Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeenteraadscommissie of een overlegorgaan in Den Haag).

Origineel

Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeenteraadscommissie of een overlegorgaan in Den Haag). (Pagina 8)

er mede gemoeid is.
De heer Neeter ontkent, dat er in Den Haag te streng zou worden opgetreden. Hy heeft gegevens, waaruit blykt, dat de materie daar tamélyk soepel geregeld is. Bovendien kan de venter, by straf, altyd nog by B. & W. adresseeren. Hy wyst erop, dat ook op de markten dubbele straffen bestaan. Eer deze echter worden toegepast, moet men zich wel aan zeer ernstige overtredingen hebben schuldig gemaakt.
De Voorzitter stelt in dit verband voor, B. & W. te verzoeken aan art. 19 in den zin "kan tot voorwaardelyke - tydelyke - of blyvende intrekking der vergunning worden overgegaan", achter het woord "kan" te mogen toevoegen "gehoord het advies van de Permanente Commissie".
De leden kunnen zich hiermede vereenigen.
Vervolgens stelt de Voorzitter het voorstel Cohen aan de orde:
"het verbieden van luidkeels venten na 10 uur 's avonds".
De heer Cohen zegt, dat met ys elken avond tot 12 uur gevent mag worden en met geringe eetwaren op weeksche dagen tot 8 uur, op Zaterdag tot 11 uur en des Zondags tot 12 uur. Hy zal zyn betoog in twee deelen splitsen en wel in den Zondag en de rest van de week.
Toen de Ventverordening in den Raad behandeld werd, is omtrent het luidkeels venten niet veel gediscussieerd. Hy is terug moeten gaan tot 1913, toen het raadslid Asscher een voorstel deed om het luidkeels venten weer toe te staan. Dit was n.l. in 1908 verboden. De voorstanders wezen er toen op, dat de Joodsche venters slechts 5 dagen in de week konden venten of hun Godsdienst moesten verzaken. Dit heeft er ten slotte toe geleid, dat het voorstel Asscher werd aangenomen.
Hy vraagt zich af, of dit verbieden na 10 uur des avonds nu wel van zoo groot belang voor de venters zal blyken te zyn.
Hy doet de volgende voorstellen:
Het verbieden van luidkeels venten na 10 uur op Zondagavond, of, indien de Commissie hiermede niet accoord kan gaan, dit te beperken tot de andere dagen van de week. Hy deelt mede, dat de Hoofdcommissaris het byzonder op prys zou stellen, indien aan dit verzoek iets zou worden gedaan. Hy kan vertrouwelyk mededeelen, dat by het samenstellen van de nieuwe Politie-verordening, verschillende bepalingen tegen noodeloos lawaai worden overwogen. Ten slotte leest hy nog een ingezonden stuk voor uit "De Telegraaf", waarin wel duidelyk uitkomt de hinder van het luidkeels venten speciaal op Zondagavond en waarin zelfs werd geconstateerd, dat men om de 4 minuten werd opgeschrikt door bellen, schreeuwen, etc. Het lykt hem dan ook zeer gewenscht om hieraan thans paal en perk te stellen. Dat de venter door dezen maatregel gedupeerd zou worden kan hy niet goed aannemen, daar na 10 uur de omzet wel niet zoo belangryk zal zyn.
De Voorzitter verzoekt den heer Cohen hieromtrent een schriftelyk rapport met de motieven in te dienen.
De heer Cohen zegt dit toe.
De heer Seegers wil er nog even op wyzen, dat in den Raad tydens de behandeling van de Ventverordening door den heer Ter Haar een voorstel werd ingediend om het luidkeels venten te verbieden. * Kern van het debat: De discussie draait om de balans tussen de economische belangen van straatventers en de openbare rust (geluidsoverlast). Er wordt specifiek gesproken over het "luidkeels venten" (het schreeuwend aanpryzen van waren) na 22:00 uur.
* Juridische aanpassing: De voorzitter stelt een amendement voor op Artikel 19 van de verordening. Door de toevoeging "gehoord het advies van de Permanente Commissie" wordt de macht van het college van B. & W. om vergunningen in te trekken aan banden gelegd door een verplichte adviesronde.
* Sociaal-religieuze context: Een cruciaal punt in de tekst is de verwijzing naar de Joodse venters. Omdat zij vanwege de sabbat op zaterdag niet konden werken, was het luidkeels venten op andere dagen (waaronder de zondag) essentieel voor hun inkomen. Dit argument leidde in 1913 tot een versoepeling, die Cohen nu weer wil inperken voor de late uren.
* Handhavingsperspectief: Er is sprake van steun vanuit de politie (Hoofdcommissaris) voor strengere regels tegen "noodeloos lawaai".
* Media-invloed: De heer Cohen gebruikt een "ingezonden stuk" uit De Telegraaf als bewijslast voor de publieke irritatie over het lawaai (elke 4 minuten bellen of schreeuwen). Dit document biedt een inkijkje in de stedelijke dynamiek van Den Haag aan het begin van de 20e eeuw. Straathandel was destijds een belangrijke bron van inkomsten voor de lagere sociale klassen, waaronder een aanzienlijk deel van de Joodse bevolking. De "Ventverordening" was een instrument van de gemeente om de openbare orde in de steeds drukkere steden te reguleren.

De discussie over "luidkeels venten" is kenmerkend voor de overgang naar een meer gereguleerde samenleving waarin nachtrust en de vermindering van straatlawaai steeds belangrijker werden gevonden door de burgerij en de autoriteiten. Het feit dat er specifiek over de zondagavond wordt gesproken, duidt op de toenmalige heiliging van de zondagsrust, die hier botst met de economische noodzaak van minderheden die op andere dagen rustten. De heer Neeter de Voorzitter de heer Cohen raadslid Asscher (genoemd) de heer Ter Haar (genoemd) de heer Seegers.

Samenvatting

  • Kern van het debat: De discussie draait om de balans tussen de economische belangen van straatventers en de openbare rust (geluidsoverlast). Er wordt specifiek gesproken over het "luidkeels venten" (het schreeuwend aanpryzen van waren) na 22:00 uur.
  • Juridische aanpassing: De voorzitter stelt een amendement voor op Artikel 19 van de verordening. Door de toevoeging "gehoord het advies van de Permanente Commissie" wordt de macht van het college van B. & W. om vergunningen in te trekken aan banden gelegd door een verplichte adviesronde.
  • Sociaal-religieuze context: Een cruciaal punt in de tekst is de verwijzing naar de Joodse venters. Omdat zij vanwege de sabbat op zaterdag niet konden werken, was het luidkeels venten op andere dagen (waaronder de zondag) essentieel voor hun inkomen. Dit argument leidde in 1913 tot een versoepeling, die Cohen nu weer wil inperken voor de late uren.
  • Handhavingsperspectief: Er is sprake van steun vanuit de politie (Hoofdcommissaris) voor strengere regels tegen "noodeloos lawaai".
  • Media-invloed: De heer Cohen gebruikt een "ingezonden stuk" uit De Telegraaf als bewijslast voor de publieke irritatie over het lawaai (elke 4 minuten bellen of schreeuwen).

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de stedelijke dynamiek van Den Haag aan het begin van de 20e eeuw. Straathandel was destijds een belangrijke bron van inkomsten voor de lagere sociale klassen, waaronder een aanzienlijk deel van de Joodse bevolking. De "Ventverordening" was een instrument van de gemeente om de openbare orde in de steeds drukkere steden te reguleren.

De discussie over "luidkeels venten" is kenmerkend voor de overgang naar een meer gereguleerde samenleving waarin nachtrust en de vermindering van straatlawaai steeds belangrijker werden gevonden door de burgerij en de autoriteiten. Het feit dat er specifiek over de zondagavond wordt gesproken, duidt op de toenmalige heiliging van de zondagsrust, die hier botst met de economische noodzaak van minderheden die op andere dagen rustten.

Genoemde Personen 6

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3