Officieel rapport van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van het Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam. 11 mei 1939. De Marktopzichter. [Getypte tekst]
Nº 2/b/74/ M. 1339
R A P P O R T.
In verband met bijgaand schrijven van de Nederl. Groenten- en Fruitcentrale verzoekt J.F. Matthaei, oud 37 jaar, wonende Witte de Withstraat 126 I een verklaring van het Marktwezen waaruit blijkt dat hij de laatste jaren als regel groothandel in tuinbouwgewassen heeft uitgeoefend. Matthaei handelt op de Centrale Markt vanaf 1936 op een z.g. bietenplaats. Andere artikelen dan bieten heeft hij op de Centrale Markt nimmer verhandeld. Op de oude groentenmarkt moet dit volgens zijn eigen verklaringen wel het geval geweest zijn, doch op deze periode heeft de door de Nederl. Groenten- en Fruitcentrale gestelde vraag geen betrekking. Matthaei kookt zijn bieten zelf in een perceel gevestigd Oude Looiersstraat 91. Deze bieten worden aangevoerd door den commissionair A. Blank uit Avenhorn, die op verschillende veilingen voor Matthaei koopt. Matthaei wil thans een boer opdracht geven om voor hem bieten te gaan verbouwen. Voor dit doel zou hij thans hoofdzakelijk erkenning verzoeken, daar het dezen boer slechts zou zijn toegestaan om bieten te gaan verbouwen indien hij ze kan afleveren aan een erkend groothandelaar. Een andere reden voor het verzoeken van een erkenning is gelegen in het feit dat Matthaei zijn bietenplaats in de hal ook voor den verkoop van andere tuinbouwproducten wil gaan benutten.
Amsterdam, 11 Mei 1939
Marktopzichter.
[Handtekening]
Den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.
[Handgeschreven notities]
Linkermarge:
16-5-39 [Paraaf]
Betreft. Deze verklaring kunt U desgewenst zenden naar de Centrale Markt.
Onderzijde (concept antwoord):
17/5-'39 [Paraaf]
Onder terugz. van den door U overgelegden brief d.d. dezer bevestig ik hierbij, dat U sedert 1936 op de CM [Centrale Markt] regelmatig als groothandelaar in bieten — niet in eenig ander genre — [stond]. De kern van dit rapport is een verzoek om bureaucratische erkenning binnen een strikt gereguleerd handelssysteem. J.F. Matthaei, een handelaar gespecialiseerd in (gekookte) bieten, heeft een officiële verklaring nodig om zijn status als groothandelaar aan te tonen.
Uit de tekst blijkt een specifieke bedrijfsketen:
1. Inkoop: Via commissionair A. Blank uit Avenhorn op diverse veilingen.
2. Verwerking: Het koken van de bieten in een pand aan de Oude Looiersstraat 91.
3. Verkoop: Op een vaste "bietenplaats" in de Centrale Markthallen.
De reden voor de aanvraag is tweeledig: Matthaei wil contracten sluiten met boeren (wat alleen mocht als men 'erkend groothandelaar' was) en hij wenst zijn assortiment op de markt uit te breiden naar andere tuinbouwproducten. De marktopzichter stelt echter vast dat Matthaei's handel op de Centrale Markt tot dan toe uitsluitend uit bieten bestond. Dit document dateert uit mei 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse landbouw en handel waren in deze tijd sterk gereguleerd door crisiswetgeving (voortvloeiend uit de depressie van de jaren '30). Instanties zoals de Nederlandse Groenten- en Fruitcentrale hielden toezicht op contingentering en kwaliteitsnormen. Zonder officiële erkenning was het voor handelaren nagenoeg onmogelijk om direct zaken te doen met producenten.
De genoemde "Centrale Markt" is de in 1934 geopende Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Dit grootschalige complex verving de vele kleinere, onhygiënische markten in de binnenstad (zoals de "oude groentenmarkt" waarnaar in de tekst wordt verwezen) om de voedseldistributie in de groeiende stad te stroomlijnen.