Ingevulde ambtelijke vragenlijst.
Origineel
Ingevulde ambtelijke vragenlijst. DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
CENTRAAL BUREAU VOOR DE STATISTIEK.
Ch.No. 49, Afdeeling voor Econ. en Soc. Statistiek.
Gemeente Amsterdam
ONDERZOEK NAAR INZAMELING EN HANDEL IN AFVALSTOFFEN.
Vragenlijst voor de algemeene gegevens van plaatselijken aard.
1) Bestaat er in Uw gemeente een vergunningsstelsel (registratie enz.) voor dezen handel (opkoopers, inzamelaars enz.)
a) uitsluitend voor straatopkoop enz.? Ja (zie art. 1 lid 2 van de als bijlage I hierbij overgelegde Ventverordening)
b) ook voor huiszittende opkoopers en ophalers op aanvraag? Neen; staat open voor ieder, die voldoet aan Wet en art. 6a v. de Ventverordening.
Zijn daarbij voorwaarden gesteld? De aan straat-opkoopers gestelde voorwaarden staan vermeld op bladz. 12-13 van de als bijlage II hierbij overgelegde vergunning.
Zijn er verder nog gemeenteverordeningen of regelingen t.a.v. dit bedrijf? Neen.
2) Is er in Uw gemeente reeds een speciale afdeeling, die belast is met soortgelijke kwesties en die dus t.z.t. eventueel belast zou kunnen worden met de organisatie van - en het toezicht op de inzameling (bijv. marktwezen)? Dienst van het Marktwezen. Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W).
3) Zijn de opkoopers of bepaalde categorieën van hen in Uw gemeente op één of andere wijze vereenigd? ± 10% der straat-opkoopers zijn georganiseerd; voornamelijk in de afd. Amsterdam van den Alg. Ventersbond in Nederland en in de Venters- en Marktkoopliedenbond "Pro Belang".
4) Bestaat er voor het opkoopen in Uw gemeente reeds een wijkindeeling waarbij elke opkooper uitsluitend of in het bijzonder een bepaalde wijk afwerkt? Ja (art. 2 sub 2 der Ventverordening). Zoo ja, is deze indeeling dan:
a) van hoogerhand opgelegd? Ja. De wijken zijn: de postwijken Noord, Zuid, Oost, West en Centrum.
b) uit de praktijk of door onderlinge afspraak ontstaan? De opkoopers, die alles behalve de wijk Centrum aan de hand plegen te doen, mogen opkoopen in die wijk, benevens in nog één der andere, bovengenoemde wijken, naar hun keuze, welke in de vergunning wordt vermeld.
5) Gaat het opkoopen in Uw gemeente als regel uit van bewoners uit een naburige grootere gemeente? Zoo ja, welke? [Niet ingevuld]
6) Zijn er omliggende kleinere gemeenten, waarin het opkoopen thans reeds uitgaat van inwoners van Uw gemeente, of waarvan dat naar Uw meening voor de hand zou liggen (aantal inwoners - voor wijken geschat - tusschen haakjes erachter vermelden) Zie Bijlage A.
a) kleiner dan 2 000 inwoners
b) grooter dan 2 000 inwoners
c) wijken van randgemeenten, die aan de kom van Uw (grootere) gemeente zijn aangebouwd Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de wijze waarop de handel in 'afvalstoffen' (zoals lompen, metalen en papier) in de gemeente Amsterdam werd gereguleerd in de eerste helft van de 20e eeuw.
- Strikte regulering: De sector was verre van informeel; er gold een vergunningsstelsel gebaseerd op de plaatselijke 'Ventverordening'.
- Geografische ordening: Amsterdam hanteerde een systeem waarbij opkopers aan specifieke postwijken werden toegewezen om wildgroei en overmatige concurrentie op straat te voorkomen. De wijk 'Centrum' nam hierbij een centrale positie in.
- Organisatiegraad: Hoewel de meerderheid ongeorganiseerd bleef, was er reeds sprake van vakbonden (zoals de Algemeene Ventersbond) die de belangen van de straathandelaren behartigden.
- Administratieve zetel: De vermelding van de Dienst van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat 14 (bij de Centrale Markthallen) plaatst de ambtelijke aansturing van deze handel in het hart van de Amsterdamse voedsel- en goederendistributie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voerde dit onderzoek landelijk uit om de economische structuur van de afvalverwerking en de informele handel in kaart te brengen. In een tijd waarin grondstoffenschaarste vaak een rol speelde, was het hergebruik van materialen via opkopers een cruciale economische activiteit.
De vragenlijst stamt waarschijnlijk uit de jaren '30. De verwijzing naar de Jan van Galenstraat als locatie voor het Marktwezen (geopend in 1934) bevestigt dat het document dateert uit de periode rond of na de opening van de Centrale Markthallen. De informatie over de omliggende gemeenten (Bijlage A, niet zichtbaar) zou waarschijnlijk dorpen als Sloten, Watergraafsmeer of Amstelveen hebben bevat, die toen nog nauwer verbonden waren met de Amsterdamse handelsdynamiek.