Getypt afschrift van een officiële circulaire (dienstmededeling).
Origineel
Getypt afschrift van een officiële circulaire (dienstmededeling). 28 mei 1942 (verzending); juni 1942 (ontvangststempels). Afschrift.
Afschrift voor het Gewestelijk Arbeidsbureau te Amsterdam.
Rijksdienst voor de Werkverruiming
Doss. 94-8 No. 140
Betreffende:
tewerkstelling Joden
Aan de Inspecties Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel van den Rijksdienst voor de Werkverruiming.
's-Gravenhage, 28 Mei 1942
Bezuidenhoutscheweg 65-67
Tenvervolge op ons schrijven van 1 Mei 1942 Doss. 94.8, No. 60 deelen wij U mede, dat door den kamparts ongeschikt bevonden Joodsche arbeiders niet naar hun woonplaats teruggezonden mogen worden, doch in het kamp moeten blijven.
Navraag bij den Beauftragte für die Stadt Amsterdam heeft bevestigd, dat dit standpunt gehandhaafd moeten worden, en dat alleen naar hun woonplaats mogen terugkeeren die Joodsche arbeiders, van wie de arbeids- of huisvestingsongeschiktheid blijkt uit de noodzaak, hen in een ziekenhuis op te moeten nemen. Het bepaalde in onze circulaire omtrent vervanging van teruggezonden arbeiders blijft van kracht.
De Directie van den Rijksdienst voor de Werkverruiming,
namens deze,
w.g. v.d. Berg
Secretaris.
Adm. Bemiddeling
1 Juni 1942
3 [onleesbaar symbool] 1942
Stempel: Afd. Buitenkampen J.
Ingekomen: 8 Juni 1942
Behandeld 8/6.
Stempel: Ingek. 5 Juni 1942.
JP 1653 D. Dit document is een administratieve instructie die een belangrijke beleidswijziging vastlegt met betrekking tot de Joodse werkkampen in Noord- en Oost-Nederland. De kern van de mededeling is dat Joodse mannen die door een kamparts medisch ongeschikt worden verklaard voor arbeid, hun vrijheid niet terugkrijgen.
In plaats van repatriëring naar hun woonplaats (meestal Amsterdam), moeten zij in het kamp blijven. Er wordt slechts één uitzondering gemaakt: wanneer de medische toestand zo ernstig is dat ziekenhuisopname noodzakelijk is. Het woord "niet" is in de tekst extra benadrukt (mogelijk onderstreept in het origineel of vetgedrukt in de doorslag), wat duidt op de dwingende aard van deze nieuwe maatregel.
De verwijzing naar de "Beauftragte für die Stadt Amsterdam" (Hans Böhmcker) onderstreept dat dit besluit is afgestemd met, of opgelegd door, het Duitse bezettingsbestuur. De Nederlandse Rijksdienst fungeert hier als uitvoerend orgaan van de anti-Joodse politiek. Mei 1942 was een kritieke fase in de Jodenvervolging in Nederland. Op 3 mei 1942 was de Jodenster ingevoerd. De Joodse werkkampen, die begin 1942 waren opgezet onder het mom van normale werkverschaffing, veranderden in deze periode definitief van karakter: van werkgelegenheidsprojecten naar concentratiepunten voor deportatie.
Door zieke of ongeschikte arbeiders niet langer naar huis te laten gaan, werd voorkomen dat zij aan het zicht van de autoriteiten ontsnapten of onderdoken. Deze maatregel zorgde ervoor dat de Joodse mannen op een centrale, controleerbare plek bleven. Slechts enkele weken na dit schrijven, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit de werkkampen via kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in het oosten. De mannen die volgens dit document in de kampen moesten blijven, werden zo direct klaargezet voor transport.