A. Asscher
Bekijk Verhaal ➔Bron-evidence
VOORZITTERS: A. ASSCHER, Prof. Dr. D. COHEN
Archiefdocumenten
Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeenteraadscommissie of een overlegorgaan in Den Haag).
* **Kern van het debat:** De discussie draait om de balans tussen de economische belangen van straatventers en de openbare rust (geluidsoverlast). Er wordt specifiek gesproken over het "luidkeels venten" (het schreeuwend aanpryzen van waren) na 22:00 uur. * **Juridische aanpassing:** De voorzitter stelt een amendement voor op Artikel 19 van de verordening. Door de toevoeging "gehoord het advies van de Permanente Commissie" wordt de macht van het college van B. & W. om vergunningen in te trekken aan banden gelegd door een verplichte adviesronde. * **Sociaal-religieuze context:** Een cruciaal punt in de tekst is de verwijzing naar de Joodse venters. Omdat zij vanwege de sabbat op zaterdag niet konden werken, was het luidkeels venten op andere dagen (waaronder de zondag) essentieel voor hun inkomen. Dit argument leidde in 1913 tot een versoepeling, die Cohen nu weer wil inperken voor de late uren. * **Handhavingsperspectief:** Er is sprake van steun vanuit de politie (Hoofdcommissaris) voor strengere regels tegen "noodeloos lawaai". * **Media-invloed:** De heer Cohen gebruikt een "ingezonden stuk" uit *De Telegraaf* als bewijslast voor de publieke irritatie over het lawaai (elke 4 minuten bellen of schreeuwen).
Doorslag (carbonkopie) van een brief of memorandum op dun, doorschijnend papier. Het document is gefotografeerd vanaf de achterzijde, waardoor de getypte tekst in spiegelbeeld staat.
Dit document is een administratief stuk van de Joodsche Raad voor Amsterdam uit september 1942, een cruciale fase in de deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. * **Administratieve strijd om vrijstellingen:** De kern van het document betreft een personeelslijst van een afdeling van de Joodsche Raad (mogelijk gevestigd aan het J.D. Meijerplein). Werken voor de Raad bood in deze periode vaak een tijdelijke vrijstelling van deportatie, een zogenaamde 'Sperre'. De brief dient om deze lijst te formaliseren en te laten controleren. * **Duitse bemoeienis:** De vermelding van "den heer Bomhoff" en de handgeschreven notities over de "Cent. Stell für Jüd. Auswanderung" (Zentralstelle für jüdische Auswanderung) wijzen op de directe controle van de nazi-bezetter. De Zentralstelle, onder leiding van Ferdinand aus der Fünten, was verantwoordelijk voor de praktische uitvoering van de deportaties. * **Handgeschreven notities:** De vragen in de kantlijn ("Kan een eventuele Ausweis maken", "Is de winkelier gesperrd?") tonen de wanhopige zoektocht naar juridische of administratieve bescherming ('gesperrd' zijn) tegen deportatie via officiële identiteitsbewijzen ('Ausweis').
Handgeschreven brief/memorandum op gelinieerd papier.
* **Inhoud:** De schrijver biedt een gecorrigeerde lijst aan van standplaatsen op de Joodse markten in Amsterdam. Er wordt toegegeven dat de eerdere lijst fouten bevatte door "haastige voorbereiding". De schrijver stelt de geadresseerde gerust dat de afgesproken overbezetting van 20% boven de normale capaciteit niet wordt overschreden. * **Handschrift:** Een vlot, zakelijk midden-20e-eeuws cursief handschrift. Het taalgebruik is formeel ("In bijlage dezes", "de eer U... te doen toekomen"). * **Opvallende details:** De kanttekening "de Vries contrôleeren!" duidt op een interne administratieve actie of verificatie door een medewerker. De vermelding van een toegestane overbezetting van 20% is opmerkelijk; dit suggereert een bewuste poging om meer mensen een plek te bieden dan de fysieke ruimte eigenlijk toeliet, of een administratieve marge die door Asscher was goedgekeurd.
Getypte brief (doorslag/carbon-kopie) op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam.
Deze brief dient als een formele oproep voor een spoedvergadering van een subcommissie van de Joodsche Raad. De kern van de brief is de verwijzing naar "mededeelingen" die de voorzitters Asscher en Cohen de dag ervoor hadden gedaan. Gezien de uiterst precaire situatie in oktober 1942, toen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam in volle gang waren, betroffen dergelijke mededelingen vrijwel altijd nieuwe verordeningen van de Duitse bezetter (de *Beauftragte*), wijzigingen in de vrijstellingslijsten (*Sperren*) of de logistiek rondom de transporten naar Westerbork. Het document valt op door de strikte administratieve structuur; elke genodigde wordt geïdentificeerd met een specifiek registratienummer (A-nummer). Dit weerspiegelt de bureaucratische controle die de bezetter via de Joodsche Raad uitoefende op de Joodse bevolking.
