Officiële oproep/brief.
Origineel
Officiële oproep/brief. 18 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam). 85/23/1 M
extra
G.
18 Februari 1939.
den Heer J.J.G.K. Harings,
Keizersstraat 21,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 1.
Op Maandag 6 Februari jl. is geconstateerd, dat
op de Noordermarkt materiaal, bestemd voor het uitstallen
van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zonder
dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Dinsdag 21 Febru-
ari a.s. te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt voldoen,
zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de
markten te plaatsen.
De Directeur, In deze brief wordt de heer Harings gesommeerd om zich te verantwoorden voor een overtreding van de marktvoorschriften. Op 6 februari 1939 is namelijk vastgesteld dat hij zonder de benodigde vergunning materiaal (zoals kramen of uitstaltabellen) had verhuurd op de Noordermarkt.
De toon is formeel en dreigend: als de heer Harings niet op de afspraak van 21 februari verschijnt, riskeert hij een verbod op het plaatsen van materiaal op alle markten. Het adres van het kantoor (Jan van Galenstraat 14) was destijds de locatie van het Gemeentelijk Marktwezen in Amsterdam (bij de Centrale Markthallen). De spelling vertoont nog archaïsche kenmerken zoals "mynen kantore" en "zoudt voldoen". Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Noordermarkt in Amsterdam was (en is) een belangrijke plek voor de handel. De brief illustreert de strikte regulering en bureaucratie rondom de Amsterdamse markten in die tijd. Zelfs kleine overtredingen betreffende vergunningen voor marktmaterialen werden officieel afgehandeld met schriftelijke oproepen en sancties. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse handhaving van de openbare orde en economische activiteiten door de gemeente Amsterdam in de late jaren '30. J.J.G.K. Harings Gemeente Amsterdam Marktwezen