Archiefdocument
Origineel
Donderdag 8 Januari 1942. 2e Mededeeling omtrent de opdracht tot tewerkstelling
van een aantal Joodsche arbeiders op Zaterdag 10 Jan. 1942.
**********
Donderdag 8 Januari 1942.**
Van de gesteunde werkloozen, die op 7 Januari niet meer
konden worden geholpen (zie 1e mededeeling) verschenen
op 8 Januari ca. : 150 arb.
Door het Gewestelijk Arbeidsbureau waren opgeroepen
de aldaar ingeschreven niet gesteunde Joodsche
werkloozen: 787 "
Door het Gewestelijk Arbeidsbureau waren voorts
opgeroepen van de "ontslaglijsten" de niet
ingeschreven Joodsche werkloozen ten getale van: 358 "
------------------
1295 arb.
Hiervan zijn ter keuring verschenen: 1050 "
------------------
Aan den oproep hebben geen gevolg gegeven: 245 arb.
Deze arbeiders hebben alsnog een waarschuwing gekregen om zich
te melden, zoowel van het Gewestelijk Arbeidsbureau (waarschuwing
G.A.B. bijlage 5) als van den Joodschen Raad (Bijlage 6)
Het resultaat van den oproep op 8 Januari was als volgt:
Het aantal verschenen personen was: 1050
Hiervan hadden ander werk of maakten bezwaren: 577 pers.
-----------------
Zoodat gekeurd werden: 473 pers.
Hiervan werden afgekeurd: 231 "
-----------------
Zoodat voor plaatsing beschikbaar bleven: 242 pers.
In verband met een in den loop van den dag ontvangen bericht van
wijziging van plaats en tijd van vertrek, werd een circulaire
gedrukt (bijlage 7) en voor verzending gereed gemaakt.
Ingevolge een 3e wijziging in het uur van vertrek moesten de
uren in alle gereedgemaakte circulaires worden gewijzigd.
Voorts werd in den loop van den dag door de Duitsche autoriteiten
opdracht gegeven, dat van alle venters, die geen vaste standplaats
hadden, de ventvergunningen moesten worden ingetrokken en de
betrokkenen moesten worden verwezen naar de Beurs v.d. Diamanthandel.
De Directeur van het Marktwezen werd met de uitvoering van deze
opdracht belast. De betrokken venters ontvingen een lastgeving,
dat zij zich op Vrijdag 9 Januari in de Diamantbeurs moesten melden.
In den loop van den morgen verscheen de Wethouder voor de open-
bare Gezondheid, die zich van den gang van zaken bij de kouring [sic]
op de hoogte stelde. Op zijn verzoek werd bij wijze van steekproef
een 20-tal afgekeurde arbeiders herkeurd door den Gemeentelijken
Geneeskundigen en Gezondheidsdienst.
Van deze [tekst breekt af] Het document is een kil, administratief verslag over de organisatie van de Joodse dwangarbeid in Nederland tijdens de bezetting. De toon is puur bureaucratisch, waarbij mensen worden gereduceerd tot aantallen ("arb." voor arbeiders, "pers." voor personen).
Opvallende elementen in de tekst:
* Samenwerking van instanties: Er is een duidelijke samenwerking zichtbaar tussen het Gewestelijk Arbeidsbureau (G.A.B.), de Duitse autoriteiten en de Joodsche Raad. De Joodsche Raad werd door de bezetter gedwongen om mee te werken aan de administratie en het versturen van waarschuwingen aan 'weigeraars'.
* Keuringen: Het proces van medische keuring ("kouring" in de tekst als spelfout) wordt beschreven. Slechts een klein deel (242 van de 1295 opgeroepenen) bleef uiteindelijk over voor directe "plaatsing", wat wijst op een strenge selectie of veel bezwaren/vrijstellingen in deze vroege fase.
* Economische uitsluiting: De specifieke instructie om de vergunningen van Joodse "venters" (straatverkopers) in te trekken, illustreert hoe de bezetter stapsgewijs de Joodse bevolking hun middelen van bestaan ontnam.
* Locatie: De "Beurs v.d. Diamanthandel" (Diamantbeurs) in Amsterdam wordt genoemd als verzamelpunt, een historisch beladen plek in de context van de vervolging. Dit document dateert van januari 1942, een cruciaal jaar in de Holocaust in Nederland. In deze periode begon de grootschalige inzet van Joodse mannen in Nederlandse werkkampen (onder de noemer 'werkverruiming'). Dit was een voorstadium van de deportaties naar de vernietigingskampen in het Oosten, die in de zomer van 1942 op gang zouden komen.
De mannen die hier "voor plaatsing beschikbaar bleven", werden veelal tewerkgesteld in kampen in Noord- en Oost-Nederland. Hoewel deze kampen aanvankelijk door Nederlandse instanties werden beheerd, stonden ze onder streng Duits toezicht. In oktober 1942 werden de meeste van deze kampen ontruimd en de arbeiders via Westerbork gedeporteerd. De aanwezigheid van de Wethouder voor de Openbare Gezondheid toont aan dat ook het lokale Amsterdamse bestuur destijds nog betrokken was bij de uitvoering van deze maatregelen. Marktwezen