mud aardappelen ontvreemd (een mud is 100 liter, ca. 70 kilo).
* Transactie: Er is sprake van interne handel; een van de daders kocht het deel van een ander over voor 5 gulden.
* Handhaving: De controleurs Boon en Felthuis hebben de verdachten opgespoord aan de Motorkade in Amsterdam-Noord. De zaak werd overgedragen voor een officieel proces-verbaal.

Historische Context

Dit document dateert uit de late oorlogsjaren (1944), een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland kritieke vormen begon aan te nemen.
1. Voedselvoorziening: De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedseldistributie. Diefstal van primaire levensmiddelen zoals aardappelen werd in deze tijd zeer hoog opgenomen, omdat bijna alles "op de bon" was.
2. Zwarte Handel: De diefstal was niet enkel voor eigen consumptie, maar vaak ook voor de zwarte handel. De genoemde prijs van 5 gulden voor een mud aardappelen was in januari 1944 overigens nog relatief laag vergeleken met de woekerprijzen die tijdens de opvolgende Hongerwinter (1944-1945) betaald zouden worden.
3. Toezicht: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit toont aan dat de lokale overheid (onder toezicht van de bezetter) strakke controle probeerde te houden op de distributieketen om ondermijning van het distributiestelsel tegen te gaan.
4. De daders: Het betreft hier gewone arbeiders en een tiener. De noodzaak om aan extra voedsel te komen dreef veel mensen tot dergelijke vergrijpen, ondanks de risico's op ontslag of vervolging door de politie.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 3