Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 183
Jaar 1943
Stadsarchief

Gedrukt extract uit een officieel reglement (waarschijnlijk een gemeentelijke verordening).

Origineel

Gedrukt extract uit een officieel reglement (waarschijnlijk een gemeentelijke verordening). 6 Salarisregeling (5e vervolg)

II De minimum-wedde voor de onder I genoemde functionarissen bedraagt ƒ 1075 per jaar en de maximum-wedde ƒ 1350 per jaar, te bereiken door vijf jaarlijksche periodieke verhoogingen van ƒ 50 en één halfjaarlijksche periodieke verhooging van ƒ 25.

III Aan verzorgers van gezinnen wordt boven het onder II bedoelde salaris tijdelijk toegekend een kindertoeslag van ƒ 52 per jaar voor ieder kind beneden 18 jaar, boven het eerste kind beneden dien leeftijd.

IV Het onder II bedoelde salaris wordt verminderd met drie ten honderd, indien de ambtenaar ongehuwd is.

V Burgemeester en Wethouders regelen, wie als verzorgers van gezinnen en wie als ongehuwden zijn aan te merken. Dit document bevat de juridische kaders voor de bezoldiging van een specifieke groep functionarissen (verwezen naar punt I, dat op een eerdere pagina staat).

De kernpunten zijn:
* Salarisbereik: De wedde ligt tussen de 1075 en 1350 gulden per jaar. De groei naar het maximum vindt plaats via een vast stramien van periodieken (stapsgewijze verhogingen).
* Gezinstoeslag: Er is een vroege vorm van kinderbijslag ("kindertoeslag") van 52 gulden per kind per jaar, maar pas vanaf het tweede kind onder de 18 jaar.
* Ongehuwdenkorting: In artikel IV wordt expliciet vermeld dat ongehuwde ambtenaren 3% minder verdienen dan hun gehuwde collega's.
* Beslissingsbevoegdheid: Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) heeft de discretionaire bevoegdheid om te bepalen wie onder welke categorie valt (kostwinner versus ongehuwde). Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische verhoudingen van de vroege tot midden 20e eeuw in Nederland (vermoedelijk jaren '20 of '30, gezien de spelling en de bedragen). Het weerspiegelt het destijds vigerende kostwinnersmodel.

Het was in die tijd gebruikelijk dat het salaris van ambtenaren niet alleen werd bepaald door de functie, maar ook door de sociale status en gezinsomvang. Men ging ervan uit dat een gehuwde man een gezin moest onderhouden en daarom meer loon nodig had dan een vrijgezel. De "ongehuwdenkorting" (artikel IV) was een standaardinstrument in de publieke sector om loonkosten te differentiëren op basis van behoefte in plaats van louter prestatie. De kindertoeslag in artikel III is een voorloper van de latere wettelijke kinderbijslag (1941). De term "verzorgers van gezinnen" duidt op de persoon die financieel verantwoordelijk is voor het huishouden.

Samenvatting

Dit document bevat de juridische kaders voor de bezoldiging van een specifieke groep functionarissen (verwezen naar punt I, dat op een eerdere pagina staat).

De kernpunten zijn:
* Salarisbereik: De wedde ligt tussen de 1075 en 1350 gulden per jaar. De groei naar het maximum vindt plaats via een vast stramien van periodieken (stapsgewijze verhogingen).
* Gezinstoeslag: Er is een vroege vorm van kinderbijslag ("kindertoeslag") van 52 gulden per kind per jaar, maar pas vanaf het tweede kind onder de 18 jaar.
* Ongehuwdenkorting: In artikel IV wordt expliciet vermeld dat ongehuwde ambtenaren 3% minder verdienen dan hun gehuwde collega's.
* Beslissingsbevoegdheid: Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) heeft de discretionaire bevoegdheid om te bepalen wie onder welke categorie valt (kostwinner versus ongehuwde).

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische verhoudingen van de vroege tot midden 20e eeuw in Nederland (vermoedelijk jaren '20 of '30, gezien de spelling en de bedragen). Het weerspiegelt het destijds vigerende kostwinnersmodel.

Het was in die tijd gebruikelijk dat het salaris van ambtenaren niet alleen werd bepaald door de functie, maar ook door de sociale status en gezinsomvang. Men ging ervan uit dat een gehuwde man een gezin moest onderhouden en daarom meer loon nodig had dan een vrijgezel. De "ongehuwdenkorting" (artikel IV) was een standaardinstrument in de publieke sector om loonkosten te differentiëren op basis van behoefte in plaats van louter prestatie. De kindertoeslag in artikel III is een voorloper van de latere wettelijke kinderbijslag (1941). De term "verzorgers van gezinnen" duidt op de persoon die financieel verantwoordelijk is voor het huishouden.

Gerelateerde Documenten 6