Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 140
Dossier 17
Stadsarchief

Officiële brief/circulaire.

8 januari 1942. Van: Joodsche Raad voor Amsterdam.

Origineel

Officiële brief/circulaire. 8 januari 1942. Joodsche Raad voor Amsterdam. JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM Amsterdam, 8 Januari 1942
( A.Asscher
voorzitters( Prof.Dr.D.Cohen

Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003 - 55136 - 54970

Afd.: III/A.Z.
Ref. Br/LB

           Aan hen die zijn opgeroepen voor de
           werkverruiming in een kamp in Drente.
           -------------------------

In aansluiting aan de hierbij gaande waarschuwing van het ge-
westelijk arbeidsbureau zijn wij tot ons leedwezen verplicht U
er met klem op te wijzen, dat ernstige maatregelen voor U te
duchten zijn, als U aan dezen oproep geen gevolg geeft.
Deze maatregelen beteekenen, niet meer of minder dan een ernstig
gevaar voor U.

Wij moeten U derhalve nog eens den dringenden raad geven, U niet
te onttrekken aan de nu eenmaal onvermijdelijke plicht U voor de
werkverruiming in Drente in een kamp onder Nederlandsche leiding
beschikbaar te stellen, om erger te voorkomen.

Volg dit advies op, dat U in Uw volstrekt eigen belang met klem
gegeven wordt.

                     NAMENS DEN JOODSCHEN RAAD VOOR
                                         AMSTERDAM,

                     A.Asscher       }
                     Prof.Dr.D.Cohen } voorzitters De toon van deze brief is dwingend en waarschuwend. De Joodsche Raad fungeert hier als doorgeefluik van de bezetter. Hoewel de Raad termen gebruikt als "tot ons leedwezen", oefenen zij direct druk uit op de Joodse gemeenschap om mee te werken aan de Duitse verordeningen.

Opvallende elementen zijn:
* Eufemismen: De term "werkverruiming" wordt gebruikt om de realiteit van dwangarbeid te verbloemen.
* Dreiging: Er wordt expliciet gesproken over "ernstig gevaar" als men niet op de oproep ingaat. Dit verwijst naar arrestatie door de Sicherheitsdienst en deportatie naar een concentratiekamp (toentertijd vaak Mauthausen).
* Geruststelling: Door te benadrukken dat de kampen onder "Nederlandsche leiding" staan, probeert de Raad de angst weg te nemen en de bereidwilligheid tot vertrek te vergroten. Deze brief dateert van januari 1942, een kantelpunt in de Jodenvervolging in Nederland. Kort na deze datum, op 20 januari 1942, vond de Wannseeconferentie plaats waar de 'Endlösung' werd georganiseerd.

De werkverruimingskampen in Noord-Nederland (zoals kamp Westerbork, dat toen nog een vluchtelingenkamp was, en diverse kleinere werkkampen) waren de eerste stap in het concentratieproces. Joodse mannen werden hierheen gestuurd onder het voorwendsel van werkverschaffing, maar in de loop van 1942 werden deze kampen leeggehaald en de gevangenen gedeporteerd naar de vernietigingskampen in het oosten. De rol van voorzitters Asscher en Cohen is historisch zeer omstreden; zij geloofden dat meewerken met de nazi's "erger kon voorkomen", terwijl zij hiermee onbedoeld de logistiek van de Holocaust faciliteerden.

Samenvatting

De toon van deze brief is dwingend en waarschuwend. De Joodsche Raad fungeert hier als doorgeefluik van de bezetter. Hoewel de Raad termen gebruikt als "tot ons leedwezen", oefenen zij direct druk uit op de Joodse gemeenschap om mee te werken aan de Duitse verordeningen.

Opvallende elementen zijn:
* Eufemismen: De term "werkverruiming" wordt gebruikt om de realiteit van dwangarbeid te verbloemen.
* Dreiging: Er wordt expliciet gesproken over "ernstig gevaar" als men niet op de oproep ingaat. Dit verwijst naar arrestatie door de Sicherheitsdienst en deportatie naar een concentratiekamp (toentertijd vaak Mauthausen).
* Geruststelling: Door te benadrukken dat de kampen onder "Nederlandsche leiding" staan, probeert de Raad de angst weg te nemen en de bereidwilligheid tot vertrek te vergroten.

Historische Context

Deze brief dateert van januari 1942, een kantelpunt in de Jodenvervolging in Nederland. Kort na deze datum, op 20 januari 1942, vond de Wannseeconferentie plaats waar de 'Endlösung' werd georganiseerd.

De werkverruimingskampen in Noord-Nederland (zoals kamp Westerbork, dat toen nog een vluchtelingenkamp was, en diverse kleinere werkkampen) waren de eerste stap in het concentratieproces. Joodse mannen werden hierheen gestuurd onder het voorwendsel van werkverschaffing, maar in de loop van 1942 werden deze kampen leeggehaald en de gevangenen gedeporteerd naar de vernietigingskampen in het oosten. De rol van voorzitters Asscher en Cohen is historisch zeer omstreden; zij geloofden dat meewerken met de nazi's "erger kon voorkomen", terwijl zij hiermee onbedoeld de logistiek van de Holocaust faciliteerden.

Locaties

Amsterdam.