Brief (officiële correspondentie)
* **Kernboodschap:** De Joodsche Raad stuurt vier brieven retour naar de gemeente Amsterdam (Dienst Marktwezen) omdat deze onbestelbaar waren. De brieven bevatten oproepen voor Joodse straatventers om zich te melden voor de zogenaamde "werkverruiming". * **Administratieve samenwerking:** Het document illustreert de bureaucratische lijn tussen de gemeentelijke instanties en de Joodsche Raad. De Raad fungeerde hier als administratieve tussenpersoon bij de uitvoering van maatregelen die de Joodse bevolking troffen. * **Terminologie:** Het woord **"werkverruiming"** is hier van cruciaal belang. Hoewel het klinkt als een sociaal programma, was de "Joodse werkverruiming" begin 1942 in feite het systeem van gedwongen tewerkstelling in werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Conrad of kamp It Petgat), wat vaak de opmaat vormde voor deportatie naar de vernietigingskampen. * **Functie van de ontvanger:** De Directeur van het Marktwezen beheerde de vergunningen voor marktkooplieden en venters. Omdat veel Amsterdamse Joden in deze sector werkzaam waren, beschikte deze dienst over de actuele persoonsgegevens die nodig waren voor de oproepen. ---
Officiële verklaring op briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam.
* **Inhoud:** De verklaring stelt vast dat Hartog Lap door invaliditeit niet in staat is zijn beroep uit te oefenen zonder de assistentie van zijn 17-jarige zoon, Salomon Lap. * **Doel:** Dergelijke verklaringen werden tijdens de bezetting door de Joodsche Raad uitgegeven om te proberen uitstel van deportatie ('Sperre') te verkrijgen. Door aan te tonen dat de zoon onmisbaar was voor het levensonderhoud of de zorg van de vader, hoopte men hen beiden in Amsterdam te houden en te vrijwaren van transport naar werkkampen of Westerbork. * **Autoriteit:** Het document is ondertekend namens de medisch adviseur van de Raad, Dr. J. Jacobs. Dit geeft aan dat het een medische noodzaak betreft die officieel erkend is door de door de nazi's ingestelde administratie voor de Joodse gemeenschap.
Document
Deze brief is een zakelijke mededeling van de Joodsche Raad voor Amsterdam betreffende een adreswijziging van de afdeling "Groente-Distributie". De afdeling verhuist van het hoofdkantoor aan de Nieuwe Keizersgracht naar een pand aan de Amstel 25. De toon is formeel ("Mijne Heeren", "goede nota te willen nemen"). Opvallend zijn de ambtelijke verwerkingssporen: de handgeschreven notities duiden op een snelle administratieve afhandeling, waarbij waarschijnlijk telefonisch akkoord is gegeven voor de verhuizing of de registratie ervan ("telefonisch acc"). Het referentienummer bovenin is deels gestempeld en deels handmatig aangevuld met de datum van ontvangst of verwerking (22 juli).
Officieel schrijven/circulaire.
Dit document is een dwingende oproep van de Joodsche Raad aan Joodse werklozen om zich te melden voor tewerkstelling in werkkampen in Drenthe. De tekst is opgesteld in een formele, ambtelijke toon, maar bevat een expliciete dreiging: wie geen gevolg geeft aan de oproep, kan "zeer strenge maatregelen" van de Duitse autoriteiten verwachten. Opvallend is de poging van de Joodsche Raad om de situatie te normaliseren. De tewerkstelling wordt gepresenteerd als een regulier onderdeel van de "Rijksdienst voor de Werkverruiming", vergelijkbaar met de kampen voor niet-Joodse werklozen. De enige genoemde verschillen zijn de afzonderlijke groepering en het feit dat het loon "iets lager" zal zijn. Door deze vergelijking probeert de Raad de angst onder de opgeroepenen te sussen, terwijl zij tegelijkertijd fungeert als doorgeefluik van de Duitse bezetter. De ondertekening door Asscher en Cohen benadrukt hun controversiële rol als leiders die meewerkten aan het uitvoeren van anti-Joodse maatregelen, in de ijdele hoop hiermee erger te voorkomen.
Officiële oproep/circulaire van de Joodsche Raad.
De toon van dit document is uiterst dwingend en urgent. De Joodsche Raad hanteert hier een dubbele strategie: enerzijds proberen ze de ontvanger gerust te stellen door te benadrukken dat de kampen onder beheer staan van een reguliere Nederlandse instantie (de Rijksdienst voor de Werkverruiming) en dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van niet-Joodse arbeiders. Anderzijds wordt er expliciet gedreigd met "zeer strenge maatregelen van de zijde der autoriteiten" (de Duitse bezetter) als men niet verschijnt. De tekst weerspiegelt de tragische positie van de Joodsche Raad: zij treden op als doorgeefluik van de nazi-orders en dwingen hun eigen achterban tot medewerking, in de hoop door deze 'ordelijke' uitvoering van bevelen ergere sancties voor de gehele gemeenschap te voorkomen. De kwalificatie van de oproep als een "nu eenmaal onvermijdelijke plicht" illustreert deze houding van noodgedwongen coöperatie.
Getypte brief op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam.
* **Doel van de brief:** De brief informeert Joodse straatverkopers (venters) dat hun vergunning is ingetrokken en dat zij zich direct moeten melden voor dwangarbeid in "werkverruimingskampen" in Drenthe. * **Toon en tactiek:** De Joodsche Raad hanteert een toon die enerzijds de situatie probeert te normaliseren (door te benadrukken dat het "gewone kampen" zijn onder "Nederlandsche leiding") en anderzijds zware druk uitoefent. Er wordt expliciet gedreigd met "ernstig gevaar" en "erger voorkomen". * **Economische uitsluiting:** Het document illustreert een specifiek moment in de economische beroving van de Joodse bevolking: het systematisch ontnemen van middelen van bestaan (de ventvergunning) als opmaat naar fysieke isolatie in kampen. * **Uitzonderingen:** Er wordt een klein sprankje hoop geboden voor houders van vaste standplaatsen, mits zij direct bewijs kunnen overleggen.
Document
Dit document is een overzicht van medische keuringen uitgevoerd door Dr. S. Spyer, de medisch adviseur van de Joodsche Raad. Het is een 'afschrift' (kopie) bedoeld voor de administratie van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Het rapport toont de bureaucratische efficiëntie waarmee de inzetbaarheid van Joodse mannen werd bijgehouden. De resultaten variëren van "kan opgeroepen worden" tot "blijvend ongeschikt". De handgeschreven tekens in de kantlijn (kruisjes, vinkjes, stippen) en de herhaalde afkorting "w.v. 20/I '42 Jw." duiden op een systematische verwerking van deze lijst door ambtenaren om de volgende stappen (oproeping voor werk) te bepalen. Opmerkelijk is de vermelding van **J. Meyer**, die al 12 jaar in het psychiatrisch ziekenhuis "Het Apeldoornsche Bosch" verbleef, wat aangeeft hoe diep de controle in de persoonlijke levenssfeer doordrong.
Getypte lijst met handgeschreven toevoegingen en correcties.
Dit document is een administratieve contactlijst die essentieel was voor de logistiek en het beheer van de zogenaamde "Joodsche werkkampen" in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document bevat de namen van kopstukken van de Joodsche Raad, zoals Abraham Asscher en David Cohen, wat duidt op hun gedwongen betrokkenheid bij de organisatie van deze kampen. Opvallend is de rol van civiele organisaties zoals de Nederlandsche Heidemaatschappij en de Grontmij. Zij traden op als "uitvoerders", wat inhoudt dat de gevangen Joodse mannen werden ingezet voor zwaar ontginningswerk en landverbetering onder toezicht van deze bedrijven. De lijst specificeert niet alleen de werkleiding, maar ook de kok-beheerders en kampartsen, wat de structuur van een schijnbaar normale werkomgeving suggereert, terwijl het in feite om een voorstadium van deportatie ging. De locaties (o.a. Diever, Orvelte, Sellingerbeetse) liggen voornamelijk in Noord-Nederland. ---
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE Behoort bij brief 46a/92/2 M. d.d. 23 Maart 1943 aan den Heer G.J.F. Visscher, alhier van den Directeur van het Marktwezen. \__________________________________________________________ No.46a/92/. M. 1943 17(3 Amsterdam, 16 Maart 1943. AFSCHRIFT. WelEd.Gestr.Heer Directeur van het Marktwezen afd.Vischvoorzienin...
# TRANSCRIPTIE A F S C H R I F T . No. 480 L.M. 1944 22/5 Amsterdam, 19 Mei 1944. H.Wijnschenk. Amstelveld 7 Amsterdam. Den Edelachtbaren Heer Burge- meester der Stad Amsterdam, A m s t e r d a m. ================== Edelachtbare Heer...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op bruin papier. * **Afzender:** G.H. Visscher, Chef bureau der Afd. Visch (Afdeling Visch). * **Adres afzender:** Jac. v. Lennepkade 25, [Amsterdam]. * **Onderwerp:** Terugontvangst van een klacht over een handelaar. * **Referentienummer:** 46a/713/4 (genoteerd in rood potlood). * **Taal:** Nederlands.
# TRANSCRIPTIE **Valeriuskliniek - Amsterdam** Psychiatr. Neurol. Kliniek - Tel. 96655 Kantoor van den Huismeester-Administrateur (9-12.30 en 2-5.30) 24 Mei 1944. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Afd. VISCH J.v. Galenstraat 14 <u>A l h i e r W.</u> M., Door dezen deel ik U mede, dat wij met de levering Visch, groot 60 pond Schol, door de Fa. Böhne, accoord gaan. *by* [handgeschreven] ...
# TRANSCRIPTIE 46a/122/4 Den Heer Voorz. 5e Kamer N. a. v. Uw brief d.d. 8 April j.l. heb ik de eer U te berichten, dat voor zoover in de administratie van den vischafslag alhier is na te gaan, de in mijn brief van 6 April j.l. gericht aan den Heer Griffier van Uw Kamer, genoemde partij aal, door de fa Hasselbach, reeds te Apeldoorn van den afslag alhier zijn verzonden. JDG (paraaf)