Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 146
Dossier 2A
Stadsarchief

Verslag van een vergadering of ambtelijk overleg.

Origineel

Verslag van een vergadering of ambtelijk overleg. De voedselrantsoenen zouden niet tot de voormalige grootte kunnen worden hersteld, hoewel de Heer Rodegro niet afwij-zend tegenover een kleine verbetering van het rantsoen bleek te zijn.

DE HEER VAN DELFT deelt mede, dat het Gewestelijk Arbeidsbureau te Amsterdam de plaatsing voor alle gewesten in Nederland moet organiseeren. Spr. stelt zich voor dat de Joodsche Raad hem lijsten geeft met de namen van hen die voor plaatsing in een werkkamp in aanmerking komen. Hij zal dan zijn col-lega s van de overige Gewestelijke Arbeidsbureaux opgeven waar en wanneer de betrokkenen moeten worden geplaatst. Bij een onderzoek bleken bij deze bureaux 649 goedgekeurde werklooze joodsche arbeiders te zijn ingeschreven. Deze kun-nen onmiddellijk worden geplaatst terwijl de ontbrekende aan-tallen uit de werkende bevolking moeten worden gekozen.

DE HEER MEIJER DE VRIES wijst erop, dat de joodsche Raad van den Heer Rodegro de bevoegdheid heeft om vast te stellen wie er ~~voor~~ plaatsing in aanmerking moeten komen en wie niet. De joodsche Raad kan dus vrijstellingen geven. Hij heeft dit ge-daan bij het aanwijzen van de Amsterdammers en heeft daarbij bepaalde objectieve normen aangelegd, die men ook bij het aanwijzen van de elders wonenden in acht wil nemen.
Het moeilijkste acht Spr. het organiseeren van de keuring in de Provincie. Spr. had gedacht een keuringswagen in te richten waarmede de dokters van den joodschen Raad door het land kunnen trekken.

DE HEER VAN DELFT stelt voor bij hem een lijst in te dienen met alle beschikbare personen, gesplitst naar de categorieën waarvan men vantevoren kan nagaan of zij al dan niet tot de groepen behooren die kunnen worden vrijgesteld.
Spr. kan dan zien hoeveel er beschikbaar zijn en aan de hand hiervan kan vervolgens worden nagegaan in hoeverre er met de omstandigheden van deze categorie rekening kan worden gehouden.
De keuring zou Spr. willen opdragen aan de Gewestelijke Arbeidsbureaux die met de toestanden ter plaatse bekend zijn en daardoor gemakkelijker een keuring kunnen organiseeren dan dit voor een centrale instantie te Amsterdam mogelijk is.
Spr. verzoekt den vertegenwoordigers van de joodsche Raad in deze geest hun voorbereidingen te treffen en hem zoo spoedig mogelijk de lijsten ter hand te stellen.

DE HEEREN COHEN EN MEIJER DE VRIES zeggen dit toe. Het document is een verslag van een coördinatieoverleg over de uitzending van Joodse mannen naar werkkampen in Nederland. De toon is uiterst zakelijk en ambtelijk, waarbij de logistieke uitvoering centraal staat.

  • Rantsoenering: Het begint met een opmerking over voedselrantsoenen, wat duidt op de slechte omstandigheden die toen al in de kampen heersten.
  • Centralisatie: Het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam krijgt de regie over de plaatsingen in heel Nederland. Dit wijst op een opschaling van de maatregelen.
  • Rol Joodsche Raad: De Joodsche Raad krijgt de taak om lijsten op te stellen en mag vrijstellingen ("Sperren") verlenen op basis van "objectieve normen". Dit illustreert de duivelse dilemma's waarvoor de Raad werd gesteld door de bezetter: het meewerken aan selecties om erger te voorkomen.
  • Keuringen: Er wordt gediscussieerd over de medische keuring van kandidaten buiten Amsterdam ("de Provincie"). Het voorstel voor een "keuringswagen" haalt het niet; men kiest voor decentralisatie via lokale arbeidsbureaus.
  • Aantallen: Er wordt specifiek melding gemaakt van 649 reeds goedgekeurde werklozen, maar ook dat de rest van de "werkende bevolking" moet worden aangewezen om de quota te halen. Dit verslag vormt een cruciaal puzzelstuk in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. In de eerste helft van 1942 werden duizenden Joodse mannen door de Rijksdienst voor de Werkverruiming naar speciale werkkampen gestuurd (voornamelijk in Noord- en Oost-Nederland).

Hoewel deze kampen aanvankelijk als een vorm van werkverschaffing werden gepresenteerd, bleken ze achteraf een voorstadium voor de deportaties naar de vernietigingskampen. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden vrijwel alle mannen uit deze werkkampen weggevoerd naar Westerbork, terwijl hun families thuis werden opgepakt.

De in het document genoemde personen waren sleutelfiguren: David Cohen was medevoorzitter van de Joodsche Raad; Meijer de Vries was eveneens een prominent lid belast met sociale zaken. De "Heer Rodegro" verwijst naar de Duitse regeringscommissaris die toezicht hield op de kampen. Dit document toont aan hoe nauw de bureaucratische apparaten van de bezetter en de gedwongen medewerking van de Joodsche Raad met elkaar verweven waren in de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen. Van Delft (De heer)

Samenvatting

Het document is een verslag van een coördinatieoverleg over de uitzending van Joodse mannen naar werkkampen in Nederland. De toon is uiterst zakelijk en ambtelijk, waarbij de logistieke uitvoering centraal staat.

  • Rantsoenering: Het begint met een opmerking over voedselrantsoenen, wat duidt op de slechte omstandigheden die toen al in de kampen heersten.
  • Centralisatie: Het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam krijgt de regie over de plaatsingen in heel Nederland. Dit wijst op een opschaling van de maatregelen.
  • Rol Joodsche Raad: De Joodsche Raad krijgt de taak om lijsten op te stellen en mag vrijstellingen ("Sperren") verlenen op basis van "objectieve normen". Dit illustreert de duivelse dilemma's waarvoor de Raad werd gesteld door de bezetter: het meewerken aan selecties om erger te voorkomen.
  • Keuringen: Er wordt gediscussieerd over de medische keuring van kandidaten buiten Amsterdam ("de Provincie"). Het voorstel voor een "keuringswagen" haalt het niet; men kiest voor decentralisatie via lokale arbeidsbureaus.
  • Aantallen: Er wordt specifiek melding gemaakt van 649 reeds goedgekeurde werklozen, maar ook dat de rest van de "werkende bevolking" moet worden aangewezen om de quota te halen.

Historische Context

Dit verslag vormt een cruciaal puzzelstuk in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. In de eerste helft van 1942 werden duizenden Joodse mannen door de Rijksdienst voor de Werkverruiming naar speciale werkkampen gestuurd (voornamelijk in Noord- en Oost-Nederland).

Hoewel deze kampen aanvankelijk als een vorm van werkverschaffing werden gepresenteerd, bleken ze achteraf een voorstadium voor de deportaties naar de vernietigingskampen. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden vrijwel alle mannen uit deze werkkampen weggevoerd naar Westerbork, terwijl hun families thuis werden opgepakt.

De in het document genoemde personen waren sleutelfiguren: David Cohen was medevoorzitter van de Joodsche Raad; Meijer de Vries was eveneens een prominent lid belast met sociale zaken. De "Heer Rodegro" verwijst naar de Duitse regeringscommissaris die toezicht hield op de kampen. Dit document toont aan hoe nauw de bureaucratische apparaten van de bezetter en de gedwongen medewerking van de Joodsche Raad met elkaar verweven waren in de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen.

Genoemde Personen 1

Van Delft (De heer)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork Razzia & Arrestatie