Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 424
Dossier 109
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (mogelijk een concept of een kopie voor eigen archief).

Amsterdam, 13 september 1939.

Origineel

Handgeschreven brief (mogelijk een concept of een kopie voor eigen archief). Amsterdam, 13 september 1939. № 2B / 123 / ~~122~~ / 3 M. 1939 13/9
Amsterdam. 13 Sept. 1939.

H. E. D. Heer. m/ Hr Brusse

U brief van de 11 Sept
te hebben ontvangen, en
er uit vernomen te hebben,
dat ik niet in aanmerking
kan komen voor één erkenning,
daar ik niet bekend was,
bij u als handelsman,
deel ik u mede, als dat
ik gedurende 6 1/2 jaar
achteréén, een groentenwijk
voor mijn zelfs heeft gehad
U kunt toch ook wel begrij-
pen, indien ik nooit in de
handel heeft gedaan, ook
niet zal probeeren, om in den
handel een boterham, zou
probeeren te verdienen, met
dezen toestand. Nogmaals
deel ik u mede, als dat ik
[rechtsonder: 2B] * Inhoud: De schrijver reageert op een afwijzing van 11 september 1939. Hem is blijkbaar een "erkenning" (waarschijnlijk een vergunning of officiële registratie als handelaar) geweigerd omdat hij niet bekend stond als "handelsman". De schrijver protesteert hiertegen door aan te voeren dat hij gedurende zeseneenhalf jaar onafgebroken een "groentenwijk" (een vaste route als straatverkoper van groenten) heeft geëxploiteerd voor eigen rekening ("voor mijn zelfs").
* Taalgebruik: De brief bevat diverse archaïsche en licht dialectische vormen die typerend zijn voor de lagere middenklasse in die tijd, zoals "U brief" (i.p.v. Uw brief), "voor mijn zelfs" (i.p.v. voor mijzelf) en het gebruik van "heeft" in de eerste persoon ("indien ik nooit in de handel heeft gedaan"). De zinsbouw met "als dat" is eveneens karakteristiek voor deze periode en sociale achtergrond.
* Toon: De toon is formeel-respectvol maar dwingend. De schrijver probeert via logica de ontvanger te overtuigen: waarom zou hij in deze moeilijke tijden proberen zijn brood te verdienen in de handel als hij daar geen ervaring in had? De datum van de brief is cruciaal: 13 september 1939. Dit is minder dan twee weken na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er door de algemene mobilisatie (uitgeroepen op 28 augustus 1939) en de dreigende schaarste grote onzekerheid.

De overheid voerde in deze periode verscherpt toezicht in op de distributie en handel van levensmiddelen om hamsteren en prijsopdrijving tegen te gaan. Handelaren moesten officieel geregistreerd staan om in aanmerking te komen voor toewijzingen of om hun beroep te mogen blijven uitoefenen. De "erkenning" waar de schrijver om vraagt, was in deze context waarschijnlijk essentieel voor zijn economische overleving ("een boterham verdienen") tijdens "dezen toestand" (de oorlogsdreiging en economische beperkingen). De brief is waarschijnlijk gericht aan een instantie zoals de Kamer van Koophandel of een distributiebureau. D. Heer Kamer van Koophandel

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver reageert op een afwijzing van 11 september 1939. Hem is blijkbaar een "erkenning" (waarschijnlijk een vergunning of officiële registratie als handelaar) geweigerd omdat hij niet bekend stond als "handelsman". De schrijver protesteert hiertegen door aan te voeren dat hij gedurende zeseneenhalf jaar onafgebroken een "groentenwijk" (een vaste route als straatverkoper van groenten) heeft geëxploiteerd voor eigen rekening ("voor mijn zelfs").
  • Taalgebruik: De brief bevat diverse archaïsche en licht dialectische vormen die typerend zijn voor de lagere middenklasse in die tijd, zoals "U brief" (i.p.v. Uw brief), "voor mijn zelfs" (i.p.v. voor mijzelf) en het gebruik van "heeft" in de eerste persoon ("indien ik nooit in de handel heeft gedaan"). De zinsbouw met "als dat" is eveneens karakteristiek voor deze periode en sociale achtergrond.
  • Toon: De toon is formeel-respectvol maar dwingend. De schrijver probeert via logica de ontvanger te overtuigen: waarom zou hij in deze moeilijke tijden proberen zijn brood te verdienen in de handel als hij daar geen ervaring in had?

Historische Context

De datum van de brief is cruciaal: 13 september 1939. Dit is minder dan twee weken na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er door de algemene mobilisatie (uitgeroepen op 28 augustus 1939) en de dreigende schaarste grote onzekerheid.

De overheid voerde in deze periode verscherpt toezicht in op de distributie en handel van levensmiddelen om hamsteren en prijsopdrijving tegen te gaan. Handelaren moesten officieel geregistreerd staan om in aanmerking te komen voor toewijzingen of om hun beroep te mogen blijven uitoefenen. De "erkenning" waar de schrijver om vraagt, was in deze context waarschijnlijk essentieel voor zijn economische overleving ("een boterham verdienen") tijdens "dezen toestand" (de oorlogsdreiging en economische beperkingen). De brief is waarschijnlijk gericht aan een instantie zoals de Kamer van Koophandel of een distributiebureau.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Boter Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Kamer van Koophandel

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela