Brief op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam.
Origineel
Brief op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam. 3 februari 1942 (ontvangen op 4 februari 1942). Dr. S. Spijer, Medisch Adviseur van de Joodsche Raad (Afdeling IX, Medische Zaken). De heer Hendriks, p/a afdeling Werkverruiming van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam. JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
VOORZITTERS: A. ASSCHER, Prof. Dr. D. COHEN
POSTGIRO 417242
AMSTERDAM-C., 3 Febr. 1942.
Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003, 55136, 54970
Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. IX Med. z.
REF. Dr. Sp/K.
3 bijlagen t.w: attest M. Zwartverver
M. Cohen
M. S.
[Stempel:] Afd. Gem. Werkverruiming
[Stempel:] No. J 384 D Ingekomen: -4 FEB. 1942
Naar aanleiding van ons telefoon-gesprek, zend ik U hierbij nog even 3 van de 11 attesten, mij toegezonden bij schrijven Nr. 3765 A.Wv.S, Z. van 30 Jan. terug. De overige waren klaarblijkelijk bedoeld om dienst te doen als bewijsstuk bij de keuringen in de Diamantbeurs.
Gaarne zou ik van U vernemen, hoe wij verder hiermee moeten handelen.
Hoogachtend,
[Handtekening: S. Spijer]
(S. Spijer)
Medisch Adviseur
[Stempel linksbeneden met tabel:]
Algemene zaken | Kennisneming
Oproeping | Behandeling
W.V. | Rapport
Controle
Toewijzing
Boekhouding
Aan den Heer Hendriks
p/a afd. Werkverruiming van het
Gem. Bureau voor Sociale Zaken
GALERIJ.
K 249 Deze brief vormt een administratieve schakel tussen de Joodsche Raad en de Amsterdamse gemeentelijke instanties (het Bureau voor Sociale Zaken) in het begin van 1942.
De kern van de brief betreft de afhandeling van medische attesten. Dr. Salomon Spijer, de medisch adviseur van de Raad, stuurt drie attesten terug die niet nodig bleken voor de keuringen in de Diamantbeurs. De overige acht attesten (van een totaal van elf) zijn daar kennelijk wel achtergebleven als bewijsstukken.
De "keuringen in de Diamantbeurs" verwijzen naar de medische selecties waarbij werd bepaald of Joodse Amsterdammers fysiek in staat waren tot arbeid. Dit proces was cruciaal: een medische afkeuring kon op dat moment leiden tot een (tijdelijke) vrijstelling (Sperre) van tewerkstelling of transport, terwijl goedkeuring vaak uitzending naar een werkkamp betekende. In februari 1942 was de Joodsche Raad voor Amsterdam al bijna een jaar operationeel. De Raad bevond zich in een onmogelijke positie tussen de Duitse bezetter en de Joodse bevolking. De afdeling Medische Zaken probeerde enerzijds de Joodse gezondheidszorg te handhaven en anderzijds via medische attesten mensen te behoeden voor deportatie of dwangarbeid.
De "Werkverruiming" was een gemeentelijke instantie die oorspronkelijk was opgezet voor werklozenbestrijding, maar tijdens de bezetting werd ingezet om Joodse mannen te registreren en door te sturen naar werkkampen in Nederland (de zogenaamde Joodse werkkampen). De Diamantbeurs aan het Weesperplein fungeerde in deze periode als een centraal verzamel- en keuringspunt.
De brief illustreert de bureaucratische kilte waarmee de vervolging gepaard ging: achter de zakelijke taal over "attesten" en "referentienummers" ging de strijd om leven en dood schuil van personen als M. Zwartverver en M. Cohen, wiens lot mede afhing van de uitkomst van deze keuringen. Hendriks (De heer) M. Cohen M. Zwartverver S. Spijer