Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 281
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief/verklaring omtrent handelsverleden.

29 april 1939 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 1/5"). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer M.H.A. Ros, Laurierstraat 212 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 6).

Origineel

Officiële brief/verklaring omtrent handelsverleden. 29 april 1939 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 1/5"). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer M.H.A. Ros, Laurierstraat 212 I, Amsterdam-Centrum (Wijk 6). VD/HG.
Verzonden 1/5 [handgeschreven]

2B/66/2 M.
1 29 April 1939.

                                     den Heer M.H.A. Ros,
                                     Laurierstraat 212 I,
                                     Amsterdam-Centrum.
                                                    Wijk 6.


      Onder terugzending van den door U overgelegden brief van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale d.d. 17 April jl. bericht ik U, dat bij onderzoek het navolgende omtrent Uw handelsverleden in tuinbouwgewassen is gebleken. In het jaar 1933 heeft U in ieder geval gehandeld met aardappelen, groenten en fruit; in 1934, toen de ventvergunningen werden uitgereikt, werd U een ventvergunning verleend, die U het recht gaf te venten met bloemen en planten. Deze vergunning heeft sedert dien tijd afwisselend bloemen en aardappelen vermeld; zij werd op 30 September 1937 ingetrokken en nadien niet meer verstrekt. Na September 1937 heeft U regelmatig vaste klanten bediend met aardappelen, terwijl U ook vrij regelmatig aardappelen heeft verkocht op een losse plaats op de dagmarkt Albert Cuypstraat. Indien het daarvoor de tijd was, verkocht U ook vroege aardappelen. Ik merk nog op, dat U in Februari 1936 eveneens de bemiddeling van het Marktwezen heeft ingeroepen bij het verkrijgen van een erkenningskaart. Door slordige behandeling Uwerzijds is U toen niet in het bezit gesteld van de erkenningskaart, waarop U in 1936 op grond van de in dien tijd geldende bepalingen ongetwijfeld recht had. Desgewenscht kunt U deze verklaring zenden aan de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te 's-Gravenhage.

                                     De Directeur, De brief is getypt op rozeachtig papier, wat vaak duidt op een doorslag of een specifiek administratief dossieronderdeel. De tekst dient als een officieel bewijs van de beroepsactiviteiten van de heer Ros. Het document bevestigt dat hij sinds 1933 actief was in de handel, specifiek met aardappelen en bloemen, zowel via uitventen als op de Albert Cuypmarkt.

Opvallend is de directe toon in de laatste alinea, waarin de directeur stelt dat het niet verkrijgen van een 'erkenningskaart' in 1936 te wijten was aan "slordige behandeling Uwerzijds" (onoplettendheid van de heer Ros zelf), hoewel hij er wel recht op had gehad. Deze brief lijkt bedoeld om dit verleden te rectificeren of te staven ten behoeve van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In de jaren '30 (de crisistijd) werd de handel in landbouwproducten steeds strenger gereguleerd door de overheid om de markt te ordenen. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (opgericht in 1934) speelde hierin een centrale rol.

Handelaren hadden specifieke vergunningen en "erkenningskaarten" nodig om hun beroep legaal te mogen uitoefenen. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze Amsterdamse handelaar uit de Jordaan (Laurierstraat), was het aantonen van een ononderbroken handelsverleden cruciaal voor het behoud van hun bestaansrecht en toewijzing van marktplaatsen. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een van de belangrijkste handelslocaties van de stad. M.H.A. Ros Marktwezen

Samenvatting

De brief is getypt op rozeachtig papier, wat vaak duidt op een doorslag of een specifiek administratief dossieronderdeel. De tekst dient als een officieel bewijs van de beroepsactiviteiten van de heer Ros. Het document bevestigt dat hij sinds 1933 actief was in de handel, specifiek met aardappelen en bloemen, zowel via uitventen als op de Albert Cuypmarkt.

Opvallend is de directe toon in de laatste alinea, waarin de directeur stelt dat het niet verkrijgen van een 'erkenningskaart' in 1936 te wijten was aan "slordige behandeling Uwerzijds" (onoplettendheid van de heer Ros zelf), hoewel hij er wel recht op had gehad. Deze brief lijkt bedoeld om dit verleden te rectificeren of te staven ten behoeve van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

Historische Context

Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In de jaren '30 (de crisistijd) werd de handel in landbouwproducten steeds strenger gereguleerd door de overheid om de markt te ordenen. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (opgericht in 1934) speelde hierin een centrale rol.

Handelaren hadden specifieke vergunningen en "erkenningskaarten" nodig om hun beroep legaal te mogen uitoefenen. Voor kleine zelfstandigen, zoals deze Amsterdamse handelaar uit de Jordaan (Laurierstraat), was het aantonen van een ononderbroken handelsverleden cruciaal voor het behoud van hun bestaansrecht en toewijzing van marktplaatsen. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een van de belangrijkste handelslocaties van de stad.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Bloem Tuin & Plant: Bloemen Tuin & Plant: Planten Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela