Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 55
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven nota of kladverslag.

Origineel

Handgeschreven nota of kladverslag. In de eerste plaats waren niet alle groente-
prijzen hoog; met name de stapelgroente (koolsoorten,
wortelen, enz.) waren niet bijzonder duur en juist het
gebruik ~~van~~ ^van deze^ groente stimuleert het aardappelverbruik.
(als "stamppot")

In de tweede plaats waren de peulvruchten
(erwten, boonen, enz.) vrij duur, zoodat de
aantrekkelijkheid om deze, in plaats van ~~aardappelen~~ ^aardappelen^, te
koopen, niet groot was.

Het aardappelverbruik ~~op de markt~~ is dan ook den
afgeloopen winter niet verminderd. Dit blijkt uit
de navolgende cijfers betreffende de aanvoer ^van aardappelen^ ter C M.
Deze bedroegen in de jaren 1936, 1937 en 1938 respectievelijk
918 428 hl, 930 628 hl en 939 043 hl; (1 hl = 70 kg).
In de maanden Januari, Februari en Maart 1938 bedroeg de
aanvoer: 208 340 hl; in dezelfde maanden van 1939: 220.800 hl.

De statistiek toont voorts aan, dat de laatste jaren
een belangrijke verschuiving plaats vond in ~~het~~ de
qualiteit der hier ter stede verbruikte aardappelen.
De ~~soort~~ ~~minder~~ ^minder^ goede soorten (~~Bintjes~~ de zoo-
genaamde bintjes, industrie en alpha's) werden hier
vroeger nagenoeg niet verkocht, doch uitsluitend
de aardappelen van goede qualiteit (~~de Zeeuwsche~~ ^deze waren vroeger^
Red-star en Ypolder-aardappelen). ~~De aanvoer...~~
~~Het~~ Onderstaand volgt een overzicht van de aanvoer De tekst is een economische of statistische rapportage over de aardappelmarkt in een grote stad (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de afkorting "C M" voor Centrale Markt). De auteur onderzoekt de redenen waarom het aardappelverbruik stabiel bleef of zelfs steeg aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Twee hoofdredenen worden aangevoerd voor de stabiele consumptie:
1. Complementariteit: Goedkope stapelgroenten (kool, wortelen) bevorderen het eten van stamppot, en daarmee het aardappelverbruik.
2. Substitutie: Hoge prijzen voor peulvruchten (een alternatieve bron van zetmeel/vulling) maakten de aardappel relatief goedkoper.

Daarnaast signaleert de schrijver een kwalitatieve trend: een verschuiving van de "goede qualiteit" (zoals Red-star) naar de destijds als minderwaardig beschouwde, maar goedkopere rassen zoals de Bintje en Alpha. De aanvoercijfers onderbouwen de groeiende populariteit van de aardappel in deze periode. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode van economische onzekerheid en toenemende oorlogsdreiging in Nederland. De gedetailleerde monitoring van voedselvoorraden en prijzen was essentieel voor de gemeentelijke of nationale voedselvoorziening.

Opvallend is de vermelding van de Bintje. Hoewel de Bintje tegenwoordig de meest bekende aardappel is, laat dit document zien dat dit ras in de jaren '30 nog als een "minder goede soort" werd beschouwd ten opzichte van de toen gangbare luxe rassen. De stijging van het verbruik van deze goedkopere rassen wijst op een verslechtering van de koopkracht of een grotere behoefte aan efficiënte voedselvoorziening voor de massa. De afkorting "C M" staat zeer waarschijnlijk voor de Centrale Markthallen in Amsterdam, destijds het zenuwcentrum van de voedseldistributie.

Samenvatting

De tekst is een economische of statistische rapportage over de aardappelmarkt in een grote stad (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de afkorting "C M" voor Centrale Markt). De auteur onderzoekt de redenen waarom het aardappelverbruik stabiel bleef of zelfs steeg aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Twee hoofdredenen worden aangevoerd voor de stabiele consumptie:
1. Complementariteit: Goedkope stapelgroenten (kool, wortelen) bevorderen het eten van stamppot, en daarmee het aardappelverbruik.
2. Substitutie: Hoge prijzen voor peulvruchten (een alternatieve bron van zetmeel/vulling) maakten de aardappel relatief goedkoper.

Daarnaast signaleert de schrijver een kwalitatieve trend: een verschuiving van de "goede qualiteit" (zoals Red-star) naar de destijds als minderwaardig beschouwde, maar goedkopere rassen zoals de Bintje en Alpha. De aanvoercijfers onderbouwen de groeiende populariteit van de aardappel in deze periode.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode van economische onzekerheid en toenemende oorlogsdreiging in Nederland. De gedetailleerde monitoring van voedselvoorraden en prijzen was essentieel voor de gemeentelijke of nationale voedselvoorziening.

Opvallend is de vermelding van de Bintje. Hoewel de Bintje tegenwoordig de meest bekende aardappel is, laat dit document zien dat dit ras in de jaren '30 nog als een "minder goede soort" werd beschouwd ten opzichte van de toen gangbare luxe rassen. De stijging van het verbruik van deze goedkopere rassen wijst op een verslechtering van de koopkracht of een grotere behoefte aan efficiënte voedselvoorziening voor de massa. De afkorting "C M" staat zeer waarschijnlijk voor de Centrale Markthallen in Amsterdam, destijds het zenuwcentrum van de voedseldistributie.

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela