Doorslag van een verzonden ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een verzonden ambtelijke brief. 19 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). Den Heer Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), te 's-Gravenhage. [Stempel/Kenmerk rechtsboven:] VP/HG.
[Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 19/8-40.
[Linkerbovenhoek:]
№ 1/62/6 M.
[Handgeschreven:] Verzonden onder no. 72/82/1 M. [pijltje naar rechtsonder]
[Rechterzijde:]
den Heer Directeur van het Centraal
Bureau voor de Statistiek,
te
's-Gravenhage.
19 Augustus 1940.
Gevolg gevende aan het verzoek vervat in Uw aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam gerichte circulaire (Ch.no.47) d.d. 5 Augustus jl., welke mij ter verdere behandeling is doorgezonden heb ik U heden als postpakket gezonden de ingevulde enquête-formulieren no.Ch 37, voor zoo ver deze op Amsterdam betrekking hebben, voorzien van een doorloopend volgnummer vanaf no.1 tot en met no.594.
Voor informatie bij de Politie bestond geen aanleiding aangezien deze hier ter stede minder bemoeienis met den straathandel heeft, dan het Marktwezen. Het zal op prijs worden gesteld, indien, zoo mogelijk spoedig, een exemplaar van de in tweevoud ingevulde formulieren ter beschikking van mijn dienst kan worden gesteld.
De vragenlijst (Ch.no.49) voor de algemeene gegevens van plaatselijken aard zal zoo spoedig mogelijk worden nagezonden.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke begeleidingsbrief bij een omvangrijke verzending van enquêtegegevens (594 formulieren). De kern van de correspondentie betreft een landelijke dataverzameling door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de straathandel.
Enkele opvallende administratieve details:
* Samenwerking: De brief illustreert de hiërarchie en taakverdeling binnen de gemeente Amsterdam. Het verzoek van het CBS kwam binnen bij B&W, maar werd ter uitvoering doorgelegd naar de gespecialiseerde dienst (Marktwezen).
* Bevoegdheid: De schrijver merkt op dat de Politie in Amsterdam minder relevant is voor dit specifieke dossier dan de Dienst van het Marktwezen. Dit duidt op een sterke civiele regulering van de handel in de stad.
* Documentatie: Er wordt expliciet gevraagd om een kopie ("exemplaar") van de ingevulde formulieren voor de eigen administratie, wat getuigt van het belang dat de dienst hechtte aan het behoud van eigen dossierkennis over de straathandelaren. De brief is gedateerd op 19 augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide het ambtelijke apparaat in deze fase grotendeels door volgens de bestaande structuren.
De statistische informatie over straathandel was in deze periode van groot strategisch belang. De bezetter en de Nederlandse overheid probeerden grip te krijgen op de distributie van goederen, mede met het oog op de naderende schaarste en de invoering van distributiestelsels. Kort na deze datum zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden en straathandelaren beginnen te intensiveren, waardoor deze "nulmeting" van de straathandel in augustus 1940 een beladen historische bronwaarde krijgt voor de samenstelling van de Amsterdamse handelsgeest vlak voor de grote zuiveringen. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie