Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 oktober 1940 (ingekomen stempel: 31 oktober 1940). W. J. v. Schouten, Lindengracht 243 I, Amsterdam C. Het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Koptekst, links en midden:]
Bu L № 998 L.M. 1940 1/11
[Rechtsboven:]
Amsterdam 29/10 '40.
[Aanhef:]
Weledele Heren Burgemeester en Wethouders.
[In de kantlijn bij aanhef:]
M t
[Brieftekst:]
Aangaande het verzamelen van oude Materiale en afvalstoffe, zou ik U willen vrage af U mij in de gelegenheid rond willen stellen om mij zoo'n vergunning te verschaffen.
Daar ik dit werk alreeds 5 jaar doe zag ik gaarne dat U mij daaraan rond willen helpen.
Daar ik reeds naar het Rijks bureau voor oude Materialen en Afvalstoffen in Den Haag heb geschreven en die Heren mij naar de heren toe stuurden.
[Afsluiting:]
Uw bij voorbaat hartelijk dankend verblijf ik in afwachting op U bericht.
[Linksonder:]
W. J. v Schouten.
Lindengr: 243 I.
Amsterdam C.
[Rechtsonder:]
31 OCT. 1940 [rood stempel]
Hoogachtend.
W. J. v Schouten In deze brief verzoekt W. J. van Schouten uit de Lindengracht de gemeente Amsterdam om een officiële vergunning voor het inzamelen van oude materialen en afvalstoffen. De schrijver voert aan dat hij dit werk al vijf jaar doet (dus al van vóór de Duitse inval). Hij heeft eerder contact gezocht met het landelijke Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen in Den Haag, maar is door hen doorverwezen naar het lokale gemeentebestuur. De brief is geschreven in een wat formeel, maar grammaticaal niet geheel foutloos Nederlands (bijv. "af" in plaats van "of", "vrage" in plaats van "vragen"). De brief dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de inzameling van oude materialen (zoals metaal, papier, textiel en rubber) van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste aan grondstoffen. De bezetter en de Nederlandse overheid reguleerden dit streng via distributiestelsels en speciale rijksbureaus.
Het feit dat Van Schouten al vijf jaar actief was, duidt erop dat hij een professionele 'voddenboer' of handelaar in oude metalen was. De verwijzing naar het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (opgericht kort na de capitulatie in 1940) toont aan hoe snel de economie werd gecentraliseerd en onder toezicht werd gesteld. Dergelijke vergunningen waren in oorlogstijd essentieel om te voorkomen dat inzamelaars als 'zwarthandelaars' werden aangemerkt. De Lindengracht in de Jordaan was in die tijd een bekende locatie voor kleine zelfstandigen en ambachtslieden. I. Gemeente Amsterdam Rijksbureau