Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage. Omstreeks maart/april 1939 (verwijst naar een adres van 20 maart 1939). De conclusie in het adres aan den Raad d.d. 20 Maart 1939 "met als gevolg, dat ook de aardappelen in sterk verminderde mate worden verkocht" is in tegenspraak met de cijfers omtrent de aanvoer van aardappelen op de Centrale Markt.
De aanvoer van aardappelen op de C.M. bedroeg in de jaren 1936 - 1937 en 1938 resp. 918428 H.h. — 930620 H.h en 939043 H.h. (1 H.h is 70 KG) terwijl de aanvoer over de maand Jan. - Febr. en Maart 1939 220.800 H.h. en in dezelfde maand in 1938 208340 H.h. bedroeg.
Splitsen we de aanvoer in goede en minder goede soorten dan zien we de volgende cijfers. (van goede soorten worden gerangschikt de Zeeuwsche — Ned. Klei en IJpolderaardappelen, terwijl de minder goede soorten zijn: Bintje - Industrie en Alpha's).
De aanvoer van minder goede soort aardappelen bedroeg in 1936 — 1937 en 1938 resp.: 718 H.h — 11665 H.h en 122590 H.h.
De aanvoer bedroeg in de maand Jan Febr en Maart 1939 27685 H.h. in dezelfde maand over 1938 20399 H.h. en in 1937 182 H.h.
Uit genoemde cijfers blijkt niet dat de consumptie van aardappelen is verminderd, maar wel dat de consumptie voor een groot deel is verplaatst naar de goedkoopere soorten.
De prijs per H.h. voor de Zeeuwsche, Ned. Klei en IJpolderaardappelen is momenteel f 3 — f 3.50 terwijl de prijs voor de goedkoopere soorten f 1.90 — f 2.10 bedraagt.
[Onderaan het document bevinden zich diverse doorgekraste berekeningen en cijfers die onleesbaar zijn gemaakt] Het document is een feitelijke weerlegging van een bewering die aan de Gemeenteraad is voorgelegd. De schrijver gebruikt marktstatistieken om aan te tonen dat de totale aardappelconsumptie niet daalt, maar dat er een significante verschuiving plaatsvindt in het consumentengedrag.
Belangrijkste bevindingen uit de tekst:
1. Volume: De totale aanvoer op de Centrale Markt stijgt licht tussen 1936 en 1938. Ook het eerste kwartaal van 1939 laat een stijging zien ten opzichte van 1938.
2. Kwaliteitsverschuiving: Er is een explosieve stijging zichtbaar in de aanvoer van "minder goede soorten" (zoals Bintjes en Industrie-aardappelen). Waar dit in 1936 slechts 718 H.h. was, is dit in 1938 gestegen naar 122.590 H.h.
3. Prijsverschil: Het prijsverschil tussen de "goede" soorten (f 3,00 - f 3,50) en de "minder goede" soorten (f 1,90 - f 2,10) is aanzienlijk (ruim 35% goedkoper), wat de verschuiving in de markt verklaart. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde nog in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. De tekst weerspiegelt de economische druk op de huishoudens: men stopt niet met het eten van aardappelen (het volksvoedsel bij uitstek), maar men stapt massaal over op goedkopere rassen om kosten te besparen.
Interessant is de classificatie van de rassen. De 'Bintje', tegenwoordig een van de meest gewaardeerde aardappelen, werd in 1939 blijkbaar nog gerangschikt onder de "minder goede" (goedkopere) soorten vergeleken met de traditionele Zeeuwse kleiaardappelen. De notitie is waarschijnlijk geschreven door een marktmeester of een ambtenaar van de afdeling Economische Zaken ter voorbereiding op een raadsvergadering.