Zakelijke brief/notitie van een telefoongesprek.
Origineel
Zakelijke brief/notitie van een telefoongesprek. 16 oktober 1939. Onbekend (mogelijk een landbouwfunctionaris of vertegenwoordiger van een landbouworganisatie). Zeergeachte Heer vdHaan (van der Haan). [Links boven:] 2A/6/1
[Midden boven:] № ~~#1604#~~ M. 1339 19/10
[Rechts boven:] in Dir.
Leeuwarden 16 October 1939.
Zeergeachte Heer vdHaan!
Hieronder in 't kort even de punten, die we juist per telefoon bespraken:
De lust, om in 1940 aardappelen te verbouwen, nam in de laatste weken snel af. De prijzen zakten nog steeds; de mobilisatie onttrok aan den landbouw veel ervaren handen (aardappelselecteurs); de loonen zullen binnenkort wel stijgen; men gaat liever een product verbouwen, dat minder handenarbeid, dus minder loon vraagt. Er werd al meer tarwe gezaaid, dan verleden jaar en dat zou nog doorgaan, ten koste van het aardappelareaal a.s. voorjaar. Waar nu wintertarwe gezaaid wordt, komt in 't voorjaar geen aardappelgewas. Voor de toekomst was het nodig voor de aardappelen wat te doen!
Voor het heden en de meer naastbijzijnde toekomst was zulks even nodig. Zoodra het vee op stal komt, moet er voedsel voor de dieren zijn. De hooioogst was schraal, het krachtvoer wordt in te kleine - denkelijk straks veel te kleine hoeveelheden - toegemeten. De melk wordt duurder - is hier al 3 cts. per liter gestegen. De boeren hebben in de laatste paar jaren geleerd, dat aardappelen een uitstekend veevoer vormen. Als er niets gebeurde, zouden er heel veel aardappelen opgevoerd worden aan het vee. Zooveel, dat er misschien in het voorjaar plotseling (als voor 's jaar) gebrek kwam. Met De brief is een verslag van een telefonisch overleg over de zorgwekkende toestand in de aardappelsector aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De schrijver kaart twee hoofdproblemen aan:
- Productieafname: Boeren verliezen de motivatie om aardappelen te poten voor het seizoen 1940. Dit komt door dalende prijzen, stijgende loonkosten en een tekort aan gespecialiseerd personeel (aardappelselecteurs) door de mobilisatie. Als gevolg hiervan stappen boeren over op tarwe, wat minder arbeidsintensief is.
- Voedselschaarste voor vee: Door een slechte hooioogst en rantsoenering van krachtvoer, dreigen boeren hun aardappelvoorraden als veevoer te gebruiken. De schrijver waarschuwt dat dit kan leiden tot een plotseling tekort aan aardappelen voor menselijke consumptie in het voorjaar.
De toon van de brief is urgent en beleidsadviserend; er wordt expliciet gevraagd om actie te ondernemen ("het nodig voor de aardappelen wat te doen!"). Dit document is geschreven op 16 oktober 1939, anderhalve maand nadat Duitsland Polen binnenviel en de Nederlandse mobilisatie begon. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, had de oorlogsdreiging direct grote invloed op de agrarische sector.
De "mobilisatie" waarover gesproken wordt, zorgde voor een acuut tekort aan jonge mannen op het platteland, wat de voorkeur voor minder arbeidsintensieve gewassen zoals tarwe verklaart. Het document illustreert de vroege stadia van de Nederlandse voedselvoorziening en distributieproblematiek tijdens de oorlogsjaren, waarbij de overheid moest balanceren tussen de belangen van de boeren, de veestapel en de voedselzekerheid voor de bevolking. De genoemde prijsstijging van melk met 3 cent per liter was in die tijd een aanzienlijke inflatie.