Brief / Verzoekschrift (pagina 2).
Origineel
Brief / Verzoekschrift (pagina 2). 2)
van de Nederl. Groente- en
Fruitcentrale een voorloopige
erkenning als kleinhandelaar
in gewassen van den tuinbouw.
Ik heb thans een stal in
Amsterdam (Bloemstraat 64),
waarin ik voor mijn gezin het
bestaan verdien. Zonder
aardappelen kan ik deze zaak
niet voortzetten, zodat ik dreig
tot armoede te vervallen.
Ik verzoek U beleefd, doch met
de meeste aandrang, mij alsnog
als aangeslotene te willen
toelaten.
Hoogachtend,
Ondergetekende, Directeur
van het MW der Gemeente Amsterdam
bevestigt hierbij de inhoud van
bovenstaanden brief. Hij rekent de De schrijver van de brief verzoekt om een officiële erkenning als kleinhandelaar door de 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale'. De auteur drijft een stal (marktkraam of kleine winkel) aan de Bloemstraat 64 te Amsterdam (gelegen in de Jordaan).
De kern van het probleem is de levering van aardappelen. Zonder de juiste papieren of "aansluiting" bij de centrale instantie mag de handelaar geen aardappelen verkopen, wat essentieel is voor het inkomen van zijn gezin. De toon is dwingend doch beleefd ("met de meeste aandrang"), waarbij expliciet wordt gewaarschuwd voor dreigende armoede.
Onderaan het document staat een verklaring van de Directeur van het Maatschappelijk Werk (MW) van de Gemeente Amsterdam, die de noodzaak van het verzoek bevestigt. Dit onderstreept de precaire sociale situatie van de verzoeker. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de distributie van voedsel in Nederland strikt gecentraliseerd. De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (opgericht in 1940) hield toezicht op de handel en prijzen.
Voor kleine handelaren was het cruciaal om erkend te worden; zonder die erkenning kreeg men geen toewijzing van producten (zoals aardappelen) die op de bon waren. De Bloemstraat 64 in de Amsterdamse Jordaan was een volksbuurt waar de armoede tijdens de oorlogsjaren groot was. De steun van het Maatschappelijk Werk toont aan dat dit verzoek niet enkel een zakelijke kwestie was, maar een noodkreet om in het levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De schrijver van de brief verzoekt om een officiële erkenning als kleinhandelaar door de 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale'. De auteur drijft een stal (marktkraam of kleine winkel) aan de Bloemstraat 64 te Amsterdam (gelegen in de Jordaan).
De kern van het probleem is de levering van aardappelen. Zonder de juiste papieren of "aansluiting" bij de centrale instantie mag de handelaar geen aardappelen verkopen, wat essentieel is voor het inkomen van zijn gezin. De toon is dwingend doch beleefd ("met de meeste aandrang"), waarbij expliciet wordt gewaarschuwd voor dreigende armoede.
Onderaan het document staat een verklaring van de Directeur van het Maatschappelijk Werk (MW) van de Gemeente Amsterdam, die de noodzaak van het verzoek bevestigt. Dit onderstreept de precaire sociale situatie van de verzoeker.
Historische Context
Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de distributie van voedsel in Nederland strikt gecentraliseerd. De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (opgericht in 1940) hield toezicht op de handel en prijzen.
Voor kleine handelaren was het cruciaal om erkend te worden; zonder die erkenning kreeg men geen toewijzing van producten (zoals aardappelen) die op de bon waren. De Bloemstraat 64 in de Amsterdamse Jordaan was een volksbuurt waar de armoede tijdens de oorlogsjaren groot was. De steun van het Maatschappelijk Werk toont aan dat dit verzoek niet enkel een zakelijke kwestie was, maar een noodkreet om in het levensonderhoud te kunnen blijven voorzien.