Getypte circulaire/oproepbrief.
Origineel
Getypte circulaire/oproepbrief. 13 januari 1942. Joodsche Raad voor Amsterdam (ondertekend door voorzitters A. Asscher en Prof. Dr. D. Cohen). JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM Amsterdam, 13 Januari 1942
Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003 - 55136 - 54970
Gij zijt opgeroepen om te worden gekeurd voor plaatsing in een
Nederlandsch werkverruimingskamp in Drente.
Voor het geval ge aan deze oproep geen gevolg hebt gegeven, brengen wij
met de meeste aandrang het volgende onder Uw aandacht.
De kampen zullen staan onder leiding van den Nederlandschen Rijksdienst
voor de Werkverruiming, die ook de andere kampen voor Nederlandsche arbeiders
beheert. De arbeidsvoorwaarden zullen dezelfde zijn als in de andere kampen;
alleen het loon zal iets lager zijn.
Wij geven U in Uw eigen welbegrepen belang dringend den raad, aan dezen
oproep gevolg te geven, daar anders zeer strenge maatregelen van de zijde
der autoriteiten moeten worden verwacht.
Onttrek U dus niet aan deze nu eenmaal onvermijdelijke plicht.
Gij kunt U nog melden Woensdag, 14 Januari a.s., tusschen 10 en 4 uur aan
de Beurs voor den Diamanthandel, ingang Nieuwe Achtergracht.
JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
A.Asscher } voorzitters
Prof.Dr.D.Cohen } * Retoriek van de Joodsche Raad: De brief hanteert een toon die kenmerkend is voor de communicatie van de Joodsche Raad: een mengeling van vaderlijk advies ("in Uw eigen welbegrepen belang") en dreiging met represailles door de bezetter ("strenge maatregelen van de zijde der autoriteiten").
* Eufemismen: Er wordt gesproken over "werkverruimingskampen", een term uit de crisistijd van de jaren '30 (werkverschaffing), om de ware aard van de gedwongen tewerkstelling te verbloemen. Ook de vergelijking met reguliere kampen voor Nederlandse arbeiders dient om de ontvanger gerust te stellen, hoewel de opmerking over het lagere loon al wijst op discriminatie.
* Dwang: De tekst benadrukt dat het een "onvermijdelijke plicht" is. De Joodsche Raad fungeerde hier als doorgeefluik van de Duitse bezetter om de orde te handhaven en deportatie/tewerkstelling administratief te faciliteren.
* Logistiek: De aanmelding vond plaats in de Beurs voor den Diamanthandel, een centrale plek in de Joodse buurt van Amsterdam die door de bezetter en de Joodsche Raad veelvuldig werd gebruikt als verzamel- en administratiepunt. Begin 1942 intensiveerden de nazi's de vervolging van de Joden in Nederland. Waar de eerste deportaties naar Mauthausen in 1941 nog het karakter van brute razzia's hadden, werd begin 1942 overgegaan op een meer 'georganiseerde' vorm van afvoer via de Joodse werkruimingskampen in met name Noord- en Oost-Nederland (zoals kamp Westerbork, dat aanvankelijk een vluchtelingenkamp was, en diverse kleinere werkkampen).
De voorzitters van de Joodsche Raad, Abraham Asscher en David Cohen, voerden een politiek van "meebuigen om erger te voorkomen". Door zelf de oproepen te versturen en aan te dringen op medewerking, hoopten zij de regie in eigen hand te houden en te voorkomen dat de Duitsers zelf met geweld zouden ingrijpen. In de praktijk bleken deze werkkampen echter een tussenstation naar de vernietigingskampen in Polen, waar de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 zouden beginnen.