Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 4 december 1940. Stichting ter Behartiging van den Nederlandschen Detailhandel in Aardappelen "CENTRAAL BELANG", Den Haag. Stichting ter Behartiging van den Nederlandschen Detail-
handen in Aardappelen "CENTRAAL BELANG".
Zwarteweg 22.
Betreft: J. van Eck,
Tuinstr. 44, Amsterdam.
's-Gravenhage, 4 December 1940.
Ned. Akkerbouw-Centrale,
Bezuidenhout 15,
's-GRAVENHAGE.
In aansluiting op het telefonisch onderhoud met Uwen Heer van Dillen, deelen wij mede, dat het advies, hetwelk onze Stichting heeft ontvangen over de aanvraag van J. van Eck, Tuinstr. 44, Amsterdam, deelen wij U beleefd mede, dat dit advies luidt, dat het geen bonafide aardappelhandelaar is en geen bewijzen heeft ingeleverd, dat hij de laatste twee jaar minstens 9 maanden per jaar de detailhandel in aardappelen heeft uitgeoefend. Op grond van deze feiten is den Heer van Eck afgewezen. Het spreekt vanzelf, indien genoemd persoon kan bewijzen, dat hij inderdaad wel als detaillist in aardappelen is opgetreden, wij alsnog zullen overwegen hem het verlangde bewijs als aangeslotene van onze Stichting te verstrekken.
Inmiddels teekenen wij,
Hoogachtend,
Stichting ter Behartiging van de Ned.
Detailhandel in Aardappelen
"Centraal Belang",
Zwarteweg 22 Den Haag.
(w.g.) van Kessel
(w.g.) Reitsma
Voor eensluidend afschrift:
p.p. NED. INKOOPCENTRALE VAN AKKERBOUWPRODUCTEN.
[handtekening/paraaf]
vP.
5 ex.
4-12-40. De brief is een formeel bericht over de afwijzing van een aanvraag van de heer J. van Eck uit Amsterdam. De Stichting "Centraal Belang" oordeelt dat hij niet voldoet aan de eisen om als "bonafide aardappelhandelaar" aangemerkt te worden. De specifieke reden is dat hij niet kan bewijzen dat hij in de afgelopen twee jaar minstens negen maanden per jaar actief was in de aardappeldetailhandel.
Opvallend is de administratieve redundantie in de eerste zin van de hoofdtekst ("deelen wij mede" komt twee keer voor in dezelfde zin). Het document is een doorslag of kopie ("eensluidend afschrift"), gewaarmerkt door de "Ned. Inkoopcentrale van Akkerbouwproducten". De brief dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezetting werd de economie strak gereguleerd via een systeem van "Centrales" en "Stichtingen" die onder toezicht stonden van de overheid (en indirect de bezetter).
Dit document illustreert de bureaucratische controle op de voedselvoorziening en de detailhandel. Om legaal in aardappelen te mogen handelen, moest men erkend zijn door dergelijke instanties. Deze erkenning was cruciaal in het kader van het distributiestelsel en de bestrijding van de zwarte handel. De strenge eis van een bewezen staat van dienst (9 maanden per jaar over de laatste 2 jaar) diende om gelegenheidshandelaren uit de markt te weren.