Archief 745
Inventaris 745-308
Pagina 173
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt verslag / Notitie (Bijlage A bij brief no. 20/1/3 M)

Origineel

Getypt verslag / Notitie (Bijlage A bij brief no. 20/1/3 M) Bijlage A, behoorende bij brief no.20/1/3 M.d.d. 16 November 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en van den Directeur v/h Marktwezen.

N o t i t i e s inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den groentehandel op 6 November 1940.

A a n w e z i g : van het Marktwezen: de Directeur, Dr.A.v.d.Laan; de heer Bixma; de Secretaris, Mr.A.van Praag; de Bedrijfschef, de heer Broerse.
Van den handel: de heeren Dijkstra, Draaisma, Van Bladeren en Wijnschenk.

De handel deelt mede, dat kool niet zonder meer kan worden bewaard. In Noord-Holland geschiedt de bewaring in speciale schuren, waar het product voortdurend bewerkt moet worden, anders verrot het. Op de Centrale Markt is geen enkel pakhuis voor den opslag van kool geschikt, aangezien de pakhuizen daartoe houten vloeren zouden moeten hebben. Alleen het Koelhuis is voor den bedoelden opslag geschikt, maar ook daar zou vakkundige bewerking van de kool noodig zijn.

Veel eenvoudiger dan kool zijn rapen, wortelen en uien te bewaren.
Normaal gesproken is er overvloed van groente; wij weten echter niet, hoeveel eventueel geëxporteerd zal worden. Wortelen en kool zijn vooral in Noord-Holland aanwezig, zoo ook vatgroente. Koolrapen zijn vooral in Friesland, uien in Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland.

Voorraden bij het publiek aan vatgroente en eigen inmaak zijn ongetwijfeld zeer groot; ook de winkeliers hebben wel eenige voorraden, de grossiers niet.

De handel wijst erop, dat momenteel geen voorraad van kool kan worden gemaakt, aangezien de kool, die thans aan de veiling komt, daarvoor niet deugt. De goede winterkool wordt eerst na Nieuwjaar aan de veilingen aangevoerd. De koolvoorziening van Amsterdam zal den geheelen aanstaanden winter geen gevaar loopen, indien de handel slechts zeker kon zijn over een aantal auto's met benzine te kunnen beschikken, wanneer het verkeer te water door strenge vorst is gestremd. Indien derhalve de Gemeente een hoeveelheid benzine voor dit doel in reserve zou kunnen houden, zal deze aanvoer in het geheel geen gevaar loopen. In dit verband diene, dat de boeren de kool in den regel per schuit naar de veiling aan den Langendijk voeren; als derhalve door strenge vorst de schuiten niet kunnen varen dan geschiedt ook de aanvoer naar de veilingen niet. De veilingen verkoopen in dat geval op monster en de koopers moeten per auto het gekochte bij de boeren weghalen.

Alleen aan de drie veilingen Noord-Scharwoude, Broek op Langendijk en Warmenhuizen schat de handel den aanwezigen voorraad kool, peen en bieten op 8.000 wagons à 10 ton.

Vatgroente, zooals snij-, spercieboonen en andijvie, kan men buiten opslaan. Dit geldt niet voor zuurkool, aangezien deze bij strenge vorst bevriest en dan niet meer uit de vaten kan worden verwijderd. Vatgroente, die goed wordt bewaard, kan men jarenlang goed houden.

De handel wijst erop, dat 5.000 vaten groente zeer veel is. Een vat snij- of spercieboonen duurt normaal gesproken bij een winkelier ongeveer twee weken; er zijn in Amsterdam ongeveer 1000 winkeliers, die echter nog lang niet allen een vat spercieboonen of snijboonen per twee weken noodig hebben.

De heer Sixma deelt mede, dat men op een verdieping van het koelhuis vier honderd à vijf honderd ton kool zou kunnen bewaren. Daarop verklaart de handel, dat dit 50 wagons kool beteekent, hetgeen ruimshoots voldoende is voor een geheelen maand. (Natuurlijk wordt hierbij aangenomen dat ook nog eenige andere groente en peulvruchten verkrijgbaar zijn).

Op een mededeeling van den Directeur, dat de Gemeente overweegt om voorraad van stapelgroente en vatgroente te gaan maken, verklaart de handel, dat dit ongewenscht is, omdat in dat geval de handel zelf geen zaken meer zou durven doen en dus de aanvoer door den handel zou stagneeren. Een veel betere oplossing zou zijn, indien het mogelijk was, dat de handel zelf - eventueel gefinancierd door de Gemeente - voor een zekere voorraadvorming in Amsterdam zou kunnen zorgen. Deze mogelijkheid wordt nader besproken. Daarbij komt vast te staan, dat het voor de handelaren in vatgroente geen overwegende bezwaren oplevert om een voorraad, die bijvoorbeeld voor twee weken voldoende is, op de Centrale Markt aan te leggen en te houden. De aanwezige vertegenwoordigers van den handel zullen bij de voornaamste groothandelaren in vatgroente nagaan hoeveel vaten zij ieder op de Centrale Markt in voorraad zullen neerleggen. Dit document vormt een cruciaal verslag van de logistieke uitdagingen rondom de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting (1940-1941). De kern van het overleg draait om de houdbaarheid, opslagcapaciteit en het transport van essentiële wintergroenten.

  • Technische belemmeringen: Er is een gebrek aan geschikte opslagruimte met houten vloeren op de Centrale Markt, wat noodzakelijk is om rotting van kool te voorkomen. Alleen het koelhuis biedt een alternatief.
  • Transportproblematiek: Men voorziet grote problemen bij strenge vorst. Omdat de aanvoer grotendeels via het water (Langedijk) verloopt, is de handel afhankelijk van vrachtwagens en benzine — een schaars goed in oorlogstijd.
  • Economische spanning: Er is een duidelijke spanning merkbaar tussen overheidsingrijpen (het aanleggen van gemeentelijke voorraden) en de vrije handel. De handelaren waarschuwen dat directe bemoeienis de markt zal verlammen en pleiten voor privaat voorraadbeheer, eventueel met gemeentelijke financiering. In november 1940 was Nederland zes maanden bezet. De voedselvoorziening begon een punt van zorg te worden voor het gemeentebestuur. Hoewel er op dat moment nog "overvloed" was (zoals het document stelt), was de onzekerheid over export naar Duitsland en de beperkingen door brandstofschaarste groot.

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden als de 'buik van Amsterdam'. Het overleg met de handelaren uit de regio Noord-Holland (de "tuin" van Amsterdam, met name de regio Langedijk) was essentieel om de stad in de wintermaanden van vitaminen te voorzien. Het document illustreert de vroege fase van de distributiepolitiek, waarbij de overheid nog tastende was in de samenwerking met de private sector onder abnormale omstandigheden.

Samenvatting

Dit document vormt een cruciaal verslag van de logistieke uitdagingen rondom de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting (1940-1941). De kern van het overleg draait om de houdbaarheid, opslagcapaciteit en het transport van essentiële wintergroenten.

  • Technische belemmeringen: Er is een gebrek aan geschikte opslagruimte met houten vloeren op de Centrale Markt, wat noodzakelijk is om rotting van kool te voorkomen. Alleen het koelhuis biedt een alternatief.
  • Transportproblematiek: Men voorziet grote problemen bij strenge vorst. Omdat de aanvoer grotendeels via het water (Langedijk) verloopt, is de handel afhankelijk van vrachtwagens en benzine — een schaars goed in oorlogstijd.
  • Economische spanning: Er is een duidelijke spanning merkbaar tussen overheidsingrijpen (het aanleggen van gemeentelijke voorraden) en de vrije handel. De handelaren waarschuwen dat directe bemoeienis de markt zal verlammen en pleiten voor privaat voorraadbeheer, eventueel met gemeentelijke financiering.

Historische Context

In november 1940 was Nederland zes maanden bezet. De voedselvoorziening begon een punt van zorg te worden voor het gemeentebestuur. Hoewel er op dat moment nog "overvloed" was (zoals het document stelt), was de onzekerheid over export naar Duitsland en de beperkingen door brandstofschaarste groot.

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden als de 'buik van Amsterdam'. Het overleg met de handelaren uit de regio Noord-Holland (de "tuin" van Amsterdam, met name de regio Langedijk) was essentieel om de stad in de wintermaanden van vitaminen te voorzien. Het document illustreert de vroege fase van de distributiepolitiek, waarbij de overheid nog tastende was in de samenwerking met de private sector onder abnormale omstandigheden.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Uilenburg 159.300
Aal en paling Waterlooplein 159.300
Aal en paling Waterlooplein 159.900
Aal en paling Waterlooplein **19.336**
Aal en paling Uilenburg 159.300
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling Waterlooplein 19.336
Aal en paling ........................ Uilenburg 218.275
Aal en paling ........................................ Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................................ Uilenburg 159.300
Aal en paling ............................................................ Uilenburg 1.942
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg 185,66 (a)
Aankoop kisten Uilenburg
Aankoop kisten Uilenburg
Aantal vaartuigen Uilenburg 73
Aantal vaartuigen Uilenburg 73
Aantal vaartuigen Waterlooplein 73
Aantal vaartuigen Waterlooplein 73
Aantal vaartuigen .................... Uilenburg 103
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg
Afschrijving dubieuze debiteuren ............... Uilenburg
Afschrijving dubieuze debiteuren .......................................... Uilenburg
Afschrijving Dubieuze Debiteuren Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
A. Geboorte Uilenburg
A. Geboorte Uilenburg 88
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3