Getypt verslag/memorandum (doorslag).
Origineel
Getypt verslag/memorandum (doorslag). 13 januari 1942. Daarbij werd o.m. afgesproken, dat geen der arbeiders het kamp zal mogen verlaten, dan met toestemming van den Rijksinspecteur. De kokbeheerders en de doktoren kunnen deze tewerkgestelden dus niet op eigen initiatief naar huis zenden.
Dinsdag, 13 Januari 1942.
Op dezen dag werden opgeroepen :
staatlooze Joden + 175
venters, die nog niet eerder waren verschenen + 160
overige groepen Joodsche arbeiders + 40
-------
in totaal 375,
waarvan zich 263 in de Diamantbeurs hebben gemeld.
Hiervan hadden werk of meenden om andere redenen niet in aanmerking te komen 181 personen, terwijl 82 hunner gekeurd werden. Hiervan werden 40 afgekeurd en 42 goedgekeurd.
Voorts deelde de Heer Rodegro telefonisch mede aan het Hoofd van de afdeeling Werkverruiming, dat de Joodsche arbeiders, die nog beschikbaar zouden komen, zoo spoedig mogelijk naar de Drentsche werkkampen moeten worden gezonden, alsook dat met de scheiding van de Arische en Joodsche tewerkgestelden in de overige werk-objecten zoo spoedig mogelijk een aanvang moest worden gemaakt. Beide opdrachten werden door het Hoofd van de afd. Werkverruiming voorloopig telefonisch doorgegeven aan den secretaris van den Rijksdienst voor de Werkverruiming te 's Gravenhage. Schriftelijke bevestiging volgt. Secretaris voornoemd deelde des middags mede, dat hij beide aangelegenheden met Baurat Münster had besproken. In deze bespreking werd het vertrek van de eerste groep op Donderdag 15 Januari vastgesteld en van de 2e groep op Dinsdag 20 Januari d.a.v. Des avonds verzocht de Heer Rodegro aan het Hoofd der afd. Werkverruiming met de plaatsing der aanvulling spoed te maken, terwijl hij voorts mededeelde, dat de arbeiders alleen uit de kampen mochten vertrekken met zijn schriftelijke goedkeuring. Slechts in gevallen van levensgevaar, opname in het ziekenhuis, e.d., behoefde deze goedkeuring niet van te voren te worden gevraagd en kon men met een schriftelijke kennisgeving volstaan. Hierven zal onverwijld schriftelijke mededeeling aan den Inspecteur van de Werkverruiming geschieden.
Des avonds werden nog door den Joodschen Raad waarschuwingen gezonden aan de gesteunde statenlooze Joden en aan de Joodsche wachtgelders, die reeds eerder waren opgeroepen, maar aan de oproeping geen gehoor hadden gegeven. (Bijlage 11). Het document is een administratief verslag van de gedwongen tewerkstelling van Joden in Nederland tijdens de bezetting. Enkele cruciale punten uit de tekst:
- De bureaucratie van de vervolging: Het document toont de nauwe samenwerking (onder dwang of regie) tussen de Duitse instanties (Baurat Münster), de Nederlandse Rijksdienst voor de Werkverruiming en de Joodsche Raad.
- Cijfers en Selectie: Van de 375 opgeroepen personen verschijnt slechts een deel (263). De medische keuring is streng: slechts 42 van de 82 gekeurden worden direct goedgekeurd. Dit wijst op de poging van de bezetter om fysiek fitte mannen te isoleren in kampen.
- Segregatie: Er wordt expliciet melding gemaakt van de "scheiding van de Arische en Joodsche tewerkgestelden". Dit was een direct gevolg van de toenemende isolatie van Joden uit de Nederlandse samenleving.
- Bestemming: De "Drentsche werkkampen" (zoals kamp Westerbork vóór de functie als doorgangskamp, kamp Vledder, of kamp Conrad) worden genoemd als bestemming.
- Controle: De bewegingsvrijheid wordt volledig ingeperkt. Men mag het kamp alleen verlaten met schriftelijke toestemming van "Heer Rodegro", behalve bij acuut levensgevaar. Januari 1942 markeert een kantelpunt in de Holocaust in Nederland. Kort na dit verslag (op 20 januari 1942) vond de Wannseeconferentie plaats, waar de "Endlösung" werd gecoördineerd. In Nederland begon de bezetter in deze periode met het grootschalig inzetten van Joodse mannen in werkkampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
De Diamantbeurs op het Weesperplein in Amsterdam fungeerde als een centraal punt waar de Joodsche Raad bijeenkwam en waar oproepen voor tewerkstelling werden afgehandeld. De Heer Rodegro (G.P. Rodegro) was een Nederlandse ambtenaar die als gevolmachtigde optrad voor de tewerkstelling van Joden. De genoemde Baurat Münster was een Duitse functionaris binnen het "Generalkommissariat voor Financiën en Economische Zaken", verantwoordelijk voor de inzet van arbeidskrachten.
Dit document is een kille getuigenis van hoe de Joodse bevolking via bestaande Nederlandse ambtelijke kanalen en de Joodsche Raad werd geregistreerd, gekeurd en weggevoerd naar kampen, die later vaak als voorportaal voor deportatie naar de vernietigingskampen zouden dienen.