Typoscript (doorslag), waarschijnlijk een fragment uit een ambtelijk rapport of briefwisseling.
Origineel
Typoscript (doorslag), waarschijnlijk een fragment uit een ambtelijk rapport of briefwisseling. [De transcriptie volgt de originele regelafloop en spelling, inclusief typefouten.]
hetgeen neerkomt op ƒ 6,- per jaar per,perceel van 300 m2.
Van een dergelijk perceel kan een gezin van gemiddelde
grootte zijn behoefte aan groente ruimschoots dekken.
Deze aangelegenheid werd dezerzijds besproken met
den heer Vroegop, Voorzitter van den Bond van Volkstuinders.
Deze deelde nog mede, dat de volkstuinders hun tuin naar
eigen inzicht mogen indeelen en bebouwen, behoudens zekere
"welstandseischen". Een verplichting om bepaalde artikelen
te verbouwen bestaat tot nu toe niet. Van officieele zijde
is nog geen aandrang op de volkstuinders uitgeoefend, zich
meer op de productie van voedingsmiddelen toe te leggen.
Evenwel zijn dit jaar door het Bestuur van den Bond aan de
tuinders 50% meer groentezaden [xxxx] afgeleverd dan voorheen.
De tuinen zijn echter meest slechts voor een deel met groente
beteeld.
Indien eventueel een complex van gemeentewege zou
worden uitgegeven, ter verhooging van de voedselproductie,
zoodat dit complex geheel voor het telen van voedsel zou
moeten worden gebruikt, zouden zich daarvoor, naar de meening
van den heer Vroegop, wel voldoende gegadigden melden. In-
dien nog terstond met het planten kan worden begonnen, zal
in de aanstaande herfst reeds product van dezen grond kunnen
worden verkregen. Resultaat kan evenwel/worden verwacht,
[Marginale notitie:] /alleen indien de volkstuinders zelve de algeheele beschikking over
hun product mogen behouden. Eventueele verhuring van den
grond aan den Bond van Volkstuinders zal, naar mijn meening,
door de afdeeling Rentegevende Eigendommen van den dienst
der Publieke Werken moeten geschieden.
Wat tenslotte een Uwerzijds telefonisch gestelde
vraag betreft, inzake braakliggende terreinen van de Centrale
Markt, merk ik het navolgende op:
Het grasveld voor de hal wordt regelmatig gemaaid.
Het levert dus veevoer. Mijns inziens bestaat geen aanleiding
om dit veld voor groentenproductie in te richten, aangezien
het daartoe naar vakkundig oordeel weinig geschikt is.
De reserveterreinen der Centrale Markt zouden moeten
worden geëgaliseerd en van een deklaag van zwarten grond
moeten worden voorzien. Echter wordt thans met drie gegadig-
den onderhandeld voor het stichten op de bedoelde reserve- Het document bespreekt de mogelijkheden om de stedelijke voedselproductie te verhogen via volkstuinen en ongebruikte gemeentegrond. De kernpunten zijn:
- Potentie van Volkstuinen: Een perceel van 300 m² wordt geacht voldoende te zijn voor de groentebehoefte van een gemiddeld gezin. De kosten hiervoor zijn laag (6 gulden per jaar).
- Vrijheid van de Tuinder: Er is op dit moment geen formele dwang vanuit de overheid of de Bond van Volkstuinders om specifieke voedselgewassen te telen; tuinders zijn vrij in hun indeling, mits ze voldoen aan "welstandseisen".
- Toename in Vraag: Hoewel er geen dwang is, is de levering van groentezaden al met 50% gestegen, wat duidt op een groeiende behoefte aan zelfvoorziening onder de bevolking.
- Nieuwe Complexen: Er wordt gesproken over het uitgeven van nieuwe gemeentelijke terreinen voor voedselteelt. Een cruciale voorwaarde (benadrukt door de marginale notitie "alleen") is dat de tuinders zelf de beschikking houden over de opbrengst.
- Locatie Centrale Markt: Specifieke terreinen bij de Centrale Markt worden beoordeeld. Het grasveld direct voor de hal is ongeschikt voor groenteteelt en blijft in gebruik voor veevoer (hooi). Andere reserveterreinen behoeven grondverbetering (zwarte grond) voordat ze bruikbaar zijn, maar er zijn al gegadigden voor deze percelen. De inhoud van het document wijst zeer sterk op de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (ca. 1940-1941). Tijdens deze periode nam de schaarste toe en trachtte de overheid, in samenwerking met organisaties zoals de Bond van Volkstuinders, de voedselzekerheid in de steden te vergroten door elke beschikbare meter grond te benutten.
De genoemde "heer Vroegop" is Jan Vroegop, een historisch figuur die een belangrijke rol speelde in de Amsterdamse volkstuinbeweging en voorzitter was van de Bond van Volkstuinders. De verwijzing naar de "Centrale Markt" en de "Dienst der Publieke Werken" bevestigt dat dit een Amsterdamse aangelegenheid betreft. De tekst illustreert de overgang van recreatief tuinieren naar noodzakelijke voedselvoorziening in oorlogstijd.