Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 139
Dossier 108
Stadsarchief

Officiële oproep/circulaire van de Joodsche Raad.

13 januari 1942. Van: Joodsche Raad voor Amsterdam (ondertekend door voorzitters A. Asscher en Prof. Dr. D. Cohen). Aan: Joodse mannen in Amsterdam die een eerdere oproep negeerden.

Origineel

Officiële oproep/circulaire van de Joodsche Raad. 13 januari 1942. Joodsche Raad voor Amsterdam (ondertekend door voorzitters A. Asscher en Prof. Dr. D. Cohen). Joodse mannen in Amsterdam die een eerdere oproep negeerden. Joodsche Raad voor Amsterdam. Amsterdam, 13 Januari 1942

Nwe.Keizersgracht 58
Tel.55003 - 55136 - 54970

Gij zijt opgeroepen om te worden gekeurd voor plaatsing in een
Nederlandsch werkverruimingskamp in Drenthe.

Voor het geval gij aan deze oproep geen gevolg hebt gegeven,brengen
wij met den meesten aandrang het volgende onder Uw aandacht.

De kampen zullen staan onder leiding van den Nederlandschen Rijks-
dienst voor de Werkverruiming, die ook de andere kampen voor
Nederlandsche arbeiders beheert.De arbeidsvoorwaarden zullen dezelfde
zijn als in de andere kampen;alleen het loon zal iets lager zijn.

Wij geven U in Uw eigen belang dringend den raad,aan dezen oproep
gevolg te geven, daar anders zeer strenge maatregelen van de zijde
der autoriteiten moeten worden verwacht.

Onttrek U dus niet aan deze nu eenmaal onvermijdelijke plicht.

Gij kunt U nog melden Woensdag 14 Januari a.s. tusschen 10 en 4 uur
aan de Beurs voor den Diamanthandel, ingang Nieuwe Achtergracht.

                               JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM.

                               A.Asscher          ) Voorzitters.
                               Prof.Dr.D.Cohen    )

[Handgeschreven in rood onderaan links: onleesbaar, mogelijk '30 ...'] De toon van dit document is uiterst dwingend en urgent. De Joodsche Raad hanteert hier een dubbele strategie: enerzijds proberen ze de ontvanger gerust te stellen door te benadrukken dat de kampen onder beheer staan van een reguliere Nederlandse instantie (de Rijksdienst voor de Werkverruiming) en dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van niet-Joodse arbeiders. Anderzijds wordt er expliciet gedreigd met "zeer strenge maatregelen van de zijde der autoriteiten" (de Duitse bezetter) als men niet verschijnt.

De tekst weerspiegelt de tragische positie van de Joodsche Raad: zij treden op als doorgeefluik van de nazi-orders en dwingen hun eigen achterban tot medewerking, in de hoop door deze 'ordelijke' uitvoering van bevelen ergere sancties voor de gehele gemeenschap te voorkomen. De kwalificatie van de oproep als een "nu eenmaal onvermijdelijke plicht" illustreert deze houding van noodgedwongen coöperatie. Begin 1942 intensiveerde de Duitse bezetter de inzet van Joodse mannen in zogenaamde werkverruimingskampen, voornamelijk in het noorden en oosten van Nederland. Dit was een cruciale fase in de voorbereiding op de grootschalige deportaties. Door Joodse mannen te isoleren in werkkampen, werd de weerstand in de steden gebroken en werd het makkelijker om gezinnen later in hun geheel weg te voeren.

De locaties genoemd in de brief, zoals de Beurs voor den Diamanthandel, fungeerden in Amsterdam als centrale verzamel- en keuringspunten. De voorzitters Asscher en Cohen bleven tot het einde toe geloven dat meewerken de enige manier was om de Joodse bevolking te beschermen tegen de totale willekeur van de nazi’s, een beleid dat na de oorlog zeer omstreden werd. Deze brief is een direct bewijs van de wijze waarop de Joodsche Raad werd ingezet om de logistiek van de vervolging te stroomlijnen. A. Asscher D. Cohen

Samenvatting

De toon van dit document is uiterst dwingend en urgent. De Joodsche Raad hanteert hier een dubbele strategie: enerzijds proberen ze de ontvanger gerust te stellen door te benadrukken dat de kampen onder beheer staan van een reguliere Nederlandse instantie (de Rijksdienst voor de Werkverruiming) en dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van niet-Joodse arbeiders. Anderzijds wordt er expliciet gedreigd met "zeer strenge maatregelen van de zijde der autoriteiten" (de Duitse bezetter) als men niet verschijnt.

De tekst weerspiegelt de tragische positie van de Joodsche Raad: zij treden op als doorgeefluik van de nazi-orders en dwingen hun eigen achterban tot medewerking, in de hoop door deze 'ordelijke' uitvoering van bevelen ergere sancties voor de gehele gemeenschap te voorkomen. De kwalificatie van de oproep als een "nu eenmaal onvermijdelijke plicht" illustreert deze houding van noodgedwongen coöperatie.

Historische Context

Begin 1942 intensiveerde de Duitse bezetter de inzet van Joodse mannen in zogenaamde werkverruimingskampen, voornamelijk in het noorden en oosten van Nederland. Dit was een cruciale fase in de voorbereiding op de grootschalige deportaties. Door Joodse mannen te isoleren in werkkampen, werd de weerstand in de steden gebroken en werd het makkelijker om gezinnen later in hun geheel weg te voeren.

De locaties genoemd in de brief, zoals de Beurs voor den Diamanthandel, fungeerden in Amsterdam als centrale verzamel- en keuringspunten. De voorzitters Asscher en Cohen bleven tot het einde toe geloven dat meewerken de enige manier was om de Joodse bevolking te beschermen tegen de totale willekeur van de nazi’s, een beleid dat na de oorlog zeer omstreden werd. Deze brief is een direct bewijs van de wijze waarop de Joodsche Raad werd ingezet om de logistiek van de vervolging te stroomlijnen.

Genoemde Personen 2

Locaties

Amsterdam (kantoor aan de Nieuwe Keizersgracht 58).

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen