Ambbtelijke circulaire / Brief
Origineel
Ambbtelijke circulaire / Brief [Stempel linksboven:]
№ 434 Lm. 1940
№ 1/32/1 M. 1940 8/5
[Bovenaan gecentreerd:]
PROVINCIAAL BESTUUR VAN NOORDHOLLAND.
[Linksboven:]
1e Afdeeling.
No. 152.
[Rechtsboven:]
Haarlem, 17 April 1940.
Verzonden : 19 April 1940.
[Midden boven:]
[Handgeschreven: Marktw.]
[Onderwerp:]
Onderwerp :
Publicatie van economische
gegevens in oorlogstijd.
[Handgeschreven paraaf/notitie rechts:]
ni [onleesbaar] we
Opb
[Gecentreerd:]
V E R T R O U W E L I J K .
Bij schrijven van 10 April 1940, No. 664, Kabinet, heeft de Minister van Binnenlandsche Zaken, ter voldoening aan een daartoe strekkend verzoek van diens Ambtsgenoot van Economische Zaken, het volgende onder onze aandacht gebracht.
"Daar onder de huidige omstandigheden publicatie van te ver gedetailleerde gegevens over bepaalde onderdeelen van ons economisch leven de verdediging van ons land zoude kunnen benadeelen, zijn voor eenigen tijd vanwege het Departement van Economische Zaken de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland en de centrale organisaties van het bedrijfsleven hier te lande uitgenodigd, ter zake de noodige voorzichtigheid te betrachten en zoo noodig in twijfelgevallen vooraf overleg met genoemd Departement te plegen.
"In de publicaties, welke door of vanwege de onder dat Departement ressorteerende bureaus en instellingen worden uitgegeven, wordt de vermelding van gegevens van dezen aard uiteraard eveneens vermeden.
"Waar ook provinciale- en gemeentebesturen op economische aangelegenheden betrekking hebbende gegevens plegen openbaar te maken, zal mijn voormelde Ambtsgenoot het op prijs stellen, indien de provinciale- en gemeentelijke autoriteiten in deze eveneens met de noodige voorzichtigheid te werk zouden willen gaan. Als gegevens, welker publicatie thans minder gewenscht moet worden geacht, noemt mijn Ambtsgenoot in het byzonder die, welke betrekking hebben op aanvoeren en voorraden van voedingsmiddelen en grondstoffen, op bezettingsgraad, onderhanden werk e.d. van industrieele bedrijven, op het handels- en scheepvaartverkeer met het buitenland e.d. Ook het verstrekken van inlichtingen op economisch gebied aan buitenlanders of aan personen, die als tusschenpersonen voor buitenlanders zouden kunnen optreden, zal slechts dan mogen geschieden, wanneer zulks in geenerlei opzicht aan het landsbelang schade zal kunnen berokkenen."
Wij verzoeken U met het vorenstaande voor zooveel noodig rekening te willen houden.
Wij teekenen hierbij nog aan, dat de Chef van de Afdeeling Economische Voorlichting van het Departement van Economische Zaken gaarne bereid is in twijfelgevallen over de al of niet wenschelijkheid van publicatie en verstrekking van bepaalde gegevens van advies te dienen.
[Ondertekening:]
Gedeputeerde Staten van Noordholland,
A. Röell, Voorzitter.
M.A. Stufkens, Griffier.
[Onderaan:]
Voor eensluidend afschrift,
Het Hoofd der Afdeeling Algemeene Zaken,
[Handtekening: J.F. Franken]
Aan de gemeentebesturen in
NOORDHOLLAND.
--- * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in formeel-ambtelijk Nederlands van voor de spellinghervorming van maart 1947 (gebruik van de 'buigings-n' en 'oo/ee' in open lettergrepen zoals in "voormelde", "bijzonder", "aanvoeren"). De toon is dringend doch beleefd ("zal mijn voormelde Ambtsgenoot het op prijs stellen").
* Kernboodschap: Er wordt een verbod, of op zijn minst een zeer sterke beperking, opgelegd aan het openbaar maken van strategische economische data. Dit betreft onder andere voorraden voedsel, grondstoffen, industriële productie en buitenlandse handel.
* Beveiliging: Het document is gemarkeerd als "VERTROUWELIJK", wat aangeeft dat de instructie zelf ook niet voor het brede publiek bestemd was om de verdedigingsstrategie niet bloot te leggen.
* Sleutelfiguren:
* A. Röell: Baron Antonie Röell, de toenmalige Commissaris van de Koningin (voorzitter van de Gedeputeerde Staten) van Noord-Holland.
* Minister van Binnenlandsche Zaken: Destijds Hendrik van Boeijen.
* Minister van Economische Zaken: Destijds Max Steenberghe.
--- Dit document is van cruciaal historisch belang omdat het is gedateerd op 17-19 april 1940, exact drie weken vóór de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940).
De inhoud weerspiegelt de extreme spanningen en de staat van paraatheid waarin Nederland verkeerde tijdens de "Schemeroorlog" (Phoney War). De Nederlandse regering probeerde met man en macht de neutraliteit te handhaven, maar nam tegelijkertijd maatregelen om te voorkomen dat spionage of economische analyse door buitenlandse mogendheden (met name nazi-Duitsland) inzicht zou krijgen in de Nederlandse weerbaarheid.
Het feit dat specifiek wordt gewaarschuwd voor het verstrekken van informatie aan "buitenlanders of personen die als tusschenpersonen voor buitenlanders zouden kunnen optreden", wijst op een concrete vrees voor economische spionage. De genoemde sectoren (voeding, scheepvaart, industrie) waren van vitaal belang voor een land in oorlogstijd. Dit document illustreert de overgang van een open democratische informatievoorziening naar een vorm van (zelf)censuur uit noodzaak voor de nationale veiligheid.