Archief 745
Inventaris 745-306
Pagina 56
Dossier 3
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport (doorslag of afschrift), voorzien van archiefstempel.

Het rapport verwijst naar een vergadering op 13 september 1940; het stempel draagt de datum 1 november 1940. Van: De Commissie in zake beperking van het gebruik van huisbrandkolen. Aan: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Origineel

Getypt rapport (doorslag of afschrift), voorzien van archiefstempel. Het rapport verwijst naar een vergadering op 13 september 1940; het stempel draagt de datum 1 november 1940. De Commissie in zake beperking van het gebruik van huisbrandkolen. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Rapport van de Commissie in zake beperking van het gebruik van huisbrandkolen bij de Gemeentelijke Diensten, Bedrijven en Instellingen.

Nº 1/01/2 M.1940
Afschrift

Aan Heeren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

In Uw vergadering van 13 September 1940 werd een Commissie ingesteld met tot taak aan Uw College voorstellen te doen in zake beperking van het gebruik van huisbrandkolen bij de gemeentelijke instellingen.

In deze Commissie werden benoemd tot lid/voorzitter Ir.E.de Kruijff ch.i., Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau; tot leden: A.van Cappellen, Administrateur bij de Politie; Ir.H.de Kruyff, w.i., Adjunct-Directeur van het Wilhelmina-gasthuis; J.Th.Smeets, Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening; H.Tulp, Referendaris, chef van de afdeeling Assurantiezaken en Bureau Algemeene Dienst ter Gemeentesecretarie; H.J.C.Wiebosch, Referendaris bij de afdeeling Onderwijs ter Gemeentesecretarie en tot Secretaris J.de Winter, Hoofdcommies bij de afdeeling Publieke Werken ter Gemeentesecretarie.

De Commissie heeft drie maal vergaderd, waarbij - met toestemming van den betrokken Wethouder - de Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, de heer J.Th.Smeets, werd vervangen door den Chef van de Administratie bij dien Dienst, den Heer G.ter Heege.

Voorts heeft de Commissie zich over enkele te nemen maatregelen laten voorlichten door den Directeur van den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst en door het Hoofd van den Gemeentelijken Luchtbeschermingsdienst.

Reeds aanstonds bleek het de Commissie uit de uiteenzetting door haren Voorzitter gegeven van de voorraadpositie aan brandstoffen in den lande, dat er op gerekend moet worden, dat voor het stookseizoen 1940-1941 voor verwarmingsdoeleinden belangrijk minder kolen beschikbaar zullen zijn, dan bij normaal gebruik in vorige seizoenen verstookt werd.

Bij het ontwerpen van de voor beperking van het verbruik te treffen regelingen, is de Commissie er van uitgegaan, dat van de toegewezen hoeveelheden brandstof een gedeelte moet worden gereserveerd voor het geval in het a.s. stookseizoen de kolenvoorziening der Hoofdstad, hetzij door vorst, hetzij door andere omstandigheden stagnatie mocht ondervinden.

Zij meent dan ook in haar voorstellen verder te moeten gaan dan de maatregelen tijdens den oorlog 1914-1918 getroffen, ten opzichte van het kolenverbruik, daar die maatregelen waren gebaseerd op 75% van het normale verbruik. De Commissie acht het niet waarschijnlijk, dat dit percentage gedurende het komende stookseizoen zal worden toegewezen. Volgens haar verstrekte inlichtingen is het uitgesloten, dat de hoeveelheid beschikbare brandstof grooter zal zijn, dan 60% van het verbruik gedurende het seizoen 1939-1940. Eerder kan worden verwacht, dat die hoeveelheid kleiner zal zijn.

De in den wereldoorlog genomen maatregelen ter besparing van brandstoffen hielden o.m. in, dat in het jaar 1917 op 17 October een aanvang mocht worden gemaakt met een matige verwarming van de lokalen, welke voor den dienst werden gebruikt; dat de temperatuur in de lokalen in het algemeen werd bepaald op 63° F; dat het in de lagere scholen verboden was speel- en gymnastieklokalen te verwarmen; dat in de V.O.scholen de speellokalen wel verwarmd mochten worden, maar dat zooveel mogelijk 2 of meer klassen in één speellokaal moesten worden ondergebracht en dat de kachels in de scholen in het algemeen des morgens voor 3/4 gedeelte moesten worden gevuld en alleen op zeer koude dagen geheel.

De Commissie heeft gemeend, naast de algemeene maatregelen, geldende voor alle Diensten en Bedrijven, nog bijzondere maatregelen te moeten voorstellen voor de onderwijsinrichtingen en voor bepaalde takken van dienst.

De hieronder voorgestelde maatregelen gelden zoowel voor de gebouwen, welke centraal verwarmd worden, als voor de lokalen, die met kachels of met gas verwarmd worden.

Algemeene Maatregelen.

Stookverbod.
De Commissie acht het gewenscht, dat door Uw College, eventueel na gepleegd overleg met haren Voorzitter, de datum wordt bepaald, met ingang waarvan tot verwarming der vertrekken mag worden overgegaan en op welken datum het verwarmen dient te worden gestaakt. * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare officiële spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als "huisbrandkolen", "haren Voorzitter", "Hoofdstad" (met hoofdletter) en "zooveel".
* Inhoud: Het document schetst de noodtoestand aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De commissie stelt vast dat de kolenvoorraden veel nijpender zijn dan tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Waar men toen nog uitging van 75% van het normale verbruik, verwacht men nu niet meer dan 60%, of zelfs minder.
* Technische details: Er wordt gesproken over een streeftemperatuur van 63° Fahrenheit (ongeveer 17° Celsius). Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen centrale verwarming, kachels en gas.
* Bestuurlijke context: Het document toont de ambtelijke hiërarchie van Amsterdam, waarbij diverse diensten (Politie, GG&GD, Luchtbescherming, Onderwijs) betrokken zijn bij de besluitvorming over schaarste. Dit rapport dateert van september/oktober 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De Duitse bezetter begon direct met het rantsoeneren van vitale grondstoffen, waaronder kolen, die essentieel waren voor zowel de industrie als de verwarming van woningen en overheidsgebouwen.

De verwijzing naar de maatregelen uit 1914-1918 (de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal was maar wel kampte met schaarste) dient als historisch ijkpunt om aan te tonen dat de huidige situatie (1940) ernstiger is. De betrokkenheid van de "Luchtbeschermingsdienst" onderstreept de oorlogssituatie; gebouwen moesten niet alleen zuinig worden verwarmd, maar vaak ook worden verduisterd, wat invloed had op de ventilatie en warmtehuishouding. Dit document is een vroeg voorbeeld van de "schaarste-economie" die de rest van de bezettingsjaren zou domineren.

Samenvatting

  • Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare officiële spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als "huisbrandkolen", "haren Voorzitter", "Hoofdstad" (met hoofdletter) en "zooveel".
  • Inhoud: Het document schetst de noodtoestand aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De commissie stelt vast dat de kolenvoorraden veel nijpender zijn dan tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Waar men toen nog uitging van 75% van het normale verbruik, verwacht men nu niet meer dan 60%, of zelfs minder.
  • Technische details: Er wordt gesproken over een streeftemperatuur van 63° Fahrenheit (ongeveer 17° Celsius). Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen centrale verwarming, kachels en gas.
  • Bestuurlijke context: Het document toont de ambtelijke hiërarchie van Amsterdam, waarbij diverse diensten (Politie, GG&GD, Luchtbescherming, Onderwijs) betrokken zijn bij de besluitvorming over schaarste.

Historische Context

Dit rapport dateert van september/oktober 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De Duitse bezetter begon direct met het rantsoeneren van vitale grondstoffen, waaronder kolen, die essentieel waren voor zowel de industrie als de verwarming van woningen en overheidsgebouwen.

De verwijzing naar de maatregelen uit 1914-1918 (de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal was maar wel kampte met schaarste) dient als historisch ijkpunt om aan te tonen dat de huidige situatie (1940) ernstiger is. De betrokkenheid van de "Luchtbeschermingsdienst" onderstreept de oorlogssituatie; gebouwen moesten niet alleen zuinig worden verwarmd, maar vaak ook worden verduisterd, wat invloed had op de ventilatie en warmtehuishouding. Dit document is een vroeg voorbeeld van de "schaarste-economie" die de rest van de bezettingsjaren zou domineren.

Kooplieden in dit dossier 23

Bevelanders [met rode stippen eronder] Waterlooplein " 247,80
M. Wagenhuizen Waterlooplein " 376,12
N. Eigenhuis Waterlooplein " 115,05 [vinkje]
N. Eigenhuis Waterlooplein "   70,87
Bl.Eigenheimer Waterlooplein 15,75
A. Bonten Waterlooplein " 278,60
Div. soorten Waterlooplein f 19.437,625
G. Franzen Waterlooplein
I. A-soorten exc. Eigenheim. en Bevelanders Waterlooplein 8½ <br> 8½
B. Soort Waterlooplein 7 <br> 7
II soorten Eigenh. en Bevelanders Waterlooplein 8 <br> 8
J. van Andel Waterlooplein
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) Waterlooplein 113505
N.G. v.d. Bijl Waterlooplein
B. Pinkster Waterlooplein 1.781,39
B. Pinkster Waterlooplein " 278,60
B. Pinkster Waterlooplein " 3.362,35
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 ✓
A. Geboorte Waterlooplein " 3.362,35 [vinkje]
A. Geboorte Waterlooplein " 790.53 [vinkje]
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 235,07
Edward Voûte (Burgemeester) Waterlooplein " 236,84