Getypt ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport. 19 december 1940. Een controleur van het Marktwezen (ondertekend, naam moeilijk leesbaar). R A P P O R T
Naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van de Ned: Groenten en Fruitcentrale d.d. 11 December 1940, om nadere inlichtingen omtrent de werkzaamheden der laatste twee jaren van C.B. Quakernaat, oud 21 jaar en wonende Houtrijkstraat 50 I alhier, die een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit aanvraagt, heb ik een onderzoek ingesteld waarbij mij het volgende is gebleken. Quakernaat heeft als personeel van zijn schoonvader, den kooper J. Overeem, toegang gehad tot de Centrale Markt in 1935. Thans heeft hij weer sedert 15 October 1940 toegang eveneens als personeel van Overeem. In dien tusschentijd heeft hij de Centrale Markt niet bezocht. Overeem verklaarde echter dat hij hem in dien tijd toch wel behulpzaam is geweest in zijn wijk in het stadsdeel West en Centrum. Eenig bewijs hiervoor staat hem echter niet ten dienste en zou dit dus alleen op verklaring van Overeem moeten worden aangenomen. Toen ik een dezer dagen Overeem in zijn wijk opzocht, bleek mij dat Quakernaat zich niet bij hem bevond terwijl Overeem mij evenmin kon verklaren waar hij wel was. Tevens verklaarde ~~Overeem~~ Overeem mij, dat, hoewel Quakernaat een personeelskaart had voor de Centr: Markt deze toch niet meer bij hem in dienst was. De vrouw van Quakernaat heb ik medegedeeld, dat haar man zich voor het verstrekken van nadere inlichtingen moest vervoegen aan het Kaartenkantoor waaraan hij tot nu toe nog geen gevolg heeft gegeven. Ten slotte kan ik nog melden, dat bij Maatschappelijk Steun omtrent Quakernaat niets bekend is.
Amsterdam 19 December 1940
Controleur,
[Handgeschreven handtekening]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Onderaan diverse handgeschreven annotaties:]
[Paraaf]
3
2B/168/2 M
24/12/40 [Paraaf] Dit rapport schetst een kritisch beeld van de aanvraag van de 21-jarige C.B. Quakernaat voor een erkenning als groentehandelaar. De controleur constateert een gebrek aan bewijs voor de geclaimde werkervaring. Hoewel de schoonvader (J. Overeem) verklaart dat Quakernaat hem hielp, kan dit niet met documenten worden onderbouwd. Bovendien roept de afwezigheid van Quakernaat tijdens een controlebezoek en het feit dat hij ondanks een personeelskaart niet meer bij zijn schoonvader in dienst is, vragen op over de legitimiteit van zijn aanvraag. Het feit dat hij niet is verschenen bij het Kaartenkantoor na een oproep, werkt ook in zijn nadeel. Het document dateert van december 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werd de distributie van voedsel en de regulering van de handel steeds strenger gecontroleerd door zowel de Nederlandse instanties (zoals het Marktwezen) als de bezetter. Een "erkenning" was essentieel om legaal handel te mogen drijven. De controle op "Maatschappelijk Steun" (sociale bijstand) was een standaard onderdeel van dergelijke onderzoeken om de financiële achtergrond en de noodzaak van de nering van de aanvrager te toetsen. Het "Kaartenkantoor" was de instantie die verantwoordelijk was voor de uitgifte van bewijzen van toegang tot de Centrale Markt.