Handgeschreven brief/memorandum op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief/memorandum op gelinieerd papier. 4 augustus 1942. [Rood potlood:] 20/21/11
[Rechtsboven:] A'dam, 4/8 1942
den Heer A. Asscher
In bijlage dezes heb ik de
(in aansluiting op mijn brief v. --)
eer U een aanvullende opgave
te doen toekomen van de uit-
gegeven vaste plaatsen op de
Joodsche dagmarkten. Bij het
contrôleeren van de eerste op-
gave is (nl.) gebleken, dat daarin
als gevolg van de haastige voor-
bereiding een aantal fouten
zijn geslopen, welke hiermede
zijn gecorrigeerd.
Een en ander heeft echter
niet tot gevolg, dat de door U
toegestane maximum bezetting
dezer markten (20 %
boven de werkelijke capaciteit)
wordt overschreden.
In de bezetting van
deze markten wordt thans
[Marge links:] de Vries contrôleeren! * Inhoud: De schrijver biedt een gecorrigeerde lijst aan van standplaatsen op de Joodse markten in Amsterdam. Er wordt toegegeven dat de eerdere lijst fouten bevatte door "haastige voorbereiding". De schrijver stelt de geadresseerde gerust dat de afgesproken overbezetting van 20% boven de normale capaciteit niet wordt overschreden.
* Handschrift: Een vlot, zakelijk midden-20e-eeuws cursief handschrift. Het taalgebruik is formeel ("In bijlage dezes", "de eer U... te doen toekomen").
* Opvallende details: De kanttekening "de Vries contrôleeren!" duidt op een interne administratieve actie of verificatie door een medewerker. De vermelding van een toegestane overbezetting van 20% is opmerkelijk; dit suggereert een bewuste poging om meer mensen een plek te bieden dan de fysieke ruimte eigenlijk toeliet, of een administratieve marge die door Asscher was goedgekeurd. Dit document stamt uit een inktzwarte periode van de Nederlandse geschiedenis (augustus 1942). In deze fase van de Duitse bezetting waren Joden vrijwel volledig uit het openbare leven verbannen. Er waren specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals aan de Gaaspstraat en het Waterlooplein) omdat Joden niet meer op reguliere markten mochten komen of in veel winkels mochten kopen.
De geadresseerde, Abraham Asscher, was samen met David Cohen voorzitter van de Joodsche Raad voor Amsterdam. De Raad was door de bezetter ingesteld om de Joodse gemeenschap te besturen en orders uit te voeren, maar probeerde binnen die onmogelijke positie vaak de scherpe kantjes van maatregelen af te vijlen of de chaos te beheersen.
De brief illustreert de wrange bureaucratische realiteit van die tijd: terwijl de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in juli 1942 waren begonnen, hield de administratie van de Joodsche Raad zich nog dagelijks bezig met de minutieuze details van marktvergunningen en standplaatsen. De "haastige voorbereiding" waarover gesproken wordt, weerspiegelt de enorme druk en de constante stroom aan nieuwe beperkende maatregelen waar de Raad mee te maken had. A. Asscher