Dienstbrief van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun te Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun te Amsterdam. 6 mei 1939. De Directeur voor Maatschappelijke Steun, Amsterdam. № 77/17/6 M. 1339½
GEMEENTELIJK BUREAU VOOR MAATSCHAPPELIJKE STEUN
VS/Bec. STEUN
AMSTERDAM, 6 Mei 1939.
Reguliersdwarsstraat 65-71
Gelieve bij beantwoording aan te halen:
No. St. 138 544 Afd. O.W.
Bijlagen:
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M - W.
[Onleesbare handgeschreven paraaf rechtsboven]
Door dezen Dienst wordt onderstand verleend aan Gijsbertus Oudhof, geboren 2 Mei 1884, alhier wonende 1e Helmersstraat 105, II, die gehuwd is en een kind heeft van vijftien jaar. De man, fruitventer van beroep, bezocht geregeld de Centrale Markt en was in het bezit van een Erkenningskaart No. 16398. In verband met een vechtpartij op de markt werd deze kaart op 12 Januari 1939 ingenomen en onderging betrokkene twee maanden gevangenisstraf. Sedert eenige maanden is het gezin in steun.
G. Oudhof zou thans gaarne weer in eigen onderhoud voorzien, waartoe hij ook wel in staat zal zijn; zonder Erkenningskaart krijgt hij echter geen toegang tot de Centrale Markt.
Teneinde hem in de gelegenheid te stellen weer zelfstandig voor zijn gezin te zorgen, verzoek ik U dezen man opnieuw een toegangskaart tot genoemde markt te verstrekken.
[Handgeschreven kanttekening links:]
nee, diefstal!!
DE DIRECTEUR VOOR MAATSCHAPPELIJKE STEUN,
[Onduidelijke handtekening/paraaf]
Model 408.
[Handgeschreven vinkje met cijfer 3 rechtsonder] Deze brief werpt licht op de bureaucratische afhandeling van sociale steun en re-integratie in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het document toont een poging van de Dienst Maatschappelijke Steun om een cliënt uit de uitkering ("steun") te krijgen door hem weer aan het werk te helpen als fruitventer.
De meest opvallende eigenschap van het document is de discrepantie tussen de getypte tekst en de handgeschreven kanttekening. In de officiële tekst wordt gesproken over een "vechtpartij op de markt" als reden voor de inbeslagname van de Erkenningskaart en de daaropvolgende gevangenisstraf. De handgeschreven opmerking "nee, diefstal!!" suggereert echter een ernstiger vergrijp, wat waarschijnlijk de reden was voor de afwijzing of een interne correctie door de ontvangende partij (het Marktwezen). Het gebruik van dubbele uitroeptekens duidt op een stellige afwijzing van de gesuggereerde lezing door de afzender. In de jaren '30 verkeerde Nederland in de nasleep van de Grote Depressie. De werkloosheid was hoog en veel gezinnen waren afhankelijk van de gemeentelijke steun. De controle op steuntrekkers was streng en er werd sterke nadruk gelegd op het herstellen van de zelfredzaamheid.
De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het kloppend hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Om daar te mogen handelen, was een Erkenningskaart verplicht. Het verlies van deze kaart betekende voor een kleine zelfstandige zoals Oudhof effectief een beroepsverbod, waardoor het gezin onvermijdelijk in de armoede belandde. Dit document illustreert hoe de verschillende gemeentelijke diensten (Sociale Zaken en Marktwezen) met elkaar communiceerden over het lot van individuele burgers op het snijvlak van strafrecht, economie en sociale zorg.