Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een gemeenteraad).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een gemeenteraad). Onbekend, maar op basis van spelling (bijv. "tusschen", "geheele") en context vermoedelijk jaren '30 of vroege jaren '50 van de 20e eeuw. 7
De Heer Neeter schat het aantal ijsventers tusschen de 600 en 800. 3/4 van
dit aantal vent s'winters met de artikelen: groënten,
brandstoffen, bokking en fruit, terwijl ook een aantal s'
/ander winters een /beroep uitoefent bijv. metselaar.
De Heer Presser onderstreept dit. Het overgroote gedeelte der ijsventers
vent s'winters met een ander artikel en in den laatsten tijd
is het juist zeer opmerkelijk, dat de ijsventer hoe langer
hoe meer een aanvulling zoekt voor zijn ijsbedrijf.
De Voorzitter vraagt of dit ook omgekeerd van toepassing is op de brand-
stoffen-venters.
Dit wordt door de leden bevestigend beantwoord.
De Voorzitter concludeert, dat indien dus soepelheid wordt
betracht met de overschrijving der vergunningen, de meeste
venters het geheele jaar hun beroep kunnen uitoefenen.
Vervolgens komt punt 4 der agenda aan de orde:
Verdere bespreking 2e concept Ventboekje.
De Heer Cohen verzoekt allereerst het luidkeels venten nog eens aan de or-
de te willen stellen.
De Voorzitter is van meening, dat dit vraagstuk thans nog niet acuut is,
doch de Heer Cohen bestrijdt dit, daar deze bepaling dan e-
ventueel in de Voorwaarden zou moeten worden opgenomen. In
de vorige vergadering had men formeele bezwaren tegen het op-
nemen van deze clausule, daar de Raad zich positief zou heb-
ben uitgesproken tegen het verbieden van luidkeels venten.
Spreker heeft deze discussies nauwkeurig nagelezen en meent
de mogelijkheid te kunnen aantoonen, om deze clausule wel in
de Voorwaarden op te nemen.
De Voorzitter heeft geen bezwaar discussies hierover toe te laten, doch
vraagt den Heer Cohen eerst naar het Rapport, dat vanwege de
Politie omtrent de redactie van het ventboekje zou worden in-
geleverd. De Heer Cohen deelt mede, dat dit elk oogenblik bin-
nen kan komen, waarna de Voorzitter voorstelt dit te doen ver-
menigvuldigen en den leden toe te zenden, waarna men in de
volgende vergadering definitief hieromtrent kan beslissen.
Hij vraagt of de leden opmerkingen hebben omtrent het 2e con-
cept.
De Heer Seegers en Neeter deelen mede accoord te gaan met het
boekje in dezen vorm.
De Heer Presser maakt bezwaar tegen het woord "woonachtig" in art. 6
"Binnen een afstand van 50 M. van de markten mag niet worden
stilgestaan anders dan tot het bedienen van binnen dien af-
stand woonachtige klanten".
De Voorzitter wijst erop, dat dit in de Ventverordening is vastgelegd.
De Heer Presser wijst op het voorstel Francke in den Gemeenteraad, dat
luidde, dat niet noodeloos mocht worden stilgestaan anders dan
voor het bedienen van vaste klanten.
De Voorzitter wenscht hierover niet verder te discussieeren en adviseert
den Heer Presser bij den Raad te adresseeren tot wijziging
van dit artikel. Dit adres komt dan wel in de Permanente Com-
missie om advies.
De Heer Presser heeft vervolgens bezwaar tegen art. 19, waarin een dubbele
straf ligt opgesloten n.l. eerst boete en na herhaalde overtre-
dingen intrekking der vergunning. Hij heeft hieromtrent in den
Haag treurige ervaringen opgedaan. Het is gemakkelijk om hier
te zeggen, dat soepel zal worden opgetreden, maar over de toe-
passing der Verordening heeft men hier later geen zeggings-
kracht meer. Het is in den Haag voorgekomen, dat de venter
eerst eenige verbalen kreeg en daarna nog 3 maanden geschorst
werd. Dit is wel hard voor den venter, wiens brood Dit document verslaat een technische discussie over de regulering van straathandel. De kernpunten zijn:
1. Economische flexibiliteit: Er wordt gepleit voor een soepele overgang tussen zomer- en winterberoepen (bijv. ijsverkopers die 's winters groenten of brandstof verkopen) om jaarrond inkomen te garanderen.
2. Luidkeels venten: Er is discussie over het al dan niet verbieden van het schreeuwen door kooplieden, een punt waar de gemeenteraad eerder terughoudend over was.
3. Wettelijke definities: Er is onenigheid over de terminologie in artikel 6 ("woonachtig" versus "vaste" klanten) wat betreft de afstand tot markten.
4. Sanctiebeleid: De heer Presser waarschuwt voor te strenge straffen (artikel 19). Hij vreest dat een combinatie van boetes en het intrekken van vergunningen de broodwinning van kleine handelaren te zwaar treft, verwijzend naar negatieve voorbeelden uit Den Haag. Het verslag geeft een inkijkje in de stedelijke bureaucratie van de vroege/midden 20e eeuw (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de naam Francke). De "Ventverordening" was cruciaal voor de ordening van het publieke domein. Straathandel was destijds een essentiële bron van voedselvoorziening en brandstof voor de arbeidersklasse, maar zorgde ook voor geluidsoverlast en verkeersopstoppingen. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de behoefte aan orde (politierapporten, marktregulering) en de sociale realiteit van de kleine zelfstandige die moet overleven door seizoensgebonden handel. De genoemde heer Presser fungeert hier als pleitbezorger voor de belangen van de venters tegenover een mogelijk te rigide overheid.