Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 370
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel uittreksel of bekendmaking van een gemeentelijke verordening.

Origineel

Officieel uittreksel of bekendmaking van een gemeentelijke verordening. Burgemeester en Wethouders hebben aan de voorwaarden,
verbonden aan de Ventvergunningen, toegevoegd:

19⁰ dat, indien met aal gevent wordt, deze gedurende de
maanden November tot en met April niet wordt meegevoerd
of ten verkoop in voorraad gehouden in zaagsel, zand of
andere poeder- of korrelvormige stoffen. Het document bevat een specifieke aanvulling op de regels voor straathandel (venten). Artikel 19 bepaalt dat het tussen november en april verboden is om aal te vervoeren of op voorraad te houden in zaagsel, zand of andere poeder- of korrelvormige stoffen.

Deze maatregel was waarschijnlijk ingegeven door hygiënische overwegingen of kwaliteitsbewaking. Het gebruik van zaagsel of zand werd vaak toegepast om levende aal makkelijker hanteerbaar te maken (tegen het glippen) of om ze vochtig te houden, maar blijkbaar werd dit in de wintermaanden als onwenselijk beschouwd, mogelijk vanwege het risico op bevriezing van de substantie of het aankoeken aan de vis. In de Nederlandse steden was het venten van vis, waaronder aal, een wijdverspreid fenomeen. De lokale overheid (B&W) reguleerde dit streng via ventvergunningen om de openbare orde en volksgezondheid te waarborgen. Dergelijke specifieke bepalingen tonen de gedetailleerde bemoeienis van de overheid met de dagelijkse handel en wandel van straatverkopers in die periode. De vermelding van "November tot en met April" wijst op een seizoensgebonden reglementering die vaak voorkwam bij de verkoop van bederfelijke waren.

Samenvatting

Het document bevat een specifieke aanvulling op de regels voor straathandel (venten). Artikel 19 bepaalt dat het tussen november en april verboden is om aal te vervoeren of op voorraad te houden in zaagsel, zand of andere poeder- of korrelvormige stoffen.

Deze maatregel was waarschijnlijk ingegeven door hygiënische overwegingen of kwaliteitsbewaking. Het gebruik van zaagsel of zand werd vaak toegepast om levende aal makkelijker hanteerbaar te maken (tegen het glippen) of om ze vochtig te houden, maar blijkbaar werd dit in de wintermaanden als onwenselijk beschouwd, mogelijk vanwege het risico op bevriezing van de substantie of het aankoeken aan de vis.

Historische Context

In de Nederlandse steden was het venten van vis, waaronder aal, een wijdverspreid fenomeen. De lokale overheid (B&W) reguleerde dit streng via ventvergunningen om de openbare orde en volksgezondheid te waarborgen. Dergelijke specifieke bepalingen tonen de gedetailleerde bemoeienis van de overheid met de dagelijkse handel en wandel van straatverkopers in die periode. De vermelding van "November tot en met April" wijst op een seizoensgebonden reglementering die vaak voorkwam bij de verkoop van bederfelijke waren.

Gerelateerde Documenten 6