Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 12 augustus 1940. G. Vrees Sr., Korte Prinsengracht 25 II, Amsterdam. De Heer Directeur (waarschijnlijk de heer Van der Laan) van de Groentenhallen (Centrale Markthallen), Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 1/75/1 M. 1940
[Rechtsboven:] Amsterdam 12 Aug; 1940
[Links midden, schuin geschreven:] ni hage
[Adresblok:]
Den Heer Directeur
Dr v.d. Laan
Groentenhallen.
Amsterdam
Mijnheer
Beleefd verzoek ik u om een
onderhoud.
Het liefst werd ik in den middag
door u ontvangen, daar ik in
de ochtenduren moet trachten
wat te verdienen.
[Rechtsonder:]
Hoogachtend.
[Signatuur]
G. Vrees Sr.
Korte Prinsengr 25 II
Amsterdam (C.)
[Linksonder, ambtelijke notitie:]
oproepen
Wo: 21/8 do
te 2 1/2 uur
[Paraaf]
p 21/8 2.30
[Onderaan:] z.o.z. De brief is een formeel verzoek van de heer G. Vrees Sr. aan de directeur van de Amsterdamse Groentenhallen voor een gesprek (onderhoud). De toon is beleefd en zakelijk. Een opvallend detail is de motivatie voor het tijdstip: de schrijver vraagt expliciet om een afspraak in de middag, omdat hij de ochtenduren nodig heeft om "wat te verdienen". Dit duidt op een precaire financiële situatie waarbij de schrijver waarschijnlijk afhankelijk is van losse werkzaamheden of dagloon in de ochtend.
Op de brief is met potlood en pen geannoteerd door de administratie van de Groentenhallen. Er is een afspraak ingepland voor woensdag 21 augustus om 14:30 uur (2 ½ uur). De afkorting "z.o.z." suggereert dat er op de achterzijde van het document mogelijk nog meer informatie staat, zoals een verslag van het gesprek of verdere ambtelijke afhandeling. De brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Amsterdam bevond zich in een overgangsfase naar de nieuwe oorlogsrealiteit. De Groentenhallen (onderdeel van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat) waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. In deze periode van economische onzekerheid en beginnende schaarste zochten veel Amsterdammers direct contact met instanties en bedrijven in de hoop op werk of ondersteuning. De Korte Prinsengracht, waar de afzender woonde, lag in de Jordaan, een wijk die in die tijd gekenmerkt werd door een arbeidersbevolking die vaak het hoofd boven water moest zien te houden met hosselen en onregelmatig werk. G. Vrees