Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 86
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies / brief.

3 januari 1940. Van: Een ambtenaar (waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen, gezien de inhoud).

Origineel

Ambtelijk advies / brief. 3 januari 1940. Een ambtenaar (waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen, gezien de inhoud). vP/HG.

2A/8/2 M. 1939
3 Januari 1940.

extra

Verzoek Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in aardappelen inzake opslag Nieuw Entrepot.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Alhier.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 27 December jl. om advies ontvangen stukken no. 956 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat het Marktwezen met de in die stukken behandelde aangelegenheid geen bemoeienis heeft, doch dat zij is behandeld door mijn Ambtgenoot voor de Handelsinrichtingen. Ik volsta daarom met naar aanleiding van het onderhavige verzoek op te merken, dat de Gemeente niet is gekend in de distributie van aardappelen hier ter stede, doch dat deze is geregeld door de Regeering in overleg met adressante. Het lijkt mij derhalve in het geheel niet verdedigbaar, dat thans terzake door de Gemeente tegemoetkomendheid zou moeten worden betracht, of inkomsten zouden moeten worden gederfd.

Wat de door adressante verstrekte cijfers betreft diene, dat mij een winst van 2½ % in zes weken een zeer ruime vergoeding voor de adressante lijkt, terwijl de opgegeven 5% voor indrogen in zes weken, althans in de wintermaanden, te hoog moet worden geacht, zoodat de winst in werkelijkheid nog grooter zal zijn. Daarbij komt, dat ik vernam, dat adressante niet 700 kg. aardappelen per m 2 stapelde, doch meer dan 1000 kg., een factor, die de door haar gegeven cijfers nog meer te haren gunste beïnvloedt.

Op grond van een en ander bestaat voor mij geen aan- In deze brief adviseert een ambtenaar de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen negatief over een verzoek van de vereniging van aardappelgroothandelaren. De kernpunten van het advies zijn:

  1. Bevoegdheid: De schrijver stelt dat de aardappelldistributie een zaak is van de Rijksoverheid ("de Regeering") en niet van de Gemeente Amsterdam. De gemeente hoeft daarom geen financiële verantwoordelijkheid te dragen of inkomsten te derven.
  2. Kritiek op de cijfers: De ambtenaar trekt de door de handelaren verstrekte gegevens in twijfel. De winstmarge van 2,5% in zes weken wordt als zeer ruim beschouwd. Bovendien wordt de geclaimde 5% verlies door indroging in de winter als onrealistisch hoog bestempeld.
  3. Feitelijke onjuistheid: Er wordt op gewezen dat de handelaren meer aardappelen per vierkante meter opslaan (1000 kg i.p.v. de opgegeven 700 kg), wat hun feitelijke winstgevendheid nog verder verhoogt.

De toon van de brief is formeel-kritisch en gericht op het beschermen van de gemeentelijke schatkist tegen onterechte claims van commerciële partijen. De datum van de brief, 3 januari 1940, is saillant. Nederland bevond zich in de periode van de mobilisatie (de 'Phoney War'), enkele maanden voor de Duitse inval. In deze tijd van schaarste en oorlogsdreiging was de voedselvoorziening en distributie van cruciaal strategisch belang. De overheid (zowel lokaal als nationaal) hield streng toezicht op voorraden en winstmarges om woekerprijzen en tekorten te voorkomen.

Het "Nieuw Entrepot" verwijst naar het Entrepotdok in Amsterdam, destijds een belangrijk complex voor de opslag van handelsgoederen onder douanetoezicht. De discussie over opslagkosten en winstmarges van aardappelen — een basisbehoefte voor de bevolking — illustreert de spanning tussen de commerciële belangen van de groothandel en de publieke taak van de voedselcommissaris in oorlogstijd.

Samenvatting

In deze brief adviseert een ambtenaar de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen negatief over een verzoek van de vereniging van aardappelgroothandelaren. De kernpunten van het advies zijn:

  1. Bevoegdheid: De schrijver stelt dat de aardappelldistributie een zaak is van de Rijksoverheid ("de Regeering") en niet van de Gemeente Amsterdam. De gemeente hoeft daarom geen financiële verantwoordelijkheid te dragen of inkomsten te derven.
  2. Kritiek op de cijfers: De ambtenaar trekt de door de handelaren verstrekte gegevens in twijfel. De winstmarge van 2,5% in zes weken wordt als zeer ruim beschouwd. Bovendien wordt de geclaimde 5% verlies door indroging in de winter als onrealistisch hoog bestempeld.
  3. Feitelijke onjuistheid: Er wordt op gewezen dat de handelaren meer aardappelen per vierkante meter opslaan (1000 kg i.p.v. de opgegeven 700 kg), wat hun feitelijke winstgevendheid nog verder verhoogt.

De toon van de brief is formeel-kritisch en gericht op het beschermen van de gemeentelijke schatkist tegen onterechte claims van commerciële partijen.

Historische Context

De datum van de brief, 3 januari 1940, is saillant. Nederland bevond zich in de periode van de mobilisatie (de 'Phoney War'), enkele maanden voor de Duitse inval. In deze tijd van schaarste en oorlogsdreiging was de voedselvoorziening en distributie van cruciaal strategisch belang. De overheid (zowel lokaal als nationaal) hield streng toezicht op voorraden en winstmarges om woekerprijzen en tekorten te voorkomen.

Het "Nieuw Entrepot" verwijst naar het Entrepotdok in Amsterdam, destijds een belangrijk complex voor de opslag van handelsgoederen onder douanetoezicht. De discussie over opslagkosten en winstmarges van aardappelen — een basisbehoefte voor de bevolking — illustreert de spanning tussen de commerciële belangen van de groothandel en de publieke taak van de voedselcommissaris in oorlogstijd.

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